zaterdag 6 februari 2016

Erik Vlaminck – De zwarte brug

Erik Vlaminck is mijn favoriete Vlaamse auteur. Zijn verhalen zijn nostalgisch-tragisch, zijn personages zijn geen helden. Hij schrijft prachtig.

Net als in voorgaande boeken als ‘Suikerspin’ en ‘Miranda van frituur Miranda’ speelt ‘De zwarte brug’ zich deels af in het kermismilieu. Bekende personages, zoals Modest en zijn dochter Laura, duiken weer op. Vlaminck bouwt met elk boek een stuk op van de wereld waaruit hij is voortgekomen. Met ‘De zwarte brug’ heeft hij een meesterlijk werk aan zijn oeuvre toegevoegd.


Hoofdpersoon in het boek is Leo Lenaerts, de jongste van zeven broers, in het laatste jaar van de oorlog geboren, een laatkomertje. De familie van tien personen, er is één zuster in het gezin, leeft in het gat Lillo. Later wordt dit dorpje met de grond gelijk gemaakt en opgenomen in de grote stad Antwerpen.

De mensen van Lilo zijn eenvoudige lui. Leo is een rustige jongen en is anders dan zijn broers. Hij is slim en mag  gaan studeren. Vooral zijn zus Elza – waar hij een speciale band mee heeft - zet hem hiertoe aan en overtuigt de ouders van deze keuze.

Voor de broers is studeren iets voor villamensen, niet voor mensen uit Lillo. “Ik heb nooit begrepen waarom ze onze Leo van jongs af in dat pensionaat gestoken hebben. Die school stond wijd en zijd bekend als een school voor franskiljons en omhooggevallen villavolk. Volgens mij is onze Leo daar wereldvreemd geworden.”

Vlaminck beschrijft het leven van Leo Lenaerts vanuit verschillende perspectieven. Het lopende verhaal wisselt hij af met in een andere stijl opgestelde interviews onder familie en kennissen. Het verhaal verspringt daarmee in de tijd en krijgt de vorm van een documentaire. Tussendoor plaats hij ingezonden brieven die Leo op latere leeftijd aan kranten schreef. De korte brieven staan vol rancune. Zij laten goed het terugverlangen naar het eenvoudige leven van vroeger zien.

De broers van Leo zijn kleurrijke figuren. De oudste is René. Hij is wielrenner, maar houdt zich ook bezig met smokkel en andere ongure zaken. In zijn sport is hij  pragmatisch. “Volgens onze René rendeerde het meer om een coureur te helpen die geen ploegmaat was. Wat dat betreft is koers juist hetzelfde als politiek.”

Jos, een ander broer, raakt in de oorlog een been kwijt en komt hele dagen zijn kamer niet uit. Hij heeft ook geestelijk een tik opgelopen. De situatie wordt onhoudbaar en Jos verhuist naar een inrichting.

Leo komt later te werken als verpleegkundige juist in die inrichting. Hij ziet de barbaarse methoden die de paters erop nahouden en verliest een deel van zijn vertrouwen in de mensheid. De scenes die Vlaminck beschrijft zijn schrijnend. De verantwoordelijke pater op de afdeling is altijd dronken. Leo kan de chaos niet alleen aan. Eens verbranden er bewoners door het hete douchewater. Niemand wordt erop aangesproken. Het harde regime zet gewoon door.

Jos komt te overlijden. Doodsoorzaak is een hartstilstand. De broers denken eerder aan zelfdoding. “Kent gij iemand die niet is dood gegaan door een hartstilstand?”

Leo verlaat de inrichting en gaat werken in een bibliotheek. Hij woont op een eenvoudig etage in de stad. “Dat er mensen zijn die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat hun bult moeten krom werken en dat er mensen zijn die in alle rust boeken zitten te lezen.”

Zijn broers ziet hij zelden. Wel heeft hij soms contact met zijn jeugdvriend Modest. Een groot liefhebber van Trappist. “Trappistenbier is al van in de middeleeuwen een gekend middel om slechte gedachten weg te houden. Hebt ge al eens gehoord over een pater Trappist die een depressie of een burn-out heeft?”

Vroeger was Leo verliefd op de zus van Modest: Betty. Hij ziet haar terug in een café, dat zij bestiert. “Bar Barbados was geen gewoon café. Bij Bar Barbados was er meer te krijgen dan drank en zoute nootjes.” Ondanks hun verschillende karakters trouwen zij. Maar Betty wordt gek van zijn zwijgzaamheid, verlangt terug naar de wereld van bars en kermissen en laat hem in de steek.

Leo leeft – vooral na zijn pensionering – meer en meer teruggetrokken. Wanneer Modest is overleden bezoekt zijn dochter Laura hem nog wel eens. Maar het zwijgzame isolement van Leo is voor niemand te verdragen. Eenzaam zit hij ’s morgens in zijn stamkroeg de kranten te lezen en zich op te winden over deze verrotte maatschappij. Hij spreekt niet, maar is tot alles in staat.

“Dreiging: Burgemeester Bart De Wever wordt met de dood bedreigd. Een of andere gek heeft hem dat per brief laten weten. De burgemeester wordt nu de klok rond bewaakt door een ploeg bodyguards. Het meest onbegrijpelijke aan deze historie is  dat ze in alle kranten breed uitgesmeerd wordt. Wil je meer onverlaten op slechte gedachten brengen?” Leo Lenaerts, Deurne (Het Laatste Nieuws, januari 2015)”


‘De zwarte brug’ is een hele rijke roman. Ik weet dat ik in deze bespreking de karakteristieke stijl, de variatie en de mooie opbouw ervan tekort doe. Het enige wat er voor u op zit is om zelf het boek lezen. Ik raad het iedereen aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten