dinsdag 20 mei 2014

Miek Zwamborn – Vallend hout


Twee mensen onderhouden een tuin, de naamloze verteller of vertelster en Siep. Vallend hout wordt in de flaptekst een roman genoemd. Het is evenzeer een tuinboek.

Siep heeft de leiding in de tuin. Als hij vindt dat er gesnoeid moet worden dan gebeurt dat ook. Als Siep zich ergens geen zorgen over maakt, dan is waarschijnlijk alles in orde. Siep doet het zware werk; hij klimt in bomen om takken af te zagen. Siep staat ook midden in de nacht op om te zeggen dat de Victoria Amazonica in bloei staat. Dit gebeurt maar zelden, dus de hele nacht wordt  de bloem bewonderd.

Miek Zwamborn beschrijft het tuinwerk en legt voortdurend het hoe en waarom van het onderhoud uit. Na 20 pagina’s vroeg ik mij wel af waar deze roman heen gaat. Als lezer krijg je geen enkele context: waarom onderhouden zij deze tuin? Zijn ze bij iemand in dienst? Waar komen Siep en de verteller vandaan? Je leest er niets over. Alles speelt zich af binnen het hier en nu van de tuin.

In Vallend hout staan prachtige details, zoals het gegeven dat de meeste slingerplanten met de klok mee slingeren. De hop en de kamperfoelie echter tegen de klok in. Bitterzoet schijnt geen voorkeur te hebben.

Halverwege krijgt het verhaal een dramatische wending, waarna de verteller er alleen voor staat. Het onderhoud van de tuin verandert langzaam. Er vallen steeds meer bomen om. De tuin wordt kaler en leger. Het laatste hoofdstuk begint met de zin: “Zolang de stobben stonden, leefde de tuin.” Deze stobben worden vervolgens uitgegraven.

Vallend hout is een mysterieus boekje. Het is schitterend uitgegeven en heeft een mooie omslag. Ik kende Miek Zwamborn nog maar net van naam en puur toevallig vond ik afgelopen weekend deze zeldzame uitgave.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen