Het is lang geleden dat ik Meneer Visser’s hellevaart las. Bij herlezing kon ik mij het verhaal niet precies herinneren, maar wel de ziekelijke sfeer die de hoofdpersoon uitstraalt. Hij is er voortdurend op uit is zijn medemensen in het stadje Lahringen te treiteren. Vestdijk schreef de roman in 1934, tussen januari en april, maar het boek verscheen in 1936, dus na Terug tot Ina Damman en Else Böhler. Het verhaal speelt zich af op één dag. De schrijver zit in het hoofd van Meneer Visser, waar continu boosaardige gedachten rondgaan, maar stapt ook zo over op andere personages die het beeld van de hoofdpersoon niet gunstiger maken. Aan het eind van de dag komt de lezer terecht in een hallucinerende droom.











