vrijdag 14 september 2018

H.M. van den Brink – Het ontbijtbuffet


De verhalenbundel ‘Het ontbijtbuffet’ zag ik in verschillende lijstjes staan als vakantieboektip. Wel waarschuwde iemand dat het geen ontspannend vakantieboek is. In één van de verhalen raakt een vader zijn dochter kwijt bij een druk dorpsfeest. De paniek is groot. Hans Maarten van den Brink schreef eerder reisverhalen en was buitenlandcorrespondent. De verhalen in ’Het ontbijtbuffet’ spelen in het buitenland. Het is niet altijd vakantie.


De hoofdpersoon in de bundel is meestal een man in de kracht van zijn leven, met vrouw en/of kinderen. Vanaf de eerste zinnen is duidelijk dat hij niet gelukkig is. Een gezin is op vakantie in een Frans dorpje. “Ze slapen slecht, die eerste nacht. Het is te warm. Het was te ver. Zelfs wanneer de kinderen eindelijk stil zijn, durven ze elkaar niet aan te kijken. Hoe moet het de komende drie weken.” De gedachten van man gaan deze vakantie vooral uit naar het meisje van de plaatselijke patisserie. Hij droomt over een grote verandering in zijn leven.

De verhalen hebben een patroon. Zij gaan over verstoorde relaties. De hoofdpersoon maakt iets mee, ver van huis, en een onderliggende conflict komt hierdoor naar boven. Opvallend is dit niet leidt tot het nemen van een beslissende stap. Een stel bezoekt een zeer exclusief restaurant in het buitenland. Een taxichauffeur rijdt hen erheen, vervaarlijk dicht langs een afgrond naast de weg. Tijdens de enorme reeks gerechtjes wordt er weinig gezegd. De vrouw wil na afloop meteen weg. Onderweg moet zij braken.

Het niet benoemen van het conflict speelt in meer verhalen. In een vakantieresort is alles perfect in orde. Er is overvloed en de kinderen genieten. Er vliegt een blusvliegtuig over het complex. Later wordt de gasten gevraagd het terrein niet te verlaten. Er ontstaat enige onrust, vooral als de tekorten zichtbaar worden. Mooi is dat Den Brink veel open laat. De lezer begrijpt wat er aan de hand is. Er dreigt van alles mis te gaan, maar de auteur benoemt het niet. De laatste alinea begint met “Straks is alles weer gewoon” en vervolgt met de verwachting dat het buffet snel weer de meest uiteenlopende vlezen en vissen zal bevatten.

Het open einde van veel verhalen, met de boodschap ‘alles wordt weer normaal, of toch net niet’, ging mij halverwege de bundel wat tegenstaan. De mannelijke hoofdpersoon is meestal een slapjanus, iemand die geen beslissingen neemt. Hij verlangt wel naar een ander leven, of heeft spijt van beslissingen uit het verleden. Een echte confrontatie blijft uit.

Gelukkig hanteert Den Brink in een aantal verhalen een wat afwijkend patroon. Hij voert absurde elementen in, of laat een stel zien dat logerend in andermans huis, lak heeft aan de eigendommen van de bewoners. Wijnflessen trekken zij zonder pardon open. Zij worden betrapt maar voelen geen schuld. De kinderen kijken later terug op hun ouders, enigszins beschaamd.

Het beste verhaal vond ik ‘The awkward affair’. Een alleenstaande bescheiden man wordt door zijn zus in contact gebracht met een mogelijke partner, een succesvolle Amerikaan. In Londen ontmoette de twee elkaar. Het contact verloopt de hele week moeizaam. Je vraagt je af waarom. Het verhaal kent een voortdurende lichte spanning. Mooi is dat je niet precies de vinger kunt leggen op wat er aan de hand is. Je leest alleen het perspectief van de Nederlander. Wat de charmante en correcte Amerikaan denkt, daar kom je niet achter.

‘Het ontbijtbuffer’ is zeker geen ontspannen vakantielectuur. Een paar verhalen zijn sterk, maar veel verhalen kennen eenzelfde patroon. Dat ging mij vervelen. Het laatste verhaal, over pech in het buitenland, waardoor een gezin een nacht moet overnachten in een pension is een beetje flauw. Ik had het in diverse varianten al eerder gehoord of gelezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten