zondag 2 oktober 2016

Jonathan Safran Foer - Hier ben ik

‘Hier ben ik’ is de derde roman van Jonathan Safran Foer. Zijn eerste twee boeken ‘Everything is Illuminated’  en ‘Extremely Loud and Incredibly Close’ waren wereldwijde bestsellers. Er zat meer dan 10 jaar tussen zijn tweede en deze derde roman. In de tussentijd trouwde hij met de Amerikaanse schrijfster Nicole Krauss en kreeg twee kinderen. Het echtpaar woonde in Brooklyn. In 2014 zijn zij gescheiden.


De Joodse achtergrond van Foer  speelt een belangrijke rol in zijn werk. In ’Hier ben ik’ is Jacob een veertiger, schrijver van televisieseries, getrouwd met Julia en vader van drie zoons. Sam is de oudste, hij doet binnenkort zijn bar mitswa. Op school is hij door een docent betrapt op een racistische uiting. Zelf bevestigt noch ontkent Sam het n-woord geschreven te hebben.

In de eerste honderd pagina’s is dit een belangrijk thema. We leren het gezin kennen. Foer schrijft het verhaal vanuit meerdere perspectieven, de moeder, de vader, Sam. Het huwelijk van Jacob en Julia zit op een dood spoor. Zij zwoeren ooit aan elkaar totale openheid. Jacob blijkt nu meer en meer geheimen te hebben. Julia vindt een tweede telefoon van Jacob, waaruit zij opmaakt dat hij een affaire heeft.

Het uit elkaar groeien van het echtpaar komt in een stroomversnelling. De spanningen in het gezin nemen toe. “Hoe konden twee volwassen mensen, twee volwassen mensen die elkaar zo lang kenden en samen zoveel hadden meegemaakt –zoveel post, zoveel gevulde afwasmachines – zo bang zijn geworden om samen alleen te zijn?”

Foer drukt zich in het hele boek veel uit in dialoogvorm. In het eerste deel van het boek, waarin de huwelijkscrisis en de bar mitswa van Sam centraal staan, kon ik moeilijk in het verhaal komen. De stijl is wat springerig, de gesprekken gaan snel. Na 150 pagina’s ging het mij pas echt boeien.

Hoe het precies zit met de tweede telefoon blijft vooralsnog onduidelijk voor de lezer. Later doet het er niet meer zoveel toe. Dit is een terugkerend element in ‘Hier ben ik’. De vraag rond het n-woord - heeft Sam het wel of niet gedaan? de ouders denken er verschillend over – verdwijnt naar de achtergrond. De context wordt belangrijker. Er wordt ingegaan op de reden die Sam zou kunnen hebben als hij het gedaan zou hebben, bijvoorbeeld dat hij eigenlijk geen zin heeft in zijn bar mitswa. Zo staat het boek vol met tegenstellingen, die later geen tegenstellingen blijken te zijn. Honderden pagina’s verderop zegt Sam: “Te zijn of niet te zijn. Dat is de vraag. Te zijn én niet te zijn. Dat is het antwoord.”

Het verhaal krijgt een paar nieuwe elementen. De geslaagde neef van Jacob komt vanuit Israël met zijn familie logeren om de bar mitswa van Sam bij te wonen. Daarna overlijdt de grootvader van Jacob. Sam had een speciale band met hem. Maar het belangrijkste thema is de grote aardbeving in het Midden-Oosten, waardoor het land Israël in een crisis terecht komt. De haat jegens het Joodse volk laait hoog op. Er breekt oorlog uit. Er zijn epidemieën en er heerst hongersnood. De ramp is geologisch, niet politiek, beweert Jacob. Zijn neef Tamir verbetert hem: “alles is politiek.”

Foer laat vervolgens in ‘Hier ben ik’ de thema’s religie, politiek en het huwelijksleven naadloos in elkaar grijpen. Nog steeds beslaan dialogen vele pagina’s achtereen en door Jacobs herinneringen, bijvoorbeeld aan zijn bezoek als kind aan Israël, krijgt zijn leven meer vorm voor de lezer. Maar de gesprekken, met bijvoorbeeld zijn neef, worden venijniger en politieker. De discussies gaan vaak over zijn Joodse identiteit.

Waar staat het huis van Jacob? Hij moet verhuizen als hij gaat scheiden van Julia. Ligt zijn thuis niet in Israël? Moet niet iedereen terugkeren naar huis om het land te verdedigen? Verhalen uit de Thora worden vaak aangehaald. De titel van het boek ‘Hier ben ik’ verwijst naar Abraham, die zijn zoon Izak gaat offeren. Abraham stelt geen vragen, maar zegt alleen: hier ben ik.

De vader van Jacob is soms zeer fel. Volgens hem haat iedereen het Joodse volk. “Onze enige betrouwbare vrienden in Europa zijn de Duitsers, en is er nog iemand die eraan twijfelt dat er een dag komt dat ze door hun schuldgevoel en hun lampenkappen heen zijn?”

De drie kinderen van Jacob en Julia zijn vroegwijs. Ze praten als volwassen, doen woordspelletjes en stellen voortdurend filosofische vragen. “Als God alles weet, waarom moeten we dan nog briefjes schrijven en die in de Klaagmuur stoppen?”

De uitleg van woorden en namen komt geregeld voorbij. Jacob betekent ‘hielvastpakker’. Hij worstelde met God en kreeg een andere naam: Israël, wat ‘worstelt met God’ betekent. Dit koppelt Foer  meteen aan de staat Israël. Het gaat niet om het loven, liefhebben of vereren van God, maar om het worstelen, wat gekenmerkt wordt door nabijheid. Het Joodse volk staat dus dicht bij God.

Niet alle passages eindigen in zulke bespiegelingen. Het boek is heel rijk. Het is ondoenlijk om alle verhaallijnen hier te bespreken. Interessant is Sams dubbelleven als Avatar, maar ook de in het verhaal steeds terugkerende oude hond Argus. Jacob zou hem eigenlijk moeten laten inslapen. Mooi is ook hoe de oude Jacob jaren later  terugkijkt op deze periode van zijn leven. En hier overal doorheen klinkt de breuk tussen twee geliefden. “Het probleem – als puntje bij paaltje kwam, nu er definitief een punt achter zijn huwelijk was gezet – was het oplossen van de vraag welke spullen van wie waren. Hoe had het leven zo ver kunnen afdwalen. Tot het punt waarop deze vraag belangrijk was? En hoe had het leven er zo lang over kunnen doen?”

In vergelijking met Foers eerdere romans is ‘Hier ben ik’ complexer en minder doelgericht. Het verhaal komt naar mijn smaak wat te langzaam op gang, terwijl de dialogen op de eerste 100 pagina’s juist heel snel zijn en soms van de hak op de tak springen. Ben je hier eenmaal doorheen, dan wordt het dikke boek steeds beter.

Liefhebber van de twee andere romans zullen ‘Hier ben ik’ zeker kunnen waarderen. Lezers die deze boeken niet kennen zullen misschien afgeschrikt worden door de vele bespiegelingen en het intellectuele karakter van het boek. Je moet ook houden van het Joods milieu waarin het verhaal zich afspeelt. Grote voorkennis is hiervoor echter niet nodig.

Het meest boeiend vond ik hoe Foer bepaalde vragen opwerpt waarop de lezer een antwoord verwacht. Is Jacob echt vreemd gegaan? Doet Sam zijn bar mitswa? Gaat Jacob naar Israël? Hij houdt deze en andere zaken geheim en bouwt daarmee spanning op. Later in het boek verschuift het perspectief, andere gebeurtenissen krijgen voorrang en de antwoorden op eerdere vragen zijn niet meer interessant. Heel knap overtuigt hij op dat moment de lezer hier ook van.

Uiteindelijk blijkt niets eenduidig te zijn, zoals de oorlog in het Midden-Oosten: “we hebben gewonnen maar we hebben verloren.” Heel grappig laat Jonathan Safran Foer dit bijna aan het eind van ‘Hier ben ik’ zien, wanneer Jacob zijn nieuwe huis aan het inrichten is.

“Stel je voor dat je in het hiernamaals komt en dan niet weet of het nu de hemel of de hel is. Pardon? Zou je vragen aan een passerende engel, waar ben ik? Dat moet u aan de engel achter de informatiebalie vragen. En waar kan ik die vinden? Maar hij is al weg. Je kijkt om je heen. Het zou heel goed de hemel kunnen zijn. Het zou heel goed de hel kunnen zijn. Zo ziet IKEA eruit.”


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen