zondag 7 februari 2016

J.C. van Schagen – Narrenwijsheid

De dichter J.C van Schagen leefde van 1891 tot 1985. Hij werd geboren in Vlissingen en bleef heel zijn leven Zeeland trouw. Hij woonde in Den Haag en Rotterdam en de laatste jaren van zijn leven in Deventer. Hij schreef onnoemelijk veel, zowel proza als poëzie. Daarnaast was hij graficus. Veel van zijn werk gaf hij zelf uit, rijp en groen door elkaar. Niet alles wat hij uitbracht is de moeite van het lezen waard.

‘Narrenwijsheid’ is zijn meest bekende werk. Dit debuut verscheen in 1922 in tijdschrift ‘De Stem’ en in 1925 in boekvorm. Er verschenen vele herdrukken, waarin hij regelmatig teksten toevoegde. Deze uitgave uit 1982 (De Boekvink) is een herdruk van de versie uit 1967, waarbij hij in het nawoord schrijft dat hij is teruggekeerd tot de oorspronkelijke versie. Volgt u het nog? Kortom, dit is de oerversie.

‘Narrenwijsheid’ is niet geheel een poëziebundel. Er staan ook prozaschetsen in. Hij gaf het boek een motto van Spinoza mee. Van Schagen had grote belangstelling voor deze denker. Zijn werk is door Spinoza beïnvloed. Hij citeert hem in het latijn. De vertaling luidt: “Hij die terecht beseft dat alles uit de noodzaak van de goddelijke natuur volgt en naar de eeuwige wetten van die natuur verloopt, hij maakt geen uitzonderingen voor wat vijandig, lachwekkend en verachtelijk zou kunnen lijken en heeft met niets medelijden.”

Zijn gedichten en schetsen hebben iets afstandelijks. Het zijn beschrijvingen. Tegelijkertijd zijn zij ook heel persoonlijk. Dat is knap. Een citaat: “ik heb de tijd / ge moet mij niet zoeken, ik ben overal / ge hoeft niet te speuren in geheime boeken, ik lig open en bloot op straat”

De natuur en de elementen spelen een belangrijke rol in zijn werk. “Als ik nu doodga / zal de grote wind mij nemen / en ik zal zijn in zijn eeuwig zwerven” Ook mooi is: “dat is van de regen die ritselt in het gras, dat is van de vochtige ogen van dieren”

Zijn beste gedicht vind ik ‘Werkelijkheid’. Het is wat atypisch voor deze tijdloze bundel. Als afsluiter het eerste deel:

Ik doe zaken
ik heb een heel grote schrijftafel
en mijn gezicht staat moeilijk
ik praat in een telefoon
en ik heb een mijnheer
die juffrouwtjes kan laten werken
en nog meer mijnheren
de juffrouwtjes ruiken zo lekker
ze ruiken allemaal verschillend
de mijnheren zijn in grote jassen
ik bloos er wel van
het lijken wel Engelsen
en ik begrijp niet, waarom ze doen wat ik vraag

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen