woensdag 25 september 2013

Vladimir Nabokov – Een lach in het donker


De eerste alinea van Een lach in het donker luidt: ”Er was eens een man, Albinus genaamd, die in Duitsland woonde, in Berlijn. Hij was rijk respectabel, gelukkig; op een dag liet hij zijn vrouw in de steek voor een jonge maîtresse; hij had lief; werd liefgehad; en zijn leven eindigde rampzalig.”


Hiermee is het hele verhaal verteld. Het is natuurlijk een oud verhaal, maar zelden krijg je het zo mooi voorgeschoteld als hier. Kortom, dit is een meesterlijk boek. De jonge vriendin Margot is een akelig, inhalig en dom wezentje. Albinus is een goedzak, die zijn hoofd op hol heeft laten brengen door het wicht. Maar in zijn huwelijk was hij ook niet bijster gelukkig. De onvermijdelijke vriend van Margot, Rex is een gluiperd. In zijn jeugd martelde hij dieren en het liefst houdt hij ervan mensen tegen elkaar op te zetten. Alle hoofdpersonen in dit boek liegen voortdurend en denken uitsluitend aan zichzelf. Margot kan zelfs geen medelijden veinzen als het dochtertje van Albinus komt te overlijden.

Nabokov levert commentaar, de ene keer door afstandelijk beschrijving, de andere keer door de cynische dialogen. Hij weet meesterlijk de verhaallijnen aan elkaar te koppelen, alles klinkt geloofwaardig. Vaak verwacht je een wending, maar toch pakt het altijd net iets anders uit.

Margot wil samen met Rex de arme Albinus uitknijpen. Albinus ontdekt de relatie die zij hebben en bedreigt haar met de dood. Opvallend dat in romans van voor de tweede helft van de twintigste eeuw gegoede burgers altijd een pistool in bezit blijken te hebben. Albinus vermoordt haar niet, er volgt een autorit die eindigt in een ongeval. Hij overleefd het, maar is blind. Het sadisme van Rex en Margot krijgt een nieuwe dimensie. Uiteindelijk wordt Albinus gered en doorziet opnieuw het vuige spel van Margot. Hij krijgt wederom de kans haar te doden, maar faalt opnieuw. 

Los van het perfect vertelde verhaal – ik las de 200 pagina in één keer uit – staat het boek vol terzijdes, kleine anekdotes en opmerkingen van de auteur of van voorbijgangers. Over Margot: “… ze was mooi, indien waargenomen onder een bepaalde hoek en in een bepaald licht..” Nadat de vrouw van Albinus weg is en hij het contact met zijn vrienden wil oppakken schrijft Nabokov:  “Onder de echtgenotes leek zich een merkwaardige hoofdpijnepidemie te hebben verbreid.” Als hij met zijn jonge vriendin op het strand zit: “Kijk die Duitser eens stoeien met zijn dochter. Toe, William, wees niet zo lui. Ga eens fijn zwemmen met de kinderen.”

Prachtig allemaal, dus lezen dat boek. Ik werd gelijk gemotiveerd om meer van Nabokov te gaan lezen. Helaas is er niet veel meer dat ik niet ken, alleen Ada staat nog op mijn verlanglijst, maar dat schijnt een ondoordringbaar boek te zijn. En het brievenboek Zuivere kleuren moet maar eens worden aangeschaft.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten