zondag 15 september 2013

Jeroen Brouwers – Mijn Vlaamse jaren


De echte liefhebber van Jeroen Brouwers heeft dit boek al eeuwen terug gelezen. Ik lees Brouwers pas sinds enkele jaren. Hij blijft fascineren, maar ik moet er niet teveel van ineens binnen krijgen. Dezelfde onderwerpen komen in veel van zijn boeken terug: eenzaamheid, zelfmoord, Indonesische jeugd, kindertehuizen, wreedheden en een nogal individuele en springerige beleving van tijd. ‘Geheime kamers’  vond ik prachtig, ‘Zonsopgangen boven zee’ veel minder, zeurderig eigenlijk. Dit even voor de kenners van zijn werk.


In deze privé-domein uit 1978 zijn zijn literaire belevenissen in België gebundeld. Brouwers heeft er ruim 10 jaar gewoond en was zoals de achterflap vermeldt “nauw betrokken bij het culturele leven in Vlaanderen”. De kritieken in deze bundel zijn weergaloos, taalgebruik is subliem. Ik weet niet wie J. Weverbergh was, maar hij moet zich niet best gevoeld hebben na het lezen van de aan hem gewijde artikelen. Tientallen pagina’s lang wordt er op hoog niveau op hem ingehakt. Hoe lang blijft dat leuk? Bij Brouwers, net als bij Hermans’ Mandarijnen op Zwavelzuur, héél lang.

In het laatste deel van deze bundel, getiteld Krekelbosse klaagzangen, beschrijft Brouwers zijn teruggetrokken leven in een boshut nabij het dorpje Rijmenam, “een acne van Mechelen”. De kruik en de koude vormen een terugkerend thema; prachtig beschreven hopeloosheid, met voldoende humor, een aanrader voor een beginnend Brouwers-lezer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten