Richard is een vijfentwintig jarige Oxfordstudent, hij neemt zijn opdracht van zijn broer serieus en al snel verdenkt hij zijn neef Ballard Beckford, waar hij diverse confrontaties mee aangaat. Gaandeweg raakt zijn opdracht meer uit beeld; belangrijke papieren die hij heeft laten bezorgen zijn bijvoorbeeld plotseling verdwenen, maar het kan hem weinig schelen. Hij krijgt nu aanwijzingen dat zijn broer Peter geen natuurlijk dood is gestorven, en verdenkt ook hier Ballard van. Zijn obsessie met Anne Bonney deelt hij met een aantal mensen, die hem tegenstrijdige informatie geven. Hij logeert bij een neef en trekt op met zijn nichtje Dorothy, waar hij denkt verliefd op te kunnen worden en zelfs mee te kunnen trouwen.
Het opvliegende karakter van Richard brengt hem geregeld in problemen en al snel merkt de lezer dat hij niet voor zijn taak is weggelegd, maar dat zelf nog niet in de gaten heeft. De roman bestaat vooral uit bezoeken die hij steeds bij nieuwe mensen brengt, hier verzamelt hij informatie en vervolgens probeert hij er een logisch geheel van te maken, wat hem niet lukt. Tussendoor zijn er partijtjes en drinkgelagen. Halverwege het verhaal verliest hij Dorothy uit het oog en wordt zijn aandacht getrokken door Lady Jane, de tweeënveertigjarige gouverneursvrouw. Tijdens een bal verkleedt zij zich als Anne Bonney, wat bij Richard een stroom aan interpretaties oproept, later denkt hij zelfs dat zij een en dezelfde persoon zijn. Hij wordt door haar verleid en bedot.
Deze onzekerheid hoe de dingen werkelijk in elkaar zitten is een vast thema bij Vestdijk. Of Peter echt vergiftigd is weet Richard niet en kom je als lezer ook niet te weten. Het ene personage wuift het weg als onzin, de volgende raadt aan zich er vooral niet mee te bemoeien en een derde is bang zelf vergiftigd te worden. Deze onzekerheden en de obsessies van Richard maken het boek spannend. Een hoofdpersoon die aankomt in een wereld die hem niet vertrouwd is en hem soms zelfs vijandig gezind is, is eveneens een bekend Vestdijkiaans thema, bijvoorbeeld in de romans Vijf vadem diep en De zwarte ruiter. Daarnaast is de roman ook een ode aan het landschap van Jamaica; zijn natuurbeschrijvingen zijn mooi en huiveringwekkend tegelijktijdig. Tot slot zijn de vernederingen die de slaven moeten ondergaan en het openlijke racisme op bijna iedere pagina te lezen. Waarschijnlijk is dit een realistisch beeld van het Jamaica in de achttiende eeuw: een rijke witte elite die de zwarte bevolking als vanzelfsprekend onderdrukt.
Tot slot geef ik wat citaten; zoals vaker bij Vestdijk beschrijft hij in deze roman uitvoerig en precies het uiterlijk van personages; meestal vallen deze beschrijvingen niet gunstig uit, zo ziet Richard bijvoorbeeld een portret van een ex-boekanier met een ‘vlezig rekelgezicht’. Wanneer hij voor het eerst kennismaakt met de populaire Cargill en probeert een betrouwbare voorstelling te vormen van zijn uiterlijk, wordt dat uiterlijk telkens weggerukt uit zijn gezichtsveld door ‘zeemansachtige bewegingen.’ Hij krijgt hem dan toch in beeld: ’Behalve zijn grijsblonde baard was het opvallendste aan hem de uitdrukking van zijn ogen. Hij had reptielenogen, met cynische, leerachtige oogleden; geen slangenogen bepaald, meer iets van een krokodil of een schildpad.’ En wanneer hij een oom voor het eerst terugziet, die teruggetrokken leeft en apathisch is geworden door het vele gebruik van laudanum, neemt Richard de tijd hem te observeren. ‘Mij trof zijn onnatuurlijke kalme blik. Vroeger al lagen zijn donkerbruine pupillen hoog onder de bovenste oogleden; maar de hieraan toe te schrijven indruk van rustige welwillendheid werd nu versterkt door het roerloze, wasachtige van zijn gelaatstrekken. Hij had nog hetzelfde hoge, terugwijkende voorhoofd met rimpelwaaiers, en zijn grijze snor overdekte dezelfde drie of vier tanden in de mondopening, (nu drie, toen vier waarschijnlijk), die de oorzaak waren van zijn lispelende spraak. Weke, golvende bewegingen, alsof hij iets opschepte met zijn lichaam, merkte men vooral bij hem op, wanneer hij over moeilijkheden sprak, die hij onder ogen zou moeten zien, maar liever uit de weg ging.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten