zaterdag 28 september 2013

Knut Hamsun – Langs overwoekerde paden


Knut Hamsun is een van de grootste Noorse schrijvers. In 1920 ontving hij de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn beste  boek is volgens mij Honger. Een paar andere boeken die ik van hem heb gelezen vond ik wat ik wat streekromanachtig.



In de Tweede Oorlog – hij was al in de 80 - toonde Hamsun sympathie voor het Duitsgezinde regime van Quisling. De collaboratie zorgde vooral vlak na de oorlog voor veel ophef. Waarom Hamsun tot deze keuze is gekomen blijft een raadsel. Zijn populariteit in Duitsland kan een rol gespeeld hebben of zijn afkeer van de Angelsaksische wereld. Knut Hamsun had sowieso de neiging om als eenling altijd te provoceren. Wat hij werkelijk vond en wat een pose van hem was, werd nooit duidelijk. Het kan ook gewoon stommiteit zijn geweest van een oude man die het allemaal niet meer zo goed volgde.

Langs overwoekerde paden gaat over de jaren na de oorlog: 1945-1948. Hij beschrijft de periode vanaf het moment dat hij wordt gearresteerd tot aan zijn veroordeling. Hamsun wordt keer op keer overgebracht naar een andere plek met steeds wisselende regels. Dan zit hij in een gevangenis, dan in een bejaardenhuis of een inrichting, waar hij grondig wordt onderzocht. Hamsun is behoorlijk doof en in de loop van deze jaren gaat zijn gezichtsvermogen sterk achteruit.

De psychiatrische kliniek was voor hem het ergst. Hij begrijpt niets van de behandeling. De artsen hadden grondig vooronderzoek gedaan. Zij hadden ontdekt dat hij als kind - 50 jaar gelden – al een bril had gedragen. Waardevolle informatie, waarvan de patiënt zich afvraagt wat de betekenis ervan is. Ook wordt hem plotseling gevraagd:  “Hebt u geld van dames geleend.”  Hij begrijpt de vraag niet en mummelt maar wat: “Ik zal ooit wel geld geleend hebben van dames, maar dat heb ik dan toch zeker wel teruggegeven.” Het was erger dan de gevangenis of het bejaardenhuis.

Hamsun beschrijft de dagelijkse gebeurtenissen laconiek en afstandelijk. Het verhaal is chronologisch, maar kleine voorvallen of ontmoetingen krijgen soms veel aandacht, andere belangrijke zaken zoals een uitstel van zijn rechtszaak wordt terloops genoemd. Halverwege het boek kom je erachter dat hij kinderen heeft. Hij is in Oslo om zijn ogen te laten testen, hij beschrijft dit in 4-5 pagina’s en vermeld in een bijzin dat hij zijn kinderen en kleinkinderen opzoekt. Verder zegt hij niets over zijn naaste familie.

Aan het eind van ‘Langs overwoekerde paden’ staat de verdediging van Knut Hamsun voor de rechter. Hij vermeldt vooraf dat het een letterlijke weergave is waar hij niets aan heeft gecorrigeerd. Hij geeft aan dat hij niet gevlucht is, zoals zovele anderen en dat hij een goed nationalist is. Ook zegt hij brieven geschreven te hebben, tot aan Hitler aan toe, om mensen te beschermen of te redden. Een paar keer zegt hij dat in de oorlogsjaren niemand tegen hem gezegd heeft dat hij verkeerd handelde. En tot slot - volgens mij de belangrijkste verklaring – hij steunde het regime “opdat Noorwegen een vooraanstaande plaats zou innemen onder de Germaanse landen van Europa.” Hij deed het ter verdediging van zijn vaderland.

Knut Hamsun lijkt jaren na de oorlog nog steeds verbaasd en verbitterd over zijn behandeling.  Mensen uit het buitenland schrijven hem brieven “ze kunnen  zich niet voorstellen dat er voor mij geen plekje over was toen we van ‘regime wisselden’, maar ik wel.”

In het boek komt een verhaal voor over een jonge haan. Het is een verlegen en teruggetrokken beest. Op een dag komt er een gek geluid uit zijn keel, hij schrikt er zelf van. Hij schaamt zich. De haan wordt volwassen. Er zijn kippen om hem heen, hij weet er niet mee om te gaan en begrijpt hun gedrag niet. Hij trapt op een vleugel van een kip, ze kijkt op en maakt dan een buiging. Hij snapt het niet en denkt dat ze hem belachelijk maken. Er volgt een gevecht, overal veren. De volgende dag wordt hij bij de nek gegrepen en het wordt voor eeuwig donker.
‘Langs overwoekerde paden’ is een mooie korte autobiografie.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten