maandag 29 augustus 2016

Shantie Singh - Vervoering

‘Vervoering’ is een familieroman, of beter nog: een roman over een culturele gemeenschap, van de Hindoestaanse contractarbeiders die vanuit Indië naar Suriname werden verscheept, en later deels in Nederland zijn terecht gekomen. Shantie Singht beschrijft de vier generaties op drie continenten.


‘Vervoering’ is een boek uit 2014. Singh is naast schrijfster econoom - zij werkt voor de gemeente Rotterdam – en danseres! Zij schrijft ook columns en opiniestukken. ‘Vervoering’ is haar eerste roman. Het boek is geïnspireerd op haar eigen achtergrond en familie.

Vanaf de eerste pagina wordt de lezer overstroomd met namen en Hindoestaanse woorden. Gelukkig staat er achterin het boek een verklarende woordenlijst. De verschillende generaties beschrijft Singh gedeeltelijk chronologisch in vijf delen. Het boek begint met het deel waarin Ramdew Raj de stamvader is in Suriname.

Hij is in de jaren 30 van de twintigste eeuw een belangrijke man in de polder van Nickerie. Hij dwingt respect af. Mensen komen bij hem om raad. Hij wordt simpelweg de Raj genoemd. Een grote familie is heel belangrijk. De eerste vrouw van de Raj kon hem niet de vele kinderen schenken, zodat hij er een tweede bij moest nemen. “Op een dag was hij weg. Hij reed tot Guyana, zag daar een zestienjarig weesmeisje en besloot haar tot zijn tweede vrouw te maken.“

Onderdeel zijn van een gemeenschap, daar draait het vaak om in deze familiegeschiedenis. De Raj beschouwden jahaji-log (scheepsgenoten) ook als familie. De familiebanden moesten misschien wel zo sterk zijn, omdat zij allen vanuit Indië zijn losgetrokken uit hun familie. Het waren vooral jongemannen en jonge vrouwen die de oversteek waagden. Soms waren ze op de vlucht, zoals Ramdew. “Afscheid nemen van je grond, daar was Ramdew in getraind. Om een gewijd krijger te zijn, moest je je afwenden van de wereld.”

Ontwortelaars werden deze mannen genoemd. In Hindoestan had Ramdew niets meer om voor te vechten. Vooral voor vrouwen die geen onderdeel waren van een gemeenschap was het bijna onmogelijk in je eigen bestaan te voorzien. De overtocht bood wellicht kansen.

In het tweede deel ‘Vlucht zonder plan’ laat Singh zien hoe de Raj als vluchteling aanmonsterde op een schip voor de grote overtocht. Hij tekende, net als vele anderen, vrijwillig. Of je wel of niet kon lezen maakte niet uit. In Suriname kwam Ramdew terecht op plantages en werkte er in fabrieken. De slavernij was afgeschaft maar de arbeiders (kantraki) hadden het niet veel beter. Voor minstens vijf jaar stonden zij onder contract en kregen nauwelijks betaald of fatsoenlijk te eten.

Yash is de zoon van de Raj, van weer een andere vrouw. Hij moet het huis verlaten en sticht zijn eigen familie. “Zijn ideaal is de creolen voorbij te streven. De creolen die zichzelf presenteerden als de echte Surinamers en de Hindoestanen wegzetten als buitenstaanders en als indringers beschouwden.” Yash ontdekt de kleurenwaaier. “Over het algemeen geldt: hoe lichter, hoe elitairder en hoe dieper de afkeer tegenover het anders-zijn.”

De volgende delen gaan over de generatie na Yash. Hij wordt Bappa genoemd. Mukesh is een van de jongere zoons. Hij is een beetje een buitenbeentje. Hij ziet de Pandit (priester) niet als een heilige maar als een oplichter. Omdat Mukesh zo slim is mag hij verder leren in Paramaribo. Hij trouwt met  Seema Sharma; op de dag van de trouwerij gaat zijn moeder dood.

Spoorslags vertrekt Mukesh naar Nederland. Waarom dit zo snel moest gebeuren begrijp ik niet helemaal. Vooral omdat hij Seema achterlaat bij zijn familie. Hij gaat wonen en werken in Almelo. Het derde continent. Het valt niet mee. Zijn vrouw volgt een half jaar later. Voor haar is het ook een grote schok, maar langzaam bouwen zij een nieuw bestaan op. Zij krijgen twee kinderen.

Het laatste deel speelt zich af in deze tijd in Rotterdam. De kinderen Stefan en Sandra zijn jongvolwassen en worstelen met hun identiteit. Sandra kent dezelfde behoeft om verhalen te vertellen en te schrijven als haar vader en vooral als haar overgrootmoeder Shakuntala. Bappa, die over is uit Suriname, ziet in haar een grote gelijkenis met deze vrouw.

Door het boek heen vertelt Singh het verhaal soms van buitenaf. Zij geeft dan de jurken of een potlood gedachten mee en laat hen gesprekken voeren. Het schrift met verhalen belandt uiteindelijk bij Sandra. De doorgaande lijn vanaf haar overgrootmoeder krijgt hiermee extra kracht.


Hierboven heb ik slechts de grote lijn van het verhaal weergegeven. De zijpaden, de details, de verhalen van broers en zussen zijn boeiend. Het grote thema is de ontworteling en het opbouwen van nieuwe (familie)verbanden en tradities. Ik las veel dingen over de Hindoestaanse cultuur die ik niet wist. Dat alleen al maakt dit boek het lezen waard. 8 oktober is Shantie Singh een van de gasten op het festival Woordnacht. Ik mag haar dan interviewen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen