zondag 20 maart 2016

Griet op de Beeck – Vele hemels boven de zevende

‘Vele hemels boven de zevende’ is het debuut van Griet op de Beeck uit 2013. Morgen verschijnt de 42ste druk. Op de Beeck laat vijf personages aan het woord: de twaalfjarige Lou, haar moeder Elsie, Eva, de zus van Elsie, hun beider vader Jos, en  Casper, een vriend van Eva en de minnaar van Elsie.


De korte paragrafen zijn telkens vanuit een van de vijf gezichtspunten geschreven. Centraal staan de twee zussen, met daaromheen een reeks familieleden. Vanaf het begin van het boek is het duidelijk: niemand zit lekker in zijn vel en de familieverhoudingen zijn meer dan verstoord. Halverwege kom je tot de conclusie dat familie het ergste is wat een mens met zich meedraagt. Nergens zie je een lichtpunt. ‘Vele hemels boven de zevende’ biedt weinig ruimte voor humor en relativering. Het taalgebruik daarentegen is mooi verzorgd en soms zelfs lichtvoetig.

Eva werkt in de gevangenis. Zij wil graag een vaste vriend, maar maakt het zichzelf soms moeilijk. Het gaat vaak mis, waarna de omgeving ongeïnteresseerd of neerbuigend reageert. Zij is ook wat te dik en niet bijzonder knap. “Ik ben zesendertig. Ik vraag mij af of mensen bijleren. Ik denk soms dat ik elke keer weer met die kop knalhard naar dezelfde muur toe loop. Soms denk ik iets anders. Leven van de hoop heet dat.”

Lou houdt wel van Eva. Zij zoekt troost bij haar als het mis gaat op school, als zij gepest wordt of denkt dat niemand om haar geeft. Zij is een slim kind dat probeert de volwassenen om haar heen te doorgronden en maar niet begrijpt waarom haar ouders soms zwijgen dan weer ruzie maken, maar nooit eens normaal met haar praten. “Mama en papa doen nu wel vriendelijk tegen mij, maar wat mensen echt denken, dat kun je toch nooit weten. Misschien hebben ze wel nachtmerries over mij, hun mislukte kind.“ De vroegwijze Lou heeft veel weg van de jonge Mona uit ‘Kom hier dat ik u kus”.

De vader van Eva trekt zich het liefst terug. Jos hoeft niet zo nodig familie of andere mensen te zien. Liever drinkt hij een borrel, of twee. Hij walgt af en toe van zijn eigen vrouw Jeanne, wat inderdaad een kreng is. Jeanne beklaagt zich voortdurend, maar is ook zelf niet in staat geweest haar kinderen liefde te geven. Jos is heel anders: “Ik hou niet zo van kiezen. Jenever of whisky, dat gaat nog net. Maar verder. Ik heb gemerkt dat je verbazingwekkend weinig hoeft te doen ook, als je niet wilt. Sommige dingen gebeuren gewoon, en bepalen bijna alles wat daarna komt.”
  
Elsie is nog het meest dynamische familielid. Op zoek naar geluk stort zij zich in een relatie met Casper. Zij krijgen geen genoeg van elkaar. Hun beider ontrouw neemt soapachtige vormen aan. Dit vond ik zelf de twee minst interessante personages. Uiteraard kan het niet goed aflopen.

Het thema in het hele boek is de vraag of je kunt ontsnappen aan je omgeving, of je kunt loskomen van je familie. Casper probeert zijn lot als volgt te verwoorden. “En als we nu eens gewoon afspreken dat we vanaf nu allemaal krijgen wat we verdienen? Dat zei Eva eens toen we samen dronken waren geworden. Ik dacht daaraan toen ik op restaurant at met vrienden, en toen dacht ik aan Elsie, en aan mij, en aan de wereld: ja, als we dat nu eens gewoon afspraken.”


‘Vele hemels boven de zevende’ is een aangrijpend boek over het lot van een aantal familieleden, die niet in staat zijn keuzes te maken. De vorm van het boek doet denken aan een theaterstuk. Dat is geen toeval. Griet op de Beeck komt uit de theaterwereld. De ellendige passages kregen halverwege het boek iets eentonigs, maar naar het einde slaat het noodlot nog eenmaal keihard toe.

2 opmerkingen:

  1. Gezien hierboven niets wordt vermeld over de titelkeuze 'Vele hemels boven de zevende', wil ik graag aangeven dat hij toch wel mijn aandacht heeft getrokken. We kennen allemaal de uitdrukking 'in de zevende hemel zijn', waarmee we aangeven dat we 'gelukkig' zijn. Als er dan zoveel hemels méér zijn boven de zevende, kan je ervan uitgaan dat je 'dolgelukkig', zelfs 'euforisch' bent. Eva geeft dit aan in haar antwoord op pagina 228, wanneer haar nichtje Lou haar vraagt hoe het voelt om voor het eerst gekust te worden door een jongen. (...) 'Dat was fantastisch', zei ik, 'vele hemels boven de zevende'.
    Een tweede verwijzing naar de titel volgt op pagina 248. De situatie is op dat moment dramatisch: Eva heeft zelfmoord gepleegd en Lou stopt een afscheidsbrief in Eva's kist. Die brief eindigt met: '(...) ik duim dat ge nu zijt waar het prachtig is, ergens hoog of ver, ik weet het niet, maar bij voorkeur alvast vele hemels boven de zevende'.
    Hoewel ik met dit commentaar een tipje van de sluier heb gelicht, hoop ik vooral dat dit je er niet van weerhoudt dit prachtige boek te lezen.

    BeantwoordenVerwijderen