maandag 4 mei 2026

Simon Vestdijk – Het schandaal der Blauwbaarden

Verwijzingen naar het sprookje van Blauwbaard tref je aan in diverse romans van Vestdijk, zoals Juffrouw Lot, De onmogelijke moord en Een huisbewaarder, alle drie uit de periode 1965 - 1966. Het gaat dan vooral om een geheime kamer, waar iemand absoluut niet in mag komen; de figuur Blauwbaard zelf wordt in deze romans minder genoemd, hoewel (potentiële) lust- of seriemoordenaar nooit ver weg zijn bij Vestdijk. Het schandaal der Blauwbaarden is de negenenveertigste roman van Vestdijk en kwam uit 1968. In dit boek draait het helemaal om de persoon Blauwbaard, of eigenlijk om verschillende Blauwbaarden.

De hoofdpersoon is de Nederlandse schrijver Bohlen die is uitgenodigd op een congres van historici in Florence bij te wonen. Hij heeft namelijk een historische roman geschreven die speelt in Florence, overigens zonder dat hij de stad ooit heeft bezocht. Vanaf het begin voelt hij zich misplaatst op het congres en in de stad waar hij al gauw een enorme afkeer van heeft. Hij ontmoet twee andere congresgangers, de Amerikaanse historicus Wilkie en Giovanni Lampugnani, ‘een oudachtige lector uit Milaan.’ De laatste nodigt hem en Wilkie uit om naar het stadje San Gimignano te gaan. Hij heeft namelijk een opdracht gekregen van een Milanese graaf om onderzoek naar een verre voorouder van deze graaf uit de veertiende eeuw. Het gaat hier om een man met blauwe baard die zijn echtgenote om zeep hielp. 

Het drietal vertrekt naar het stadje dat bekend staat om zijn vele hoge torens. Zij zijn voortdurend met elkaar in gesprek, onder meer over deze torens die ooit misschien een functie ter verdediging van de stad hadden, maar dat was lang geleden. ‘Wie het hoogste bouwde was machtiger en voornamer dan allemaal. Daarom mocht men ook niet hoger bouwen dan de Podestà, en bouwden de Salvucci's hun Tweelingtorens om te laten zien, dat ze hoger zouden kúnnen bouwen. Het was een kwestie van hoogmoedswaanzin, en misschien wilden ze zo dicht mogelijk bij de hemel zijn.’ Je kunt ze even makkelijk zien als fallussymbolen. In ieder geval staan ze ook voor het gedrag van de drie mannen die hun uiterste best doen elkaar af te troeven en boven de ander uit te stijgen, met hun kennis en met hun cynische opmerkingen over alles en iedereen: zoals over het toeristische stadje, het lelijke Florence, het saaie congres, de zinloze wetenschap, maar ook over Italianen, vrouwen en het personeel van het hotel in het bijzonder.

De mannen worden de eerste avond erg dronken. De volgende dag gaat Lampugnani naar het archief en vindt met enige moeite een document, dat volgens hem een vervalsing is. Het is twee eeuwen later opgesteld en bovendien een kopie. De lange gesprekken die hierop volgen gaan over de ware toedracht van de moord, of de moorden. En of het wellicht om twee moordzuchtige Blauwbaarden gaat, eentje uit de veertiende en eentje uit de zestiende eeuw. Een deel van de discussie gaat over de vraag of de moord is gepleegd uit jaloezie of dat het een ‘gewone’ lustmoord was. De drie overspoelen elkaar met argumenten die vaak nogal vergezocht zijn. Het manuscript roept telkens nieuwe vragen op en niets is wat het lijkt. Ze schreeuwen, drinken en maken ruzie met elkaar. Het zijn zeer onaangename types, zowel in gedrag als in woord.

Het verhaal wordt raarder als zij midden in de nacht naar de toren gaan waar de moord ooit gepleegd zou zijn. De Amerikaan vertelt dat hij een aanhanger van het spiritisme is en ze besluiten Blauwbaard in een seance op de plaats delict op te roepen. Dat loopt mis, er duikt een hedendaagse Blauwbaard op en Lampugnani raakt gewond. Het ongeloofwaardige verhaal pruttelt nog wat na en uiteindelijk concluderen ze dat de missie niet geslaagd is. De drie heren keren na een week terug naar Florence, waar het congres inmiddels is afgelopen.

Het schandaal der Blauwbaarden vind ik een van de mindere romans van Vestdijk. Hij lijkt het verhaal, dat in twee weken is geschreven, wat te hebben afgeraffeld. Pauline Slot is niet te spreken over het boek en noemt de gesprekken van de drie prietpraat. Hugo Brandt Corstius ziet vooral rekenkundige verbanden in de roman, het getal drie zou allesbepalend zijn. Wat tot slot wel aardig is, is de zelfspot van Vestdijk wanneer hij Bohlen laat zeggen dat hij zijn roman over Florence op basis van een toeristische gids heeft geschreven; iets wat van Vestdijk zelf ook beweerd werd. En over Nederland tenslotte schrijft hij: ‘Amsterdam, wat u zegt... - Onrustig, of bij wijze van mild protest, schoof Lampugnani op zijn stoel heen en weer. - Ik moet daarover gelezen hebben. Een zonderling land, Holland. Er gebeuren dingen, die in weinig andere landen bestaanbaar zijn.’

zondag 3 mei 2026

Astrid Haerens – Erosie

De Vlaamse Astrid Haerens is schrijver, dichter, performer en onderzoeker. Met haar poëziedebuut Oerhert werd zij onder meer genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs 2023. Erosie is haar tweede roman. Het verhaal gaat over vriendschap en vriendschapsverdriet. De hoofdpersoon is Helle, ze is eind dertig en een succesvol kunstenaar. Zij heeft zich verschanst op een Duits Waddeneiland en blikt terug op haar leven met haar hartsvriendin. De korte hoofdstukken spelen afwisselend op het eiland en in het verleden, waar chronologisch het verhaal van de vriendschap en het uit elkaar groeien wordt verteld. Omdat je alleen het perspectief van Helle leest, krijgt het verhaal iets claustrofobisch. Je voelt het intense van het geluk dat zij samen beleefden, maar ook van haar verdriet en haar wanhopige vragen.