vrijdag 23 mei 2014

Jeroen Brouwers – Helene Swarth. Haar huwelijk met Frits Lapidoth 1894-1910


Naast het schrijven van prachtige romans bestudeert Jeroen Brouwers intensief de Nederlandse letteren. Dit heeft in 1985 geleid tot deze biografie van een van onze grootste dichteressen, Hélène Swarth.


Brouwers behandelt haar hele leven, maar legt de nadruk op de periode van haar huwelijk met de eveneens totaal vergeten journalist-schrijver Frits Lapidoth.

Hélène Swarth werd geboren in 1859. Zij bracht haar jeugd door in Vlaanderen en schreef haar eerste werk in het Frans. Vrij snel schakelde zij over op het Nederlands en in de jaren 80 van de 19de eeuw was zij beroemder dan Willem Kloos. Zij stond toen bij de Tachtigers al bekend om haar droefenis, al wist niemand precies waarom.

Veel over haar leven is onbekend. Zij had de gewoonte om al haar brieven te versnipperen. Dit is een van de redenen dat haar naam verloren is gegaan voor de literatuurgeschiedenis. Daarbij heeft zij nooit een rel veroorzaakt en stond zij, los van het contact met de Tachtigers, buiten elke beweging. De enige ‘stroming’ waartoe zij zich aangetrokken voelde was de esoterische: zij was een liefhebster van het oproepen van geesten, het houden van seances, enzovoorts.

Jeroen Brouwers geeft - voor zover de bronnen dat toelaten - een genuanceerd beeld van Swarth. Aan de ene kant schrijft hij dat zij voor haar ongeluk altijd de schuld aan anderen gaf. Zij was vaak alleen met zichzelf bezig. Aan de andere kant zijn er getuigenissen uit haar latere leven dat zij zeer liefdevol was en zichzelf wegcijferde voor anderen.

Hélène Swarth was in de dertig en had enkele mislukte liefdes achter de rug toen zij met Frits Lapidoth trouwde. Zij schreef aan haar vriend Pol de Mont: “ Ik ben overtuigd, nu een man te hebben gevonden die mij volkomen begrijpt en die mij gelukkig zal maken.”

Helaas, zij raakte snel teleurgesteld, hij was “op de huwelijksreis al! Zoo verschillend van den teederen minnaar, dien ik meende te hebben gevonden “. Zij zag altijd alles van de zwartste kant. Bij deze opmerking is het goed te weten dat zij dit pas aan het einde van haar huwelijk schreef.

De verschillen waren groot. Zij was weemoedig, hij een levenslustige kerel. Lapidoth werd tijdens zijn leven alom geprezen. Hij was schrijver, maar vooral journalist en publicist. Hij schreef columns, kritieken, boek- en theaterrecensies en had een enorme productie. Hij ging graag naar het theater, terwijl zijn vrouw thuis bleef. Het kon niet goed gaan tussen die twee. 

Brouwers verwoordt hun relatie als volgt: “Zijn ongeluk bestond eruit dat hij was getrouwd met de grootste Nederlandstalige dichteres van zijn  epoque – een onmogelijk totaal verzeurd persoon. Een meelijwekkende, zichzelf vereenzamende en voortdurend in de weg lopende vrouw die bang was van het leven.”

Hélène Swarth was uitsluitend dichteres, en een hele goeie. Haar prozawerk was niet best, van beeldende kunst had zij maar beperkt verstand en interesse in wat collega-kunstenaars deden had zij nauwelijks. Maar tijdens haar huwelijk verscheen er bijna jaarlijks een dikke bundel met poëzie van hoog niveau.  

Brouwers trachtte in deze biografie meer persoonlijks over Swarth en Lapidoth te weten te komen. Hij speurde kranten na op recensies en andere publicaties en groef in archieven zoals die van het Nederlands Theater Instituut. Dit leverde niet altijd wat op: “alles verdwijnt bij het uitademen van de tijd.”  

Een opmerkelijke bezigheid die ons wel bekend is van de dichteres, is dat zij eindeloos kinderjurkjes naaide voor een of ander goed doel. Wat dit doel is geweest, daar kwam Brouwers niet achter.

Hélène Swarth woonde de laatste jaren van haar leven in Velp, bij mevrouw Salemink in. Zij onderhield via brieven het contact met de buitenwereld. Brieven die zij bleef versnipperen. Toen zij stierf op 20 juni 1941 dacht iedereen dat zij al geruime tijd dood was.

Mevrouw Salemink zat aan haar ziekbed en zag haar doodgaan. De stervende stak haar handen uit naar een Christusbeeld boven het bed. Haar laatste woorden waren: “ is de post al geweest?”

Brouwers heeft met deze biografie op basis van beperkt bronnenmateriaal een mooi portret geschreven van een vergeten dichteres. Tot slot natuurlijk een werk van haar:

Sterren

O de heilige onsterflijke sterren, hoog boven mijn sterfelijk hoofd,
Waar 't geloof met zijn kindervertrouwen mij een hemel eens had beloofd,
Als deze ogen zich sluiten voor eeuwig en dit lijf wordt ten grave gebracht,
O de stille onbegrijplijke sterren! o ’t mysterieënheir van de nacht!

Lief, de dag is zo druk en zo nuchter, zo voor 't kleine en voor 't stofflijke alleen,
En de mensen verloochnen hun ziel en naar 't eeuwige leven vraagt geen.
Kom met mij waar de heilige nacht met haar ogen van sterren wenkt,
Waar een adem van liefde ons omzweeft en de Hoop met haar beker ons drenkt.

Lief, eens zullen wij sterven, wij beiden, wij samen of ieder alleen,
En het graf is zo diep en de hemel zo hoog en of God leeft weet geen.
En 'k heb niets dan de stem van mijn hart, die mij 't eeuwige leven belooft,
En de heilige onsterflijke sterren, hoog boven mijn sterfelijk hoofd.

2 opmerkingen:

  1. Jeroen Brouwer lezend stuitte ik toevallig op dit stukje. Mooie recensie van het boek. Die Helene Swarth zou eigenlijk best weer eens uit de mottenballen gehaald mogen worden. Ze heeft mooie, gevoelige gedichten geschreven en Jeroen Brouwers heeft een mooi boek over haar leven geschreven.

    Gerrit Brand www.gerritbrand.nl

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Helemaal mee eens. Ik heb een paar maal gedichten van haar voorgedragen bij een lezing: algehele waardering. Alleen jongeren vonden er geen klap aan.

    BeantwoordenVerwijderen