zaterdag 24 september 2016

Paul Leautaud – Brieven aan mijn moeder

In de reeks privédomein zijn acht delen van Paul Léautaud verschenen. ‘Brieven aan mijn moeder’ is nummer 269 uit 2009. Het is misschien niet zijn beste boek, maar wel zijn meest opmerkelijke.


Paul Léautaud heeft zijn moeder als kind niet gekend. Zijn vader had eerst een relatie met de zus van zijn moeder. Bij haar verwekte hij een kind, een dochter die op twaalfjarige leeftijd overleed. Pauls moeder heette Jeanne Forestier en was actrice. Drie dagen na de geboorte vertrok zij. Pauls vader zorgde voor een kindermeid.

De eerste jaren komt zijn moeder af en toe kijken hoe het met hem gaat. Wanneer hij negen jaar is ziet hij haar weer, in een hotelkamer. Zij is halfontkleed en buitengewoon lief. Dit maakt een enorme indruk op de kleine Paul. Hij denkt er nog vaak aan terug.

Wanneer Paul twintig is overlijdt de zus van zijn moeder. Hij ontmoet in het huis van zijn grootmoeder in Calais zijn moeder, die hem eerst niet herkent. Het hernieuwde contact brengt een briefwisseling tussen de twee op gang, die maar van korte duur zal zijn. Eerst volgt de ene liefdesverklaring na andere, later steken bij beiden de jaloezie, de kleinzielige ergernissen en de paranoia de kop op.

Léautaud schrijft in het voorwoord over de periode dat hij zijn moeder terugvond. ”Ik was gelukkig, ik had althans de illusie van een zeker geluk. Het was een uniek moment in mijn leven, en zelfs de herinnering die ik ervan heb lijkt op geen enkele van mijn andere emoties, of zij nu betrekking hebben op de liefde of op literair succes.”

Later twijfelt Léautaud of zijn moeder hem echt niet herkende en niet gewoon toneel speelde. Over hun relatie hangt meteen een waas van geheimzinnigheid. Haar man mag niks weten van het contact dat zij hebben.

Hun eerste brieven - eind 1901 - zijn heel onstuimig. Zij woont in Geneve en schrijft “Houd van mij,  geloof in mij, voor jou is er altijd plaats in mijn hart.” En zij noemt hem mijn liefje. Hij schrijft dat hij slechts zijn tederheid te bieden heeft, “die is tenminste helemaal voor u.” Hij besluit zijn brieven met: “Ik kus u uit het diepst van mijn hart.”

Het lijken wel twee geliefden. Paul fantaseert over zijn ontmoeting met haar toen hij negen jaar was en droomt erover weer bij haar in bed te liggen. Maar in zijn dagboek schrijft hij: “Ik voel al dat haar tederheid van lichtzinnige aard is.”

In deze eerste brieven sluipen al de misverstanden binnen. In elke brief wordt teruggekomen op dingen die verkeerd begrepen zijn. Zijn moeder krijgt spijt van wat zij geschreven heeft en dringt erop aan de brieven te vernietigen. Later eist zij dat Paul haar de brieven terugstuurt. De angst dat hij ze aan haar moeder laat lezen speelt hier mee.

De verhouding verslechtert. Op 7 januari 1902 schrijft zij. “Ik ben werkelijk boos, mijn lieve kind, dat jouw gevoeligheid en je emoties je de dingen altijd anders doen interpreteren dan ze gezegd zijn, en corresponderen met jou is echt moeilijk door je betreurenswaardige gewoonte om tussen de regels dingen te lezen die er niet zijn.”

Paul schrijft later: “Voorlopig is onze ‘aardige romance’, zoals u zei, mooi voorbij. U hebt me zelfs, onder ons gezegd, een beetje voor de gek gehouden; ik kijk daar niet heel erg van op. Vrouwen zijn zo gemeen! En je kunt wel moeder zijn, maar daarom ben je toch niet minder vrouw.”

Het gaat van kwaad tot erger. Zij beschuldigen elkaar van leugens. De moeder weigert verder te corresponderen, eerst moet hij haar haar brieven terugsturen. Paul blijft haar een paar maal per jaar schrijven. Zij antwoordt niet meer. 31 december 1904: “Lieve moeder, Ziehier uw corvee van tweemaal per jaar; een brief van mij te lezen.”

Het komt niet meer goed. Tien jaar later wordt zijn moeder door een dienstmeisje aangevallen en vele malen met een mes gestoken, ook in het gezicht. Zij overleeft ternauwernood, maar overlijdt enkele maanden later. Paul heeft later contact met haar man, die van zijn bestaan blijkt te weten. Hij vertelt dat zijn vrouw een verschrikkelijk karakter had. Een zoon schrijft: “Toen ik klein was sloeg ze me aan één stuk door. En toen ik een jaar of zestien was werd ze jaloers op me, op een heel dubieuze manier, wat een enorme verwijdering tussen ons heeft gebracht.” 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten