dinsdag 4 oktober 2016

Martijn Katan – Voedingsmythes

Ik interesseer mij niet speciaal voor gezonde voeding. Ik eet gewoon gevarieerd: niet te veel vet, niet te veel suiker, niet te veel zout, niet te veel vlees, niet te veel alcohol en zorgen dat je niet te dik wordt; ook voldoende bewegen dus. Een hoop mensen zijn veel meer en zelfs obsessief met voedsel en gezondheid bezig. Talloze diëten en voorschriften worden aan de man gebracht via blogs, boeken, televisieprogramma’s en dieetgoeroes. De hypes volgen elkaar snel op. De voedsel- en gezondheidsindustrie vaart er wel bij.

Martijn Katan is emeritus hoogleraar voedingsleer en schrijft veel over voedselkwesties. Hij is geen voedingsgoeroe, maar wetenschapper die zich voortdurend afvraagt of van alles wat er beweerd wordt over voeding wel klopt.

In ‘Voedingsmythes’ behandelt hij een reeks ideeën of mythes over voeding. Het meeste weet je al of kun je met gezond verstand zelf bedenken, maar zijn manier van vertellen werkt sterk ontnuchterend. Voor mensen die fanatiek in de een of andere voedingsleer geloven, kan dit heel irritant zijn.

Een van de meer overkoepelende mythes die in het hoofdstuk afvallen steeds terugkeert is het idee dat er specifieke stoffen bestaan waar je dik van wordt. Als je maar weet welke dit zijn, dan kun je deze vermijden en val je vanzelf af. Vroeger was vet de grote boosdoener, nu zijn het koolhydraten.

Daarmee hangt het idee samen dat er specifieke stoffen bestaan die uiterst gezond voor ons zijn. Eet je er hier voldoende van, dan blijf je vanzelf gevrijwaard van ziektes. Beide ideeën kloppen grotendeels niet. Althans niet zoals zij gebracht worden in bijvoorbeeld dieetboeken.

Het probleem bij afvallen is vooral het feit dat er zoveel en zo makkelijk overal voedsel verkrijgbaar is: het ruikt lekker, het is snel op te slurpen, het kraakt en het is goedkoop. Minder eten is dus lastig. De omgeving moet veranderen. Verbeter het aanbod in kantines, geef kinderen op school water te drinken in plaats van sap, stimuleer het fietsen, zijn adviezen die Katan geeft.

Het klinkt allemaal logisch, maar veel mensen willen graag snel resultaat. Zij voelen zich lamlendig of te dik en zoeken naar een ‘quick fix’. Katan stelt hen teleur, een snelle oplossing bestaat niet. Gelukkig zijn er tallozen bedrijven en voedseldeskundigen die wel geven wat de mensen willen: raw food, abrikozenpitten, vitamines, kokosolie, ginkgo, visolie, enzovoorts.

En zij waarschuwen welke stoffen schadelijk voor je zijn. Vooral kleurstoffen en toevoegingen als E-nummers krijgen ervan langs. E-nummers zijn ingesteld als keurmerk, om te voorkomen dat je er teveel van binnenkrijgt. De controle erop is streng. Maar het argument om deze stoffen te mijden is dat zijn onnatuurlijk zijn. Dit vind ik altijd een vreemd argument.

'Natuurlijk' is een vrij loze term, die vaak geassocieerd wordt met goed of gezond, terwijl planten in de natuur juist gif produceren om zich te verdedigen. Voortplanting via zaden is oké, maar eet niet mijn kinderen op. Zouden plantensoorten zich plotseling niet met gif verdedigen, dan zouden ze veelal uitsterven. Mensen zijn erin geslaagd om in duizenden jaren van kweken en genetisch manipuleren dat gif eruit te krijgen.

In plaats van dat je dagelijks door bossen moet trekken om die paar eetbare bessen en noten te vinden ligt er nu op elke hoek van de straat makkelijk verteerbaar eten op je te wachten. Onnatuurlijk, zoals ons hele leven onnatuurlijk is.

Bijna niemand in Nederland lijdt aan scheurbuik, een enkele fanatieke alcoholist uitgezonderd. Vitamine C is net als de meeste andere vitamines en mineralen volop aanwezig in ons dagelijkse voedsel. Toch slikt een kwart van de Nederlanders vitamines. Het is verbijsterend. Vooral  omdat het vaak om potjes multivitaminen gaat. Heb je echt een tekort aan één stof, dan kun je extra van deze stof slikken. Maar waarom zou je een groot aantal andere stoffen innemen, waar je al genoeg van binnen hebt? Vooral omdat grote doses van bepaalde stoffen schadelijk kan zijn: ”in het beste geval doen die potjes niets, in het slechtste geval maken ze je ziek.”

Katan gaat in zijn boek veel specifieker dan ik hierboven schetste in op vele onderwerpen. Het meest opmerkelijk vind ik zijn uiteenzetting over de vermeende gezonde eigenschappen van groenten en fruit. Hij geeft meteen toe dat dit niet de gangbare mening is onder wetenschappers. Volgens Katan is nooit bewezen dat groenten en fruit bijzonder gezond zijn, maar het kan in elk geval geen kwaad. Over vruchtensap is hij strenger: “vloeibaar snoep”.


Omdat overal om ons heen zo nadrukkelijk gezonde voeding wordt aangeprezen ben je geneigd veel ervan te geloven. Het is goed om de vele mythes rond voedsel een voor een afgebroken te zien worden. Dat maakt dit boek zo leuk om te lezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen