woensdag 2 november 2022

Mike Unwin – Een reis om de wereld in 80 vogels



Na een reis om de wereld in 80 bomen en 80 planten is het nu de beurt aan de vogels. De vorige twee boeken las ik met veel plezier. De combinatie tussen biologie en cultuurhistorische achtergronden maakten de boeken bijzonder. In dit vogelboek gaat het vooral om de vogels, niet om de mens. Zowel de auteur als de tekenaar zijn anders dan bij de eerdere twee boeken. Het concept is hetzelfde. Iedere vogel wordt in één of twee pagina’s besproken en met prachtige en vaak nauwkeurige illustraties verlevendigd.

 

De vogels komen uit alle werelddelen, waarbij Eurazië als één geheel wordt gezien. Oceanen en eilanden krijgen een apart deel. De schrijver Mike Unwin is een vogelkenner uit Groot-Brittannië die tal van publicaties op zijn naam heeft staan. Hij is met name een kenner van de natuur in Zuidelijk Afrika. Hij toont in Een reis om de wereld in 80 vogels een voorkeur voor grote vogels en records. Bij vogels als arenden, loopvogels en de albatros noemt hij de spanwijdte, het gewicht en dergelijke. Ook als een vogel de op twee na zwaarste vliegende arend ter wereld is moet hij dit melden. Ik zou liever binnen de beperkte ruimte wat meer over bijzonder vogelgedrag willen lezen, vooral verhalen die niet zo bekend zijn. Alle standaardinfo bij bijna iedere vogel over aantal eieren, broedtijd, enzovoorts had minder gekund. 

 

Ondanks deze tekortkomingen valt er voldoende te genieten in dit boek. En records zijn natuurlijk wel leuk, met mate. De republikeinwever uit Namibië is een vink die zijn nest bouwt in een appartementencomplex, waar honderden soortgenoten in nestelen. De grote hooibergen kunnen vijf meter doorsnee hebben en een ton wegen. Zij gaan vele generaties mee en er wordt voortdurend verder aan gebouwd. De dikke laag om de nesten beschermt de vogel tegen extreme hitte en extreme nachtelijke woestijnkou. In vrijgekomen appartementen nestelen soms andere vogels en de Afrikaanse dwergvalk zit vaak op het dak. Hij zorgt voor bescherming en eet in ruil daarvoor af en toe een kuiken op.

 

Het is mooi om te lezen hoeveel wonderlijke aanpassingen er bestaan bij de vele vogelsoorten. Vetvogels uit Venezuela slapen overdag in grotten en leven ’s nachts. Zij beschikken net als vleermuizen over echolocatie. De stern leeft ’s zomers op de noordpool en overwintert op de zuidpool. Hij ziet in zijn leven relatief meer daglicht dan welk ander dier. En de satijnblauwe prieelvogel lokt het vrouwtje met uitsluitend blauwe voorwerpen, vaak ook menselijk afval. 

 

Veel aandacht is er voor loopvogels zoals de struisvogel. Op een eiland als Nieuw-Zeeland kwamen oorspronkelijk geen zoogdieren voor. De kakapo, een hele aparte papagaai, nam de ecologische niche in van grondzoogdieren. Hetzelfde geldt voor de kiwi, mijn favoriete vogel. Het nadeel van deze aanpassing was dat de mensen die de afgelegen eilanden van Oceanië en elders bevolkten de loopvogels eenvoudig konden vangen en grotendeels hebben uitgeroeid.

 

Helaas lees je bij bijna iedere vogel dat het leefgebied afneemt en dat hij in meer of mindere mate wordt bedreigd. Leuk is anders. Een enkel positief bericht is dat over de eider. Eiderdons wordt op IJsland van oudsher geoogst. Tegenwoordig op zo’n 350 eiderboerderijen. Het is een zeldzaam voorbeeld van diervriendelijkheid. Pas als de kuikens het nest verlaten en op weg gaan naar zee oogsten de boeren de nesten, die zij verder ongemoeid laten.

 

Grappig is als je leest dat bepaalde ideeën die je altijd had niet waar blijken te zijn. Iedereen kent het beeld van vogels die op neushoorns en andere grote grazers parasieten als teken en larven wegpikken. Er wordt dan altijd verteld hoe goed deze samenwerking is voor beide partijen en hoe mooi de natuur het heeft geregeld. In het stukje over de geelsnavelossenpikker uit Tanzania vertelt Unwin een ander verhaal. Ossenpikkers pikken vooral in wondjes vanwege het bloed. Daarom eten zij ook zo graag teken. Feitelijk zijn de vogels hier de parasieten, niet de insecten. 

 

Cultuurvogels komen nauwelijks in het boek voor. De uitzondering is de kip, de meest talrijke vogel op aarde, waar de auteur maar even bij stilstaat. Een verwant is de bankivahoen uit Thailand, die vooral op de grond leeft en zoveel mogelijk wegblijft bij de mens. Tot slot, de meest vreemde vogel is wel de grote kraagparadijsvogel. De afbeelding in het boek lijkt op een vreemd stripfiguur, een soort barbapapa. Het dansje dat dit beest uitvoert is geweldig, bekijk het op YouTube.

Geen opmerkingen: