zaterdag 27 augustus 2016

Jente Posthuma – Mensen zonder uitstraling


‘Mensen zonder uitstraling’ is het debuut van Jente Posthuma. Het boek en de schrijfster staan veel in de belangstelling. Terecht, want dit debuut is uitermate verfrissend. De vlot vertelde levensgeschiedenis van een vrouw waarvan de moeder jong overleden is en waarvan de vader, psychiater van beroep, moeite heeft contact te leggen met zijn dochter, is tegelijkertijd bijzonder humoristisch en bijzonder tragisch.


De eerste hoofdstukken lezen als korte verhalen. De hoofdpersoon is kind. Zij mag geen leugens vertellen van haar moeder. Tijdens de kerst maakt moeder zich over van alles zorgen. De visite zit klaar. De parelhoen is dit jaar alweer mislukt. Dochter zegt dat zij liegt. Het gevolg is een huilende moeder en een kind dat zich schuldig voelt.

Zij ziet zichzelf als het kind dat de problemen voor haar moeder moet oplossen, maar de schuld ligt natuurlijk niet bij haar. Deze thematiek vind je ook terug in de boeken van Griet op de Beeck. Posthuma beschrijft het kinderleed even scherp, maar heeft een luchtiger toon.

Haar moeder gaat jong dood. “Een paar jaar later kwam ik erachter dat mijn moeder helemaal niet mislukt was geweest. Ze was niet dik, zag ik toen ik oude foto’s bekeek. En achter in de linnenkast, onder haar onderbroeken, vond ik een ruitjesschrift vol verhalen. Ze kon prachtig schrijven. Leugenaar! riep ik, maar dat hoorde ze niet. Ze lag beneden in de woonkamer in een ziekenhuisbed. Mijn vader had me gevraagd een onderbroek voor haar te halen, want het was tijd om haar te verschonen.”

Na haar dood moet zij een nieuwe band met haar vader opbouwen. Hij is psychiater en hanteert een aantal simpele therapieën, die hij ook zijn dochter meegeeft, zoals: deel de dag in tijdsblokken in. Hij kan niet koken en nauwelijks praten met zijn dochter.

Posthuma vertelt in razend tempo de geschiedenis van de dochter. Door de terugblikken leert de lezer haar steeds beter kennen. Zij kan zich moeilijk binden aan anderen. Zij gaat enige tijd naar Parijs, weg van de man, een schrijver, waar zij een relatie mee onderhield.

Parijs is geen succes. Met haar vader gaat zij terug naar Nederland. De woorden schuld en gebondenheid spoken door haar hoofd. De schrijver zat vast. Hij had niet gekozen. “Ach, zei mijn vader, het is niet erg om aan iemand vast te zitten, maar je moet wel blijven functioneren.” Hij doet dat zelf niet meer zo goed sinds de dood van zijn vrouw. “Vrijheid is helemaal niet zo geweldig, hoor. Uiteindelijk betekent het gewoon dat je in je eentje thuiszit.”

Dit klinkt wat zwaar, maar veel scenes zijn juist speels: Een healer die zij bezoekt vertelt dat zij in een vorig leven een elf was geweest; haar vader die op het afscheidsfeestje voor zijn pensionering  perse ‘I did it my way’ wil zingen; haar therapie omdat zij niet meer tegen de eetgeluiden van haar vriend kan. Het zijn mooie verhalen, maar evenzeer schrijnend.

Soms worden hele drama’s in een notendop verteld. De grootouders van moeders kant zijn Jehova’s. Zij hebben hun dochter verstoten. Op haar sterfbed komen zij nog eenmaal langs. Hun dochter kan nog smeken om vergiffenis. ”Het kan nog steeds.” Het thema voor Postuma’s volgende boek ligt hier al klaar.

Centraal in het hele boek staat de moeder. Zij vond haar dochter niet ambitieus genoeg. Haar eigen niet-slagen had andere oorzaken. “Het niet-slagen van mijn moeders acteercarrière lag volgens haar aan mijn geboorte en aan mijn vader, die weinig thuis was vanwege zijn werk. Later lag het aan haar ziekte. Een docent van de toneelschool had gezegd dat ze van alle leerlingen dat jaar de meeste getalenteerde was.”


De vormgeving van deze korte roman van Jente Posthuma is bijzonder. De blauwe tekening op de voorkant springt er meteen uit en sluit nauw aan op de titel. Het hele boek is in blauwe letters gezet. Eerst leek mij dat te gaan irriteren, maar uiteindelijk past het uitstekend bij dit boek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen