dinsdag 29 maart 2016

Bobschrift 2012

Het tweede Bobschrift, uit 2012, gaat door op dezelfde voet als Bobschrift 2011: herinneringen aan en verhalen over Bob den Uyl en opgerakelde belevenissen in de stijl van Bob. Het is een rijk nummer.


Rascha Peper schrijft over haar contact met Bob den Uyl toen zij haar eerste roman schreef, een probeersel. Bob was onverbiddelijk. Haar proza deugde niet: teveel uitweidingen en Tante Betjes. En voor een realistisch verhaal zaten er teveel onrealistische gebeurtenissen in. Hij geeft nog een kleine verontschuldiging: “Je treft het niet; gisteren ben ik op mijn leesbril gaan zitten, zodat ik mij nu moet behelpen met een reservebril die slecht past en steeds van mijn kop valt. Dit knaagt aan mijn traditioneel goede stemming.” Mooie Uyliaanse zinnen.

Rascha Peper heeft zijn harde kritiek serieus genomen, want zij schreef later de ene na de andere prachtige roman. Zij kon zich denk ik minder vinden in zijn antipathie voor Ida Gerhardt, een dichteres die door Peper werd geciteerd. Toch laat zij Bob hier ruim aan het woord: “dat verwaten toontje, die soms amateuristisch aandoende rijmelarij, die verhevenheid!” En zo nog een halve pagina door.

Ook in deze bundel is een bijdrage van L.H. Wiener opgenomen. Hij schrijft over de waardeloosheid van Bobs boeken. De boeken zien er smakelijk uit, maar: “Je kon geen boek van Bob den Uyl openen of krak zei de rug en een heel katern stak zijn tong naar je uit.” Hij komt tot een pleidooi voor een uitgave van zijn verzameld werk in een solide hardcover editie.

Het sterkste verhaal in deze aflevering vind ik ‘De Hitlertafel’ van Nico Keuning. In het spoor van Bob den Uyl reist hij naar Duitsland om plekken te bezoeken waar de Führer ooit is geweest. In een restaurant in München vindt hij de Hitlertafel terug.

Hier at hij regelmatig aan een achtpersoonstafel, zoals Bob den Uyl in 1978 optekende. Het personeel in de zaak is wat terughoudend. Er wordt gewezen naar een zijvertrek waar twee kleine tafels staan. Hij is doorgezaagd. Voor de klandizie is het beter zo. Nico Keuning is verbijsterd, maar later ontdekt hij dat fantasie en werkelijkheid lastig zijn te scheiden in het universum van Bob den Uyl.


Voor elk denkbaar onderwerp is plaats in Bobschrift. Wim Huijser schrijft een aardig stuk over Cees Buddingh en Bob den Uyl. Zij hebben elkaar slechts vluchtig ontmoet en Buddingh schreef zelden over hem in zijn dagboeken. Na zes pagina’s is de conclusie getrokken dat er geen enkele anekdote bestaat waar de beide schrijvers een rol in spelen. Er valt eigenlijk niets over te zeggen. Op deze manier is er nog decennia stof om het Bobschrift te vullen, gelukkig maar.

1 opmerking:

  1. Die Bobschriften zijn inderdaad leuk om te lezen, of beter gezegd: waren want helaas zijn ze er in 2015 mee opgehouden. Uit het totaal aan stukjes wat Den Uyl voor Het Vrije Volk en Punt Uit geschreven heeft zou je nog een prima selectie kunnen publiceren.

    BeantwoordenVerwijderen