woensdag 28 september 2016

Maartje Wortel – Goudvissen en beton

Het is niet meteen een positieve kwalificatie als er op de achterflap van een boek staat dat het verhaal niet is uit te leggen. De novelle ‘Goudvissen en beton’ wordt een oneindig verhaal genoemd. Het verhaal gaat onder andere over Tilburg aan zee.


De vader van de verteller is in Tilburg terecht gekomen nadat hij een afslag nam en in een café wat ging drinken. De gasten zeiden bij zijn binnenkomst: “Eindelijk is daar iemand”. Hij voelde zich er meteen huis en zei: “Eindelijk, de zee.”

Hij besloot te blijven wonen in Tilburg en ontmoette er zijn vrouw. Op dezelfde spontane manier verbond hij zich meteen met haar. Hij zag haar op de dansvloer en zij moest met hem mee. “Haar dansen leek meer op: het zwaaien met armen. En voor dat gezwaai was mijn vader gevallen omdat hij vermoedde dat mijn moeder hem met grote vastberadenheid wild enthousiast gedag zei.”

Mooi beschrijft Wortel deze scenes van een onhandige en wat wereldvreemde man, die experimenten uitvoert die altijd leken te mislukken. Hij dronk teveel en raakte snel ontroerd. Vooral als hij met mensen sprak die hetzelfde tegen de dingen aan keken als hijzelf, als hij een geestverwant vond.

Wortel vermengt dit verhaal over de vader met een aantal andere verhalen en met bespiegelingen. Mij wordt het wel eens wat te abstract. De hoofdstukken zijn genummerd en bevatten soms maar een paar regels, zoals: “Rust nu maar uit. De vissen in de zee weten hoe jij je voelt.” Het is fijne poëzie, maar ‘Goudvissen en beton’ bevat naar mijn smaak iets teveel van dergelijke poëtische passages.

Daarentegen kan Wortel in een paar zinnen een situatie heel tastbaar beschrijven. De hoofdpersoon gaat aan de andere kant van Tilburg in een studentenhuis wonen, met een stel vieze jongens. “De jongens waren met zijn vijven en deden niets anders dan duistere films kijken (vhs), bier drinken en discussiëren over wat zij het leven noemden maar wat in de praktijk gewoon meisjes waren. Ik hield ook best van meisjes, maar niet zomaar, niet vaak, en die meisjes die het leven van de jongens inwandelden waren vooral een jeugdige opvulling voor de wereld, wat vrolijkheid op de fiets; meer niet.”

‘Goudvissen en beton’ is prachtig vormgegeven. De tekeningen zijn van Janine Hendriks. En die zee in Tilburg? “ Dat snap ik niet helemaal, geloof ik. Dat hoeft ook niet. Je moet er gewoon in gaan.”


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen