woensdag 27 januari 2016

Dimitri Verhulst – Problemski Hotel

In 2001 verbleef Dimitri Verhulst korte tijd in een Vlaams AZC. Na een paar dagen hield hij het er niet mee uit. Zijn ervaringen heeft hij omgezet in deze korte roman. Nu is er een film van gemaakt waar de schrijver aan meegewerkt heeft. Hij wordt vertoond op het iffr.


Wij maken kennis met Bipul Masli, fotograaf uit Flutopia, een plek die ergens op de kaart van Afrika moet zijn terug te vinden. Bipul is fotograaf. Als kind zag hij zijn zuster vermoord worden. Later verdiende hij zijn brood met fotograferen, tot dit niet meer werd getolereerd door het regime.

Nu zit hij in blok 4 van dit AZC. Hij beschrijft zijn medebewoners: de Tsjetsjenen die altijd willen kickboksen, de Afrikanen die elkaar proberen te overtroeven met verhalen over het leed dat hen is aangedaan en de vrouwen, waarvan de geslachtsorganen opzettelijk zijn mismaakt. Maar vooral ziet hij de eindeloze verveling.

Gelukkig valt er veel te lachen als Verhulst indringend schrijft over de inwoners van Problemski Hotel. Zijn schrijfstijl is barok Vlaams. Bipul leeft met Igor op een kamer, een Oekraïense profbokser, die zijn heil hoopt te vinden in het Vreemdelingenlegioen. Voornamelijk zwijgt hij. Bipul is bang voor een uitbarsting en slaapt met bestek onder zijn kussen.

Stipe is een kind en mag dus naar school om iets te leren. Taallessen gaan geheel aan hem voorbij. Met voetballen weet hij zich te onderscheiden. Hij maakt een winnend doelpunt, is bovendien nog jarig. De kinderen vieren dat met een Belgische traditie. Met een vette stift schrijven zij verjaardagwensen op zijn lichaam. Bipul leest: “smerige Makak, keer terug naar je land.” Hij houdt het kind in de waan, er staat: “Stipe voetbalkampioen.”

Naast zich vervelen praten de bewoners over mogelijkheden een verblijfstatus te verkrijgen: legaal via de onbegrijpelijke ambtelijke weg of illegaal met een container naar Engeland.

Maqsood heeft een andere weg gevonden. Hij zoekt een Belgische om mee te huwen. Bij een eerste poging in een discotheek wordt zijn pols gebroken, de vrouw had al een man, die zijn dagen voornamelijk op de sportschool doorbrengt.

Op een lokale New Wave party wordt hij ook niet blij. Er staan een paar zwartgeklede heksen op de dansvloer. Bij een café denkt hij meer kans te maken. Er staan vriendelijke mensen voor de deur: “ze wenken ons met hun arm.” “Doorlopen Maqsood, dat is de Hitlergroet.”

Pius lukt het om het kamp te ontvluchten, maar niet zoals hij zou wensen. Hij wordt afgevoerd naar een gesticht, volslagen gek. “Wie niets te verliezen heeft en macramé een betere optie dan een marteling vindt waagt het erop in de voetsporen van Pius te treden.” Shaukat probeert het maar faalt jammerlijk. Alleen zeggen ‘ik ben zot’ is niet de beste tactiek.


Het boek van Dimitri Verhulst is actueler dan ooit. De toestanden in onze AZC’s zijn erbarmelijk: te veel mensen opeen gepropt, die te lang moeten wachten op ons bureaucratisch oordeel en zich intussen doodvervelen, proberen te vluchten of door het lint kunnen gaan. Verhulst schrijft er heel knap over: schrijnend en met volop humor. Morgen ga ik de film zien.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen