woensdag 30 januari 2019

David Garnett – Vrouw of vos

Vorig jaar verscheen de herdruk van deze prachtige novelle uit 1922. De schrijver was verbonden met de Bloomsburygroep. Zijn bijnaam was Bunny. In het nawoord zet vertaler Irwan Droog het ingewikkelde liefdesleven van hem uiteen. David (Bunny) Garnett (1892-1981) kreeg een verhouding met schilder Duncan Grant, die relaties onderhield met andere mannen en met één vrouw: Vanessa Bell, de zus van Virginia Woolf. Vanessa was getrouwd met  Clive Bell. Zij raakte zwanger van Duncan en kreeg een dochter Angelica Bell. Bunny verklaarde dat het meisje zo mooi was en dat hij later met haar zou trouwen; aldus geschiedde.

zondag 27 januari 2019

Marieke Lucas Rijneveld – Fantoommerrie

De gedichten van Marieke Lucas Rijneveld lees je bij voorkeur tweemaal achtereen: de eerste maal om de woorden tot je door te laten dringen, de tweede maal om het ritme van haar zinnen te volgen. En dan heb ik het nog niet over de beelden die de woorden en zinnen oproepen. Een derde maal lezen is aan te raden. Daarmee zijn de gedichten in ‘Fantoommerrie’ niet moeilijk. Ze zijn gevuld.

donderdag 24 januari 2019

Boris Ryzji – Rotterdams dagboek

De eerste zin uit ‘Rotterdams dagboek’ van de Russische dichter Boris Ryzji sprak mij meteen aan. “Ik ging een café binnen, kreeg er de kriebels, ging naar buiten en liep snel naar een tegenovergelegen café.” Dit boekje schreef Ryzje nadat hij in 2000 had opgetreden op Poetry International. Hij schreef over zijn belevenissen in Rotterdam, maar de tekst gaat vooral over zijn leven in Jekaterinburg, waar het naast dichten draaide om vechten en zuipen.

woensdag 23 januari 2019

A. F. Th. Van der Heijden - Mooi doodliggen

A. F. Th. Van der Heijden is op zijn best als hij de ruimte neemt met breed uitgesponnen verhalen, zoals in de cyclus ‘De tandeloze tijd’ of in het recente ‘Kwaadschiks’. Het draait in zijn romans vaak om een drama waarbij niemand precies de waarheid achter kent. Hij speelt met nepnieuws en misinterpretaties. Het onderwerp in zijn nieuwste roman ‘Mooi doodliggen’ past daarom uitstekend bij hem: de ramp met de MH17 en de gefingeerde dood van een Russisch journalist.

zondag 20 januari 2019

Johan Harstad – Heterdaad

Tijdens het schrijven van de dikke roman ‘Max, Mischa & het Tet-offensief’ had Johan Harstad er behoefte aan zich af en toe te ontspannen. Dat deed hij, althans dat beweerde hij, door het schrijven van korte detective-parodieën met privédetective Heterdaad in de hoofdrol. Deze stukjes zijn gebundeld als de verzamelde werken van Frode Brandeggen. De annotaties door Bruno Aigner beslaan een groot deel van het boek.

woensdag 16 januari 2019

Karel Capek - Krakatiet

De Tsjechische schrijver Karel Čapek (1890-1938)  heeft meerdere dystopische verhalen geschreven. Zijn bekendste is ‘Válka s mloky’ (Oorlog met de salamanders) uit 1936. Jaren hiervoor, in 1924, schreef hij ‘Krakatiet’, waarin een onderzoeker een uiterst explosieve stof ontdekt. Anderen proberen hem de formule te ontfutselen.

zondag 13 januari 2019

Andrea Wulf – De uitvinder van de natuur

Alexander von Humboldt (1769-1859) was een bijzondere man en de grootste wetenschapper van zijn tijd. Andrea Wulf heeft een prachtig boek over hem geschreven. ‘De uitvinder van de natuur’ is een biografie, maar het geeft ook een beeld van de stand van wetenschap in zijn tijd. Bovendien besteedt zij veel aandacht aan de invloed die Von Humboldt had op zijn tijdgenoten en navolgers.

zondag 6 januari 2019

Peter Terrin – Patricia

‘Patricia’ is het meest recente boek van de Vlaamse auteur Peter Terrin. Het kreeg alom lof toegezwaaid. Het is het eerste boek dat ik van hem lees. Ik had hoge verwachtingen, die niet geheel uitkwamen. Astrid is de hoofdpersoon in het boek. Zij is een doodgewone moderne vrouw: bijna veertig, drukke baan, één kind, fijn huis en hardwerkende man. Op een dag gaat het mis. Zij loopt het huis uit.

woensdag 2 januari 2019

Bohumil Hrabal – Het stadje waar de tijd stil is blijven staan


‘Het stadje waar de tijd stil is blijven staan’ is een korte roman uit 1973. In deze tijd worstelde Hrabal met zijn gezondheid. In het nawoord schrijft hij: "Dit Stadje heb ik in het vroege voorjaar van 1973 geschreven toen zich een ziekte bij me aangemeld had en ik dwaas genoeg veronderstelde dat enkel en alleen ik de sleutel tot de verhalen van de twee broers bezat',