De Amerikaanse schrijver Thomas Pynchon, geboren 1937, wordt ieder jaar genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs. Hij publiceerde vanaf 1963 negen romans, waarvan Shadow Ticket uit 2025 de recentste is. Zijn werk is uniek, het wordt postmodern genoemd. Zijn boeken hebben een overvloed aan personages en verhaallijnen, die alle kanten opgaan. De verhalen geven een beeld van een periode uit de Amerikaanse geschiedenis, maar historische romans kun je ze niet noemen. Pynchon heeft een voorliefde voor techniek, in Shadow Ticket komen bijvoorbeeld een zeppelin, een duikboot en heel wat motoren voorbij. Personages houden soms semiwetenschappelijke verhandelingen, maar Pynchon gebruikt ook slang, neemt liedjes in de tekst op en hij heeft een voorliefde voor taalgrappen, die soms wat flauw zijn.
Over Pynchons privéleven is weinig bekend. Hij houdt niet van publiciteit, geeft nooit interviews en wil niet gefotografeerd worden. Door CNN, die hem ooit op het spoor kwam, werd hij een kluizenaar genoemd, waarop hij reageerde met: ‘My belief is that 'recluse' is a code word generated by journalists ... meaning, 'doesn't like to talk to reporters'.’ Hij heeft er gewoon geen zin in; hij laat het werk voor zich spreken.
Shadow ticket speelt in 1932, de tijd van de crisis, de drooglegging, de opkomst van de georganiseerde misdaad (Al Capone) en de Lindy Hop. De hoofdpersoon is, zoals wel vaker in de romans van Pynchon, een privédetective (a gumshoe). Hicks McTaggert woont en werkt in Milwaukee en krijgt een opdracht om de dochter van een familiebedrijf dat een kaasimperium heeft, terug te vinden. Een makkelijk klusje, maar de verhaallijn wordt al meteen verstoord door een bomaanslag. Bij andere schrijvers verwacht je dat deze aanslag iets te maken heeft met zijn opdracht, maar dat blijkt niet zo te zijn. In zijn zoektocht treft Hicks vervolgens een hele reeks wonderlijke types die hem voortdurend afleiden van zijn opdracht of hem nieuwe opdrachten geven. Het is vaak onduidelijk of iemand een geheim agent, een spion of gewoon een crimineel is.
Hicks komt in zijn zoektocht op wonderlijke plekken, vaak nachtclubs, animeerbars en danszalen. De drooglegging heeft er niet voor gezorgd dat er niet meer gedronken wordt, integendeel. Regelmatig wordt hij met de dood bedreigd. Het verhaal speelt in het Interbellum en de oorlogsdreiging is goed te merken. Duitsland is erg populair in zijn stad, waar bizarre clubjes nazi-sympathisanten zich ophouden in het uitgaansleven. The Al Capone of cheez is een terugkerend personage. Hij is een machtige zakenman die in kaas handelt. Pynchon weet vele pagina’s uit te weiden over dit imperium en de betekenis van kaas, alsof het over handel in een gevaarlijk drug gaat.
Hicks wil eigenlijk geen klussen meer doen buiten Milwaukee, maar hij wordt op een gegeven moment de stad uitgestuurd. Halverwege het boek verplaats het verhaal zich naar Midden-Europa. Hicks is gedrogeerd en wordt wakker op een zeeschip op weg naar Europa. Hij belandt in Boedapest en daar gaan zijn avonturen verder met allerlei vreemde snuiters en paramilitaire organisaties, zoals The Lenin Boys. Net als in de VS is het antisemitisme alom aanwezig, zoals bij een club die zich The Vladboys noemt: ‘Their hatred of Jews is pure, free of remorse, they aren’t in it for the ideology, they just want to damage as many Jews as they can.’ Het verhaal waaiert uit over verschillende landen, er komen motorbendes voorbij, golems en in Transsylvanië uiteraard vampieren. Uiteindelijk kan Hicks niet meer terug naar de Verenigde Staten omdat daar een revolutie heeft plaatsgevonden en het land in een dictatuur is veranderd. Een echte ontknoping van het verhaal blijft uit.
Pynchons manier van vertellen is verrassend, maar hij is ook erg onbetrouwbaar. De wet van Tsjechov is absoluut niet van toepassing op zijn werk: ‘wanneer er in het eerste bedrijf een pistool aan de muur hangt, dan moet dat in het volgende bedrijf worden gebruikt, anders heeft dat detail geen zin.’ Shadow ticket zit vol met details die enorm betekenisvol lijken, maar dat niet zijn, of soms weer wel. Veel van de negenendertig korte hoofdstukken beginnen in een nieuwe setting, zodat je altijd verrast bent waar je nu weer terecht bent gekomen. Snelle dialogen wisselt hij af met lange meanderende zinnen, waar je de tijd voor moet nemen. Geregeld moest ik de betekenis van een woord opzoeken, omdat ik het niet kende, maar ook omdat hij vaak woorden in een vreemde context gebruikt. Dan kun je dus niet uit de context opmaken wat een woord betekent en daarom iets missen als je erover heen leest. Ondanks dat hij vaak van de hak op de tak springt lopen zijn zinnen, soms vol met bijvoeglijke naamwoorden en opsommingen, goed. Zij roepen een vreemde, maar aangename sfeer op. Maar hij is geen schrijver die je leest omdat hij de menselijke geest zo goed kan vangen of omdat hij zo goed gevoelens weet te verwoorden. Soms deden passages denken aan stripverhalen of aan songteksten van Frank Zappa.
Ondanks de rare en grappige avonturen en een verhaal dat alle kanten uitschiet, kun je in het boek zeker ook een actuele politieke boodschap lezen. De opkomst van nazisme is een belangrijk onderwerp in het boek, net als een verdeelde samenleving, waar mensen elkaar naar het leven staan. De hoofdpersoon treft allerlei groepen mensen aan die een grote afkeer hebben van de maatschappij waarin zij leven en die vaak geweld verheerlijken. Pynchon schept eigenlijk tussen alle grappen en grollen door een wereld die op instorten staat.
Ter illustratie tot besluit een wat langer citaat om iets te laten zien van zijn manier van vertellen. Hicks bevindt zich in een of andere duistere gelegenheid, waar hij precies naar op zoek is, is onduidelijk. ‘On into a dimmer region of pool tables, pinball machines, and Skee-Ball setups, where it’s currently semifinals week for the Northwest Milwaukee Skee-Ball League, defending champs of the Ladies’ division, which dates from 1929, when the regulation lane was shortened to fourteen feet to accomodate the ever-growing number of talented and serious gal devotees of the hardwood sphere, as they’re known in de sport pages. It also doesn’t hurt that the local league has chosen an alluring uniform including two-color box-pleat skirts, magenta and green, so that any motion beyond a simple shimmy produces a color spectacle not easy to ignore.
Down some stairs, arriving presently at a jukebox going full blast and a dance floor full Lindy-hopping youth. Hicks slowly recognizes an American swingtime version, at the moment getting some attention in Milwaukee, of the German street anthem known overseas as the “Horst Wessel song”.’

Geen opmerkingen:
Een reactie posten