Vroeger heb ik heel wat boeken van Mensje van Keulen gelezen, maar ik was haar wat uit het oog verloren. Ik las haar weer toen Alle dagen laat. Dagboek 1976 verscheen waarin zij schrijft over Robert Loesberg. Begin jaren zeventig leerde zij hem bij Propria Cures kennen. Op 4 mei 1976 kwam de vriendin van Loesberg om bij de treinramp in Schiedam. Omgeslagen dagen is het vierde deel van haar dagboeken en beslaat de periode 1983-1987. Van Keulen is gescheiden en woont samen met haar zoontje Aldo.
In deze periode is Van Keulen een van de bekendste vrouwelijke schrijvers van Nederland, maar als je leest over haar sociale leven dat zich afspeelt in Amsterdam zijn het vooral mannen die het literaire leven bepalen: Cees Nooteboom, Remco Campert, Hans Warren, Gerrit Komrij, Harry Mulisch. Zij lijkt niet heel serieus te worden genomen door haar collega’s. Er is net een verhalenbundel uit (De ketting) en zij werkt aan een kinderboek (Tommie Station) dat een groot succes wordt. Ze wint er een Zilveren Griffel mee en er wordt een toneelbewerking van gemaakt.
Ze twijfelt zelf geregeld over waar ze mee bezig is en zoekt bevestiging bij haar uitgever of bij vrienden. De twee Maartens - Biesheuvel en ’t Hart – ziet zij af en toe. Op een feestje gedraagt Biesheuvel zich zo merkwaardig dat haar zoontje bang voor hem wordt. Gelukkig biedt hij later zijn excuses aan. Het schrijven gaat niet altijd vanzelf en dit dagboek gebruikt ze om de routine erin te houden, maar het kan ook een excuus zijn: ‘Omdat ik weer eens vastzit met het werk, nog steeds geen goede titel heb en die hele slager me wanhopig maakt? En dan heb ik nog eens het verzoek aangenomen om een muzikaal sprookje te schrijven. Kortom, dicht met dit schrift en aan het werk.’
Het is eigenlijk een wonder dat zij nog iets op papier krijgt. Ze heeft de zorg voor Aldo, die haar vaak bestookt met allerlei filosofisch vraagstukken, ze heeft een wispelturige ex en ze heeft een nieuwe vriend die niet volledig voor haar kiest. Ze wil hem niet iedere dag om zich heen hebben, maar als hij een paar dagen onbereikbaar is, mist ze hem toch weer. Verder is haar leven gevuld met allerlei sociale contacten: etentjes, korte vakanties, openingen, boekpresentaties, enzovoorts. Altijd is er drank in het spel en op tijd naar bed gaan lukt vaak niet. Haar dagboek geeft een mooi inkijkje in het literaire leven in Amsterdam, dat zich afspeelde rond een paar grote schrijvers en wat gelegenheden zoals De Kring.
Als je het zo terugleest klinkt het allemaal erg dorps en kneuterig, met een moraal die we nu niet meer kennen. Iedereen ging vreemd, lag in scheiding of toch niet en voor vrouwen was het soms ronduit gevaarlijk je in deze mannenwereld te begeven. Van Keulen wordt zelfs een keer verkracht in haar eigen bed. Ze doet geen aangifte en duidt de dader aan met X. Uiteraard zijn er een paar mensen in haar omgeving geschokt en de vrouw van X. komt een keer langs om te praten, maar ik kreeg toch de indruk dat de meesten het niet heel serieus namen.
Het mooie van dit dagboek is dat Mensje van Keulen deze literaire wereld van binnenuit weet op te roepen. Ze schrijft heel direct, zonder omhaal van woorden. Naast de veranderende moraal en de andere positie van vrouwelijke auteurs is er nog een grappig detail dat opvalt en dat aangeeft dat we in een hele andere tijd leven. Een kennis is op zoek naar een ander huis en gaat op een middag een aantal huurhuizen in het centrum van Amsterdam bekijken om te zien of er wat tussen zit. Voor de jongere generatie is dit iets wat even vreemd is als het ontbreken van mobiele telefoons.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten