woensdag 29 november 2017

Georges Perec – Poging tot uitputtende beschrijving van een plek in Parijs


Dit jaar verschenen er twee boeken van Perec in Nederlandse vertaling: in de reeks privédomein het droomboek ‘De duistere winkel’ en bij uitgeverij Vleugels ‘Poging tot uitputtende beschrijving van een plek in Parijs’. Zoals de titel aangeeft biedt dit prachtig vormgegeven boekje een poging tot uitputtende beschrijving van een plek in Parijs. De plek is Place Saint-Sulpice. Perec zat er in oktober 1974 drie dagen lang en noteerde wat hij zag.


Op de eerst pagina schrijft hij dat er veel dingen op het plein zijn: “een gemeentehuis, een belastingkantoor, een politiebureau, drie cafés waarvan één met tabakswaren, een bioscoop, een kerk waaraan Le Vau, Gittard, Oppenord, Servandoni en Chalgrin hebben gebouwd en die is gewijd aan een aalmoezenier van Chlotharius II, die tussen 624 en 644 aartsbisschop van Bourges was en op 17 januari wordt herdacht, een uitgeverij, een begrafenisondernemer…” De zin loopt nog even door en eindigt met “en nog vele andere dingen.” Meteen herken je twee belangrijke eigenaardigheden in het werk van Perec: zijn liefde voor opsommingen en zijn gedetailleerde beschrijvingen.

Perec wil met dit experiment vooral dingen beschrijven die je gewoonlijk niet opmerkt. De ene keer vormen de dingen die hij ziet een willekeurige reeks, de andere keer richt hij zich op cijfers, opschriften of kleuren, zoals groene schoenen of een blauwe taxi. Hij heeft veel belangstelling voor bussen. Hij noemt de trajecten, soms alleen het nummer van de bus of een indruk van de bezetting: “Een volle 70 rijdt voorbij”. Sommige mensen passeren meerdere keren. Perec merkt het op.

Op dag twee begint hij met verschillen te benoemen met de dag ervoor: een café is gesloten, hij drinkt geen koffie maar Vittel en het dagmenu van La Fontaine Saint Sulpice is veranderd (gisteren was het kabeljauw), maar hij kan het bord niet goed lezen. Perec ziet opmerkelijk veel appelgroene 2cv’s. Heeft hij hier  overdreven belangstelling voor of reden er in 1974 veel van deze autootjes rond in Parijs?

‘Poging tot uitputtende beschrijving van een plek in Parijs’ heeft 48 pagina’s, maar heeft mij niet verveeld. Voor diegene die het werk van Perec niet kennen is het een uitstekende kennismaking. De vertaling is van Kiki Coumans.


De beschrijvingen kunnen oneindig door gaan. Er zijn altijd overal dingen. Er is geen ontkomen aan. “Volledige rust is zeldzaam: er is altijd wel een voorbijganger in de verte, of een voorbijrijdende auto.”

Geen opmerkingen: