
Het lezen van de dagboeken van Gerbrand Bakker in de reeks privé-domein - Aan mij heb je niks is alweer het vierde deel - is eenzelfde soort ervaring als het lezen van Voskuil of de faxboeken van Nicolien Mizee. Er hoeft niet veel te gebeuren, de beschrijvingen zijn alledaags en toch wil je doorlezen; terloops ontvouwt zich ondertussen een drama. In dit deel draait het uiteindelijk om de verdrinkingsdood van een jonger broertje van de schrijver. Bakker vertelt over zijn voordrachten die hij vooral in Duitsland houdt. Het gaat om de treinreis of autorit erheen, om hotelkamers waar hij, vaak samen met zijn vriend M, verblijft, om eten en om de vraag of zij achteraf wel of niet voor een diner uitgenodigd worden door de organisatie. Ook het kopen van een duur pakje shag en een bezoek aan zijn moeder zijn geen schokkende gebeurtenissen, maar dan krijgt hij op een festival in Istanbul een vraag uit het publiek en wordt hij herinnerd aan de dood van zijn broertje in juni 1969. Hij wordt door emoties overmand.