zaterdag 7 januari 2017

Rodaan Al Galidi - Hoe ik talent voor het leven kreeg

Na het lezen van ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ kijk je anders tegen Nederland aan. Het boek vertelt het autobiografische verhaal van Semmier Kariem, een asielzoeker uit Irak die negen jaar moest wachten voordat hij deel mocht nemen aan onze samenleving. 

Nederland is een democratie en heeft vrijheid hoog in het vaandel staan. Heel anders is het Nederlandse asielsysteem: gesloten, dictatoriaal en gegrondvest op een papieren werkelijkheid. ‘Regels zijn regels’ is de hoogste waarde. Mensen die het systeem handhaven kijken in hun computers. Als iets niet volgens de Nederlandse regels verloopt bestaat het niet.

Wanneer Semmier aankomt op Schiphol wordt hij opgesloten in een koude cel. Hij wordt er even uitgehaald om zijn weggegooide valse paspoort te zoeken in het binnenste van een toiletpot, zonder resultaat. Later krijgt hij zijn eerste verhoor. Hij heeft koorts en is gewond door een trap in zijn rug. Hij zegt verkleumd te zijn vanwege het verblijf in die koude cel. De ondervraagster gelooft hem niet en kijkt boos. “Asielzoekers worden niet naar koude cellen gebracht, maar naar de zaal hiernaast. Het hele vliegveld is één grote hal, met overal dezelfde temperatuur. Het is onmogelijk dat er ergens een plek is waar je kan bevriezen. Ik begreep dat u geen paspoort heeft? Dan bent u zeker niet naar een cel ergens buiten het vliegveld gebracht, want je mag dit vliegveld alleen na dit eerste verhoor verlaten. Ik kan niet met u discussiëren over uw verblijf in een koude cel die niet bestaat. Is dat duidelijk?”

Eerst wordt Semmier naar een tijdelijk opvangcentrum gebracht. Daarna brengt hij een aantal weken door op een boerderij. Een meisje van acht jaar wil wel gitaarles van hem hebben. In ruil hiervoor geeft zij hem Nederlandse les. Het kind pakt haar agenda om een concrete afspraak te maken. Semmier is verbijsterd. Alle asielzoekers moeten er smakelijk om lachen.

Vanuit de boerderij gaat Semmier naar het AZC, waar het grote wachten begint. “Vanaf het moment dat ik het AZC binnenging, zag ik gezichten met een uitdrukking die ik niet eerder had gezien. Iets wat leek op zwaar verdriet, niet op een dodelijke ziekte of op afschuwelijke angst. Iets wat nergens leek op. Pas na jaren begreep ik wat het was: het wachten.” Sommigen wachtten er al tien jaar. Het langste zat iemand er zestien jaar.

Summier doet in ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ verslag van dit wachten. Hij vertelt over bijzondere bewoners, over de bureaucratie en over het dagelijkse leven in het AZC. Het bezorgen van de post is een belangrijk moment van de dag. Er kan een brief voor je tussen zitten, die je leven zal veranderen. Abdoelsalaam woont al 13 jaar in het AZC. Hij vraagt elke dag om de post. Wanneer de post er nog niet is, begrijpt hij het niet. Het is toch geen zondag. Waarom is er geen post? De receptionist legt uit dat er nu nog geen post is, maar de post komt wel vandaag.

Op een dag komt er een prachtig meisje het AZC binnen, een Russin. Iedereen vindt haar mooi, maar men is ook verbaasd. Hoe is zij uit handen van pooiers gebleven? De meisjeshandelaren hangen rond bij alle OC’s in Nederland. Ook langs het AZC rijdt er regelmatig een dikke wagen voorbij. Medewerkers van het AZC nemen de waarschuwingen van bewoners niet serieus. Zij mogen zich niet met andermans zaken bemoeien: ook wanneer er iemand gekidnapt dreigt te worden of op het punt staat het raam uit te springen.

Asielzoekers hebben een eigen taal ontwikkeld: het Asielzoekers. Het is een mengsel van een paar woorden Engels, een paar woorden Nederlands en de grammatica van de oorspronkelijke taal. Het klinkt soms als moderne poëzie. “Communiceren met een asielzoeker is heel makkelijk, als je niet probeert te begrijpen wat hij zegt, maar wat hij probeert te zeggen.”

Een bijkomend probleem voor de ambtenaren in Nederland is dat de meeste asielzoekers toneelspelen. Smokkelaars vertellen van alles over Nederland, bijvoorbeeld dat het verkrijgen van een verblijfsvergunning moelijker is voor hoogopgeleiden, omdat dan de vragen bij de verhoren ingewikkelder zijn. Veel asielzoekers vertellen daarom dat zij niet gestudeerd hebben. En als een asielzoeker heeft verteld dat hij gemarteld is, blijft hij dit jarenlang volhouden tot hij er zelf in gaat geloven.

Voortdurend zijn bewoners bezig het Nederlandse systeem te doorgronden. Een eigen advocaat helpt zeker, maar de meesten hebben geen geld. De pro-deo advocaat is meestal alleen diegene die de brieven doorstuurt. Een asielzoeker die de kerk bezoekt en zich tot Christen bekeert krijgt ineens asiel. De volgende keer als de dominee met zijn wagen vol bijbels langskomt heeft iedereen interesse. Zij vragen hem om de formulieren.

Het grappigste wat Semmier hoorde was een asielzoeker die wachtte tot een mooie dochter van een advocaat verliefd op hem werd. Dan zou haar vader haar gratis bijstaan. Anderen worden gek van het wachten. Een bewoner bonkt met zijn hoofd voortdurend tegen de muur, een ander naait zijn lippen dicht, een derde blowt zich suf en eet niet meer. Er zijn bewoners die alleen ’s nachts hun kamer uitkomen, anderen gaan al jaren de straat niet meer op. Het zijn verschrikkelijke verhalen. Semmier weet ze te vertellen op een lichte toon.

Hij verhaalt over zijn eigen omzwervingen voordat hij aankwam in Nederland. Hij zwierf op straat in Bangkok, passeerde diverse grenzen, had verschillende paspoorten. Er zijn paspoorten in alle prijsklasse. Het Nederlandse paspoort is niet heel duur, omdat er veel drugs worden gesmokkeld door Nederlanders. Via Vietnam kwam hij uiteindelijk met zo’n Nederlandse paspoort hier terecht. In Irak was het de familie gelukt hem dood te laten verklaren. Teruggaan was geen optie.

Na jaren wachten probeert Semmier te vluchten naar Duitsland of naar Noorwegen. Telkens faalt hij. Zelfs het verminken van zijn vingertoppen levert niets op. Telkens wordt hij als een pakketje teruggezonden naar het AZC. Er is niets veranderd. Zijn bed is nog beschikbaar, de lakens en dekens zijn verdwenen. Nieuw beddengoed krijgt hij niet zomaar.

Langzaam wordt Semmier gek. Hij twijfelt steeds meer aan zichzelf. Je mag hier wonen en je mag niets doen. Irak is gevaarlijk voor het lichaam. Nederland is gevaarlijk voor de geest. “Eigenlijk was het meest pijnlijke in het AZC het feit dat het vierentwintig uur per dag open was. Juist dat versterkte het gevoel van onmacht. Want hier ben ik, ik dwaal rond in een gebouw met open deuren en wacht op een ambtenaar, ergens, tot hij mij mijn leven laat beginnen.”


Dan volgt de redding voor Semmier en voor talloze lotgenoten: het generaal pardon. Asielzoekers die de Nederlandse taal niet erg beheersen denken aan een generaal die hen komt bevrijden. Snel verlaat iedereen nu het centrum, ook Semmier Kariem. ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ is boek dat ik iedereen kan aanraden die iets wil begrijpen van hoe een AZC werkt. Rodaan Al Galidi is erin geslaagd zowel de gruwelijke kanten als de vrolijke gekte van binnenuit te beschrijven. Het AZC is een wereld die weinig te maken heeft met de zogenaamde Nederlandse waarden, waar wij als vrij land voor zouden moeten staan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen