donderdag 21 mei 2026

Willem Brakman en Simon Vestdijk – Gaven, giften en vergiften


Willem Brakman stuurt in 1961 zijn debuutroman Een winterreis naar Vestdijk, die enthousiast reageert en het boek werkelijk voortreffelijk vindt. Brakman woont dan in Enschede waar hij bedrijfsarts is: ‘Een baan in de luwte, waardoor hij meer tijd en vrijheid heeft om te schrijven’, zoals Nico Keuning schrijft in het voorwoord bij deze door hem samengestelde briefwisseling. Vestdijk komt in deze eerste brief na het compliment meteen ter zake en vraagt Brakman om tranquillizers. Dit gebedel om middelen om zijn depressies in toom te houden is een constante in de brieven die lopen tot augustus 1969, anderhalf jaar voor zijn dood.

De brieven geven een goed inzicht in de fixatie die Vestdijk had op zijn geestelijk welzijn, niet verwonderlijk want hij werd zeer geregeld overvallen door endogene depressies die hem platlegden en hem het schrijven onmogelijk maakten. Hij informeert bij Brakman naar de werking van middelen als atarax, librium, broom, tofranil en meer, waarna deze hem uitleg geeft en de middelen waar hij aan kan komen toezendt. Tussendoor roddelen ze over hun gezamenlijke vriend Nol Gregoor en reageren ze kort op de boeken die ze schrijven en elkaar toesturen. Brakman zit niet bepaald stil en brengt soms in een jaar meer boeken uit dan Vestdijk. Halverwege 1963 schrijft Vestdijk dat hij hoogstens 4 uur per dag doorbrengt achter zijn werktafel: ‘Of daar gewerkt wordt? Och ja, dat wil wel eens gebeuren.’ Een half jaar later heeft hij alweer twee romans voltooid. 

In onder meer deze brief lees je dat hij veel bezig is met het vinden van een evenwicht in zijn dagelijkse dagindeling, en eigenlijk in zijn hele leven. Uitvinden welke doseringen van welke middelen hiervoor nodig zijn past in dit streven. In 1962 besluit hij een brief met: ’Het leven is een steeds hersteld evenwicht.’ Bij dit evenwichtige leven past ook een vrouw. Nadat Ans Koster in 1965 is overleden, waarover niks in de briefwisseling te vinden is, trouwt hij als de bliksem met de veel jongere Mieke van der Hoeve. 

Uit de brieven merk je een ietwat scheve verhouding in de vriendschap. Vestdijk is veel ouder en is complimenteus over het werk van Brakman. Of hij zich er echt in heeft verdiept, vraag ik mij af. Hij is meer geïnteresseerd in de pillen die Brakman hem kan leveren. Brakmans brieven zijn ook meer verzorgd, terwijl de brieven van Vestdijk meer uit de losse pols lijken te zijn geschreven.

Ter afsluiting een citaat uit een brief van Brakman van 20 maart 1962: ‘Dank voor je brief waarin de genezing (of het broomrecidief) dreigend doorklinkt. De vraag over eventuele schade bij langdurig gebruik heb ik op het hoofdkantoor overgebracht en had de gebruikelijke profetische prietpraat ten gevolge; voor A zus, voor B zo… enz. als het kán dan minderen, als het niet kan, doorgaan. Echte schadekansen zijn zeer gering kreeg ik de indruk en jouw dosering ligt vergelijkenderwijs laag. Zelf ben ik geneigd de grens te leggen bij het moment dat je mij muziekkritieken gaat toesturen, dan grijpen we snel in, er volgt een ontwenningskuur met broom waarvan die vervelende acne zo goed te bestrijden is met librium.’ Toch het laatste woord aan Vestdijk, die twee maanden later schrijft dat we voorzichtig dienen te begrijpen dat depressies slechts door depressies kunnen worden bestreden.

maandag 18 mei 2026

Simon Vestdijk - Meneer Visser’s hellevaart

Het is lang geleden dat ik Meneer Visser’s hellevaart las. Bij herlezing kon ik mij het verhaal niet precies herinneren, maar wel de ziekelijke sfeer die de hoofdpersoon uitstraalt. Hij is er voortdurend op uit is zijn medemensen in het stadje Lahringen te treiteren. Vestdijk schreef de roman in 1934, tussen januari en april, maar het boek verscheen in 1936, dus na Terug tot Ina Damman en Else Böhler. Het verhaal speelt zich af op één dag. De schrijver zit in het hoofd van Meneer Visser, waar continu boosaardige gedachten rondgaan, maar stapt ook zo over op andere personages die het beeld van de hoofdpersoon niet gunstiger maken. Aan het eind van de dag komt de lezer terecht in een hallucinerende droom.

zaterdag 16 mei 2026

Ernest van der Kwast - Schooljaren


De Rotterdammer Ernest van der Kwast schrijft verhalen, columns en romans en is presentator. In 2010 brak hij landelijk door met het humoristische Mama Tandoori. Zijn nieuwste roman is geschreven in de stijl van deze bestseller. Schooljaren speelt zoals de titel al zegt op de middelbare school: overspannen docenten, schoolfeesten en rondhangen met vrienden zijn herkenbare ingrediënten voor een ontroerend coming-of-age verhaal.

vrijdag 8 mei 2026

Yanaika Zomer - Heremietdagen


Yanaika Zomer debuteerde met de poëziebundel U heeft nog 43 ongelezen gedichten. Het zojuist verschenen Heremietdagen is haar prozadebuut. Meira is een vrouw van eind dertig, ze is gelukkig getrouwd met haar jeugdliefde Sam en heeft twee kinderen. Ze komt online in contact met kunstenaar Monk en koopt een schilderij van hem. De twee blijven online in gesprek. Monk, die ook een partner heeft, is belangstellend en zorgzaam en het contact groeit uit tot een relatie. Daarnaast heeft Meira de zorg voor haar jongdementerende moeder die snel achteruit gaat. Het verhaal is geheel vanuit Meira geschreven, het heeft spanning en vaart en weet te ontroeren.

woensdag 6 mei 2026

Eric Westerveld - Westwaarts



Het reizen zat journalist en Rotterdammer Eric Westerveld al jong in het bloed. Als tiener trok hij met een rugzak door heel Europa, later volgde Azië en andere delen van de wereld. Hij had ooit zeilen geleerd, maar vanaf 2011 toen hij en zijn vrouw Karin de Catherine kochten, werd varen een alternatief voor hun trektochten: eerst in Nederlandse wateren, vervolgens langs Europese kusten. Het plan rijpte om een lange zeezeiltocht te maken en in 2019 was het zover. Zij voeren westwaarts de oceaan over, langs vele Caribische Eilanden en de kust van Panama. Zij volgden het spoor van Columbus en overal was zijn erfenis zichtbaar. In Westwaarts weet Westerveld perfect de historische verhalen over de vier reizen van Columbus te combineren met de zeereis met de Catherine.

maandag 4 mei 2026

Simon Vestdijk – Het schandaal der Blauwbaarden

Verwijzingen naar het sprookje van Blauwbaard tref je aan in diverse romans van Vestdijk, zoals Juffrouw Lot, De onmogelijke moord en Een huisbewaarder, alle drie uit de periode 1965 - 1966. Het gaat dan vooral om een geheime kamer, waar iemand absoluut niet in mag komen; de figuur Blauwbaard zelf wordt in deze romans minder genoemd, hoewel (potentiële) lust- of seriemoordenaar nooit ver weg zijn bij Vestdijk. Het schandaal der Blauwbaarden is de negenenveertigste roman van Vestdijk en kwam uit 1968. In dit boek draait het helemaal om de persoon Blauwbaard, of eigenlijk om verschillende Blauwbaarden.

zondag 3 mei 2026

Astrid Haerens – Erosie

De Vlaamse Astrid Haerens is schrijver, dichter, performer en onderzoeker. Met haar poëziedebuut Oerhert werd zij onder meer genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs 2023. Erosie is haar tweede roman. Het verhaal gaat over vriendschap en vriendschapsverdriet. De hoofdpersoon is Helle, ze is eind dertig en een succesvol kunstenaar. Zij heeft zich verschanst op een Duits Waddeneiland en blikt terug op haar leven met haar hartsvriendin. De korte hoofdstukken spelen afwisselend op het eiland en in het verleden, waar chronologisch het verhaal van de vriendschap en het uit elkaar groeien wordt verteld. Omdat je alleen het perspectief van Helle leest, krijgt het verhaal iets claustrofobisch. Je voelt het intense van het geluk dat zij samen beleefden, maar ook van haar verdriet en haar wanhopige vragen.

donderdag 30 april 2026

Tony Vanderheyden & Marc Buelens – Nooit meer zeker

Je hoeft de televisie maar aan te zetten, of de (digitale) krant open te slaan of je hoort dat we in onzekere tijden leven. Tegelijkertijd zijn we in vergelijking met een paar decennia geleden gelukkiger, gezonder en welvarender dan ooit. Het gevoel van onzekerheid is denk ik vooral toegenomen, niet de onzekerheid zelf. De media zullen hier absoluut invloed op hebben gehad, maar hoe deze invloed werkt, is moeilijk exact vast te stellen. Nooit meer zeker sluit naadloos aan op dit gevoel van onzekerheid. Tony Vanderheyden en Marc Buelens behandelen het onderwerp in de volle breedte, zonder dat zij te veel de filosofische diepte in gaan. Het boek is vooral te lezen als een inleiding op het onderwerp.

maandag 27 april 2026

Daniël Dee – Bijna vijftig en nog steeds niets bereikt



Daniël Dee is bekend als dichter - in 2013-2014 was hij stadsdichter van Rotterdam - maar hij schrijft de laatste jaren steeds meer proza. Bijna vijftig en nog steeds niets bereikt kun je niet helemaal een roman noemen. Het boek bestaat zo op het oog uit autobiografische scènes van een middelbare man die zijn zekerheden in het leven aan het verliezen is en bij zichzelf te rade gaat. Hij is gescheiden en heeft een nieuwe liefde gevonden, die echter nog bij haar man woont. Het boek bestaat uit anekdotes, overpeinzingen die vaak in geklaag overgaan, herinneringen aan zijn onfortuinlijke jeugd en liefdesverklaringen aan Natisha.

zondag 26 april 2026

Michael ter Maat – Demarcaties


 

Voor het najaarsnummer van Awater (2025) schreef ik de volgende recensie:

 

De Groningse Michael ter Maat werd in 1996 geboren in Ethiopië. Hij schrijft proza en poëzie en stond al op diverse podia. Demarcaties is zijn debuut. De titel dekt de lading van de bundel. Ter Maat onderzoekt wat er gebeurt in de kantlijn en wat zich afspeelt tussen hier en daar. Het hier is het land waar de ‘gekleurde wees’ opgroeit. Het daar is het land van herkomst, waar hij niets over kan vertellen: ‘waar de macht zetelt/ waar welk bloed aan welke handen/ welke verhalen hem voorafgingen.’ 

woensdag 22 april 2026

Arnon Grunberg – Het aanwezige been


 

Er zijn schrijvers die ieder jaar wel een goed boek uitbrengen, maar die ik toch te weinig lees. Arnon Grunberg is zo’n schrijver. Deze onlangs verschenen verhalenbundel bevat verhalen die hij schreef vanaf 2013; de meeste zijn eerder verschenen in tijdschriften of als bibliofiele uitgaven. Zijn personages hebben meestal het beste met de wereld voor, maar schieten uiteindelijke tekort in wat zij willen bereiken. Het levert hilarische situaties op maar ook rampen liggen op de loer. Lees je alle verhalen achter elkaar, zoals ik deed, dan bekruipt je meer en meer een gevoel van zinloosheid.

dinsdag 21 april 2026

J.J. Voskuil – Bevrijding. Dagboeken 1981-1987



Het zesde en op een na laatste deel van de dagboeken van Voskuil beslaat het tijdvak januari 1981 - juni 1987. Het zijn de laatste jaren dat hij op het Meertens Instituut werkte. In sommige periodes schreef hij veel en gedetailleerd, dan schreef hij weer maanden niets op. Ik deed er vrij lang over om dit deel van meer dan zevenhonderd pagina’s uit te lezen. Er gebeurt niet veel in het boek, maar dat is geen bezwaar, de eerdere delen staan ook niet vol met spannende avonturen. Wat mij ging tegenstaan waren de herhalingen, de eindeloze ruzies met Lousje en zijn constante ergernissen. Ik werd Voskuil een beetje zat. Dat zal mij er overigens niet van weerhouden het volgende deel meteen na verschijning aan te schaffen.