zondag 24 januari 2016

Merijn de Boer – ’t Jagthuys

Van Merijn de Boer verscheen in 2011 de verhalenbundel ‘Nestvlieders’, in 2014 kwam hij met de roman ‘De Nacht’. Beide boeken heb ik met veel plezier gelezen. Zijn hoofdpersonen zijn vaak verknipt. De Boer beschrijft hun wederwaardigheden en hun ondergang met oog voor ranzige details. Zijn blik is cynisch, zijn stijl is strak en er valt door alle ellende heen veel te lachen.


Ik keek erg uit naar ’t Jagthuys. Het boek is complexer dan zijn vorige werk. Binnert is een mooie en slimme man van vijfendertig. Hij woont met zijn moeder in een groot en afgelegen huis. Hij ziet zelden andere mensen en is erg op zichzelf gericht. Moeder beweert dat hij vanwege ziekte – zowel geestelijk (licht autisme) als lichamelijk (scheve heup) - niet onder de mensen is.

Om aan zijn seksuele behoefte tegemoet te komen wordt Vera ingehuurd. Zij is een professioneel zorgverlener op dit gebied, maar raakt meteen verliefd op Binnert. Zij probeert hem het huis uit te lokken.

De Boer beschrijft het verhaal vanuit drie perspectieven, de moeder, de zoon en het meisje. Je krijgt zo een gevarieerd beeld van de onderlinge verhoudingen. Vanuit Vera is de moeder een lelijk en drankzuchtig secreet. Zij ziet haar als een oude onaantrekkelijke mol. “De vrouw had uitermate kleine ogen, die zelfs nauwelijks te vinden waren in haar twee brillenglazen. Ik moest er oprecht moeite voor doen om ze te ontdekken. Eerst zag ik alleen maar die twee paarse cirkels, met elkaar verbonden via de brug boven haar neus, waarachter zich dan ergens twee waarnemingsorganen moesten bevinden.”

De moeder neemt Vera eerst niet helemaal serieus en ziet haar zeker niet als concurrente. De liefde voor haar zoon gaat ver, maar voor bepaalde handelingen is het misschien beter iemand in te huren. In haar ogen is Binnert een groot, slim kind, dat niet alles helemaal begrijpt. Zij stoeit met hem. Zij krijgt pretogen. “De schat had een erectie maar had dat zelf niet door. Met de fiere bobbel voor zijn middel liep hij mank naar huis.”

Binnert moet de meest rare persoon zijn, maar de ziekte die moeder hem toedicht is overdreven. Hij is minder naïef dan zij denkt. Hij leest veel, kijkt films en is zeer muzikaal. Hij wil niet weg bij zijn moeder. De wereld zou een teleurstelling zijn in vergelijking met het beeld dat hij heeft opgebouwd uit de boeken die hij leest: “ik heb mij erbij neergelegd dat ik de wereld nooit met eigen ogen zal zien”.

In de eerste helft van het boek ligt de sympathie bij Vera. Blind door verliefdheid streeft zij naar de bevrijding van Binnert. Zij zal met hem eindelijk volmaakt gelukkig zijn. Later ontpopt zij zich meer en meer als aanstellerig kreng. Zij krijgt deels haar zin, maar dwingt Binnert tot dingen die hij niet wil. Met de moeder krijg je dan wat meer mededogen.

Binnert raakt soms in de war van Vera’s aandacht. Hij kan niet kiezen tussen de twee vrouwen, maar innerlijk is hij de meest volwassen persoon van de drie. Hij is in ’t Jagthuys niet ongelukkig, heeft een afkeer van sociale flauwekul. De Boer schets – door de ogen van Vera - een beeld van het overdreven sociale leven in Amsterdam waar je niet blij van wordt.

Halverwege het boek zit er een vreemde wending in het verhaal. Er wordt een spannend element toegevoegd: de verdwijning van een meisje. Deze gebeurtenis staat wat los van het eigenlijke verhaal, maar De Boer weet er een bizarre ontmoeting tussen Vera en een oudere man aan op te hangen.

In deze prachtige roman stoorde mij een ongeloofwaardigheid. Binnert zag tot zijn vijfendertigste maar een beperkt aantal mensen. Ook korte ontmoetingen heeft hij onthouden. Hij was regelmatig buiten in de tuin. Er is een bushalte vlak voor het huis en vanuit een raam had hij zicht op een weg. Bijna onmogelijk dat hij niet meer mensen zag. Verder vind ik Binnert een flauwe naam voor iemand die heel vaak binnen zit. Maar dit zijn details.


Het verhaal ontrolt zich, mede door de vloeiende stijl van De Boer, als vanzelfsprekend tot een mooie climax. Het verbreken van de jarenlange status quo in ’t Jagthuys kan niet zonder gevolgen blijven. Voor niemand loopt het goed af, maar wie had dat vooraf verwacht? Merijn de Boer heeft met deze roman definitief bewezen een groot schrijver te zijn. Lees hem!

1 opmerking: