zaterdag 5 november 2016

Stella Bergsma – Pussy album

‘Pussy album’ is een mooi vunzig boek. Hoofdpersoon Eva is verzot op drank en seks en gaat hieraan ten onder. Het verhaal is daarmee snel verteld, maar het gaat natuurlijk om de manier waarop haar ondergang wordt beschreven, de stijl. Het boek is uiterst tragisch, maar bij vlagen ook uiterst humoristisch. Je moet wel tegen een stootje kunnen. 

Eva geeft les op een middelbare school. Voordat de lessen beginnen heeft ze alcohol nodig. Uit bed komend leidt haar weg naar de koelkast om een paar blikjes bier naar binnen te klokken. En de wodkafles ligt standaard in haar lessenaar. Na schooltijd rept zij zich naar de slijter, de alcoholbibliotheek. En dan is er de buurtkroeg, op loopafstand van haar huis: het Knelpunt.

Eva drinkt alles door elkaar, en in een straf tempo. Het is nooit genoeg. Met de Dichter, opgepikt uit de kroeg drinkt zij wijn. In bed kan zij niet slapen. “Wat doe ik hier? Met wijn in zo’n tevreden tempo raak je toch niet bewusteloos.”

De ochtenden vallen Eva soms zwaar. “Zelfde vierkant, andere dag. Nog altijd in leven, maar broodnuchter, dus alles valt me loodzwaar. Vanochtend schudde de Dichter mij wakker. Ik moest opschieten, kon mijn ochtenddrinkroutine niet doen. Bij zo’n half vreemde meteen om bier bij  de Brinta vragen is ook weer zo wat, maar het glijdt wel soepeler de lesdag in.”

Met haar gedrag kan zij zich nog net handhaven op school. De directeur tolereert Eva, vooral omdat hij zich wekelijks door haar laat pijpen. Tijdens vergaderingen heeft zij het moeilijk. “Dronkenschap doseren is scheikunde.” Haar gedachten dwalen af. “Ik ben niet geil. Ik verveel me alleen gewoon de tering.”

Het enige lichtpuntje is een leerling, die The Raven van Edgar Allan Poe uit zijn hoofd kan opzeggen. Zij noemt hem in gedachte voortaan Raven en fantaseert over hem. Fantasie wordt werkelijkheid en Eva moet de school verlaten. In haar dagelijkse leven neemt vanaf nu de drank een nog groter aandeel in.

Zij volgt een verplichte cursus om weer aan werk te komen. Eén jongen bekijkt ze belangstellend. “De rest vergeet ik al terwijl ik naar ze kijk. Wat Marokkanen, wat dikke wijven, een vent met een grote bek. Wegwerpmensen. Allemaal volgevreten van de voedselbank. Hun haar in matjes. Hoog geblondeerd of vettig van de snackbar waar ze iedere avond hun kop naar binnen steken. Zo ken ik ze ook uit de kroegen. Dat soort mensen moet je nooit nuchter zien.” Even later mag Eva de cursusdag vroegtijdig verlaten.

Om toch iets te verdienen, naast haar oprotpremie van school, brengt Eva de post rond. Zij stopt regelmatig bij het Knelpunt voor een drankje. “Daar zitten we weer, een kroeg vol ons. Op de krukken geplakt met onze bek om de tap.” “We hebben de mooiste gesprekken. Meestal lullen we totaal langs elkaar heen. Dat werkt toch het beste.” Iedereen zit hier in hetzelfde zuipschuitje.

Dan treedt er een fijne periode aan. Zij krijgt contact met Raven. Zij hebben elkaar veelvuldig lief en gaan samen op vakantie. Het idyllische beeld van rust in het resort, een zwembad en mooie natuur, wordt overschaduwd van beelden in haar hoofd van dood en verderf. Eva weet het pril geluk te verpesten met haar gezuip de hele dag door.

Dieptepunt is een scene op de begraafplaats waar zij het graf van de moeder van Raven bezoeken. Door de wodka vergeet zij waarvoor zij hier zijn en ziet zij niet het verdriet bij haar vriendje. “Suflijken, met jullie dood! Dat kunnen jullie niet he? Lekker wodka drinken zoals ik.” Met een fles wodka ligt Eva op een grafsteen. “Zal ik een mooie dode vent uit zijn graf trekken? Het is nooit te laat voor een nieuwe hobby.”

Nadat Raven uit haar leven is verdwenen wordt haar wereld kleiner en kleiner. Thuis is het een chaos, het servies ligt kapot op haar balkon. De ene na de ander man sleept zij mee naar huis. Zij kots haar bed onder, enzovoorts.

“Het is zes uur. Tot zover dat, nu dit. Leven en hoe eindelijk eens dood te gaan. Naar de kroeg maar weer, want mijn kamer staart me aan en zelfmoord is ook maar performance-art zonder al te veel publiek. Ik steek een peuk op en draai een sliert wc-papier tot tampon, want die heb ik natuurlijk niet in huis. Ik prop de boel naar binnen en trek een broek aan. Geen onderbroek uiteraard, superslecht voor je vagina las ik laatst. Vrij laten ademen die boel. Bovendien zou ik niet weten waar die zijn.”

Dan wordt zij ook in het Knelpunt geweerd. Wat rest is de gang van slijterij naar huis, naar slijterij naar huis. Het loopt niet goed af met Eva.

Eva is extreem. Maar waar haar extreme gedrag vandaan komt, wordt in ‘Pussy album’ niet geheel duidelijk. Natuurlijk is er een geliefde waarmee zij ooit samenwoonde. Aan het einde van het boek denkt ze steeds meer aan hem terug. Er is een moeder die tevergeefs haar antwoordapparaat volpraat en er zijn flarden van minder aangename jeugdherinneringen. Boven dit alles bezit Eva een soort oerdrift, een haat tegenover alles om haar heen, gepaard aan een intense verveling. De enige manieren om de wereld aan te kunnen is haar te verkrachten of het zicht erop te benevelen met drank.

Stella Bergsma heeft in ‘Pussy album’ een hoofdpersoon neergezet die je zelden vindt in de Nederlandse literatuur: de volbloed alcoholist. Buitenlandse voorbeelden zijn er in overvloed: Venja uit ‘Moskou op sterk water’ van Venedikt Jerofejev, John Grant uit ‘Wake in Fright’ van Kenneth Cook of Geoffrey Firmin uit Under the Volcano van Malcolm Lowry. En natuurlijk het volledige werk van Charles Bukowski. Het zijn drinkers, maar zij hebben ook iets sympathieks omdat het antihelden zijn. Maar opvallender is, het zijn allemaal mannen.


Eva is een vrouw, dat maakt het boek  bijzonder. Zij is irritant, asociaal, bij vlagen  bezeten, maar zij is ook de (anti-)held die vastberaden doch halfbewusteloos haar ondergang tegemoet gaat. ‘Pussy album’ kreeg van critici als Sylvia Witteman en Jeroen Vullings lovende recensies. Er waren online ook  uiterst negatieve kritieken, onterecht vind ik. Het boek kent geen interessante verhaallijnen, maar het monomane perspectief van Eva bleef mij boeien. En het taalgebruik van Stella Bergsma is verrassend: snel, kortaf, plastisch, cynisch en humoristisch. Zou de hoofdpersoon Evert hebben geheten dan was het boek wellicht minder bekritiseerd, maar dan was het ook minder opgevallen.

1 opmerking: