vrijdag 15 maart 2024

Marten Toonder - Het Bommel-verschiet


 

Geregeld wordt de Bommel-liefhebber getrakteerd op een heruitgave uit de Bommelsaga met een voorwoord waarin de actualiteit van een verhaal wordt belicht. Voor deze recente versie van Het Bommel-verschietschreef Ronald Giphart met behulp van ChatGPT een voorwoord. Het is zonde van het gebruikte papier dat dit interview met AI hierin is afgedrukt. Giphart heeft zelf ook in de gaten dat wat ChatGPT aan gortdroge beleidstaal uitkraamt heel ver afstaat van het taalgebruik van Marten Toonder. Alleen met zeer veel moeite lukte het mij het zeven pagina’s tellende, betekenisloze voorwoord uit te lezen. Als dit de toekomst van AI is dan heeft de literatuur niets te vrezen. Dan rest de vraag waarom Giphart dit als voorwoord wilde en de uitgever ermee instemde.

 

Het Bommel-verschiet is het 176ste en daarmee het op een na laatste verhaal dat Toonder schreef en tekende. Het stond in 1984/1985 in de krant. Zoals wel vaker wordt Rommeldam (de mensheid) bedreigd en ziet Bommel in eerste instantie het gevaar niet, ondanks waarschuwingen van Tom Poes. In het geheim wordt er voorbij Het donkere bomenbos door de beste wetenschappers gewerkt aan de toekomst, waarin machines de mens van alle gemakken zullen voorzien en werken niet meer nodig is. Helaas hebben de machines het project overgenomen. De wetenschappers zijn via het riool afgevoerd. Driftig wordt het bos gekapt om plaats te maken voor torenflats waarin mensen ontbreken. Door een toevalligheid, waar breinbaas Kwetal een rol in heeft, wordt het AI-spook door Bommel vernietigd.

 

Leuk is hoe in de plaatjes de zelfdenkende machines worden uitgebeeld. Overal hangen camera's en de apparaten hebben ogen waarmee ze indringers in de stad beloeren. Er verschijnen grijpers, luiken gaan open en weg zijn de mensen. “Het zit in de dialectica-chips en de computers. Die spoelen alle koolstoffen als schadelijk door, en daarmee ook alle levende wezens. Leven is vervuiling, zie? De machines nemen het over, zo zijn ze geprogrammeerd.”  Heel scherp vraagt Bommel zich af waarom er een foto van hem wordt gemaakt. Er is niemand, dus is er ook niemand om hem te bekijken…behalve dan de machines.

 

Een van de wetenschappers merkt halverwege het verhaal op: “Soms denk ik dat de vooruitgang hier zó groot is dat er niemand meer nodig is.” Bommel vindt dit onzin, volgens hem is er altijd iemand nodig om leiding te geven: “Niets gaat vanzelf, alles moet geleid worden.“ Ook vooruitgang heeft sturing nodig. Uiteraard ziet hij zichzelf in deze rol als leidinggevende. Mooi is hoe Toonder de dubbele rol van de machthebbers laat zien. Zij stemden in met het project en met de voorwaarde om het geheim te houden voor de inwoners van Rommeldam. Er kunnen anders onlusten ontstaan. Burgemeester Dickerdack is hier stellig in: “Het is gevaarlijk de toekomst zo openlijk te laten zien. Die moet geheim blijven tot men er rijp voor is.” Maar als het uit de hand loopt moet de politie optreden om het AI-gevaar te bestrijden. In de controlekamer gaan de wet en het grootkapitaal de strijd aan met de computers en komen deze naderhand als winnaars uit de bus. Het Bommel-verschiet bevat al met al veel herkenbaars uit onze tijd. Het is een van de betere verhalen uit de Bommelsaga.

 

Geen opmerkingen: