Ronald van Raak zat namens de SP in het parlement en is nu hoogleraar aan de Erasmus Universiteit. Ik las dat hij in ongeveer dezelfde tijd als ik filosofie en maatschappijgeschiedenis studeerde, maar kan mij hem niet meer voor de geest halen. In dit bescheiden boek behandelt hij het denken van de twee grootste filosofen die Nederland heeft gekend. Zij werden beiden lange tijd gehaat, maar ook vereerd. Van Raak legt in kort bestek helder een aantal ideeën van de twee bloot, maar ik begrijp niet helemaal wat zijn inzet is met dit essay.
Het boekje is ingedeeld in een hoofdstuk over Erasmus, eentje over Spinoza en als laatste een hoofdstuk over ‘dat wat ons bindt’. Het centrale thema is de vrijheid van denken en tolerantie. Erasmus was van eenvoudige komaf, werd geboren in Rotterdam en studeerde in Parijs. Hij was leraar, schreef enorm veel, kreeg bekendheid en stond in contact met geleerden en hoogwaardigheidsbekleders in heel Europa. Hij was beroemd en werelds in tegenstelling tot Spinoza, die juist een teruggetrokken leven leidde en waarvan de werken pas na zijn dood werden gepubliceerd. De ouders van Spinoza waren Joodse vluchtelingen uit Portugal, hijzelf verdiende zijn brood als lenzenslijper. Beide filosofen braken met de godsdienstige traditie waarin ze opgevoed waren. Spinoza nam afstand van het Joodse geloof en schiep een nieuw beeld van god als oneindige substantie. Erasmus had als priester al veel kritiek op de katholieke regels en voorschriften, maar voelde zich ook niet thuis bij de protestanten. De twee waren zeer onafhankelijke denkers, wat verklaart waarom zij zoveel kritiek kregen. Vooral Spinoza had te vrezen voor zijn leven als hij de Ethica zou hebben uitgegeven. Een bevriend filosoof bracht een boek uit dat enigszins gebaseerd was op zijn ideeën en werd daarvoor zwaar gestraft. Het duurde tot in de negentiende eeuw eer je openlijk zijn werk kon bestuderen. Ook Erasmus was controversieel. Zijn nieuwe Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament zaaide twijfel over een aantal onaantastbare waarheden. Dit werk gaf een aanzet tot de Reformatie van Luther.
De controverses rond hun werk die Van Raak beschrijft zijn de opmaat naar een aantal kernpunten uit hun filosofie, waarbij hij zich afvraagt wat een filosoof eigenlijk is. Erasmus was geen systeemdenker en heeft geen filosofie als een uitgedachte theorie geformuleerd. Hij zag filosoferen meer als denkoefening en was daarmee eigenlijk heel modern. Een van zijn belangrijkste noties was het begrip vrijheid van denken dat bij een dergelijke filosofie de basis is: het spelen met standpunten en daarmee loskomen van dogma’s. Essentieel hiervoor is een vrije maatschappij die hier de ruimte voor biedt, maar deze ruimte moeten wij ook de ander bieden. Moraal is bij hem niet een verinnerlijkt besef van het goede voorstaan, maar is een sociale leer die samenhangt met gedeelde waarden.
De filosofie van Spinoza, die wel een systeemdenker was, is moeilijker samen te vatten. Van Raak stipt daarom slechts enkele punten aan en laat vooral zijn invloed zien op denkers als Gerrit Paape, Jacob Molenschott en Multatuli. Een belangrijk punt in het denken van Spinoza gaat over moraal: ‘Deugd had niets te maken met regels volgen of gehoorzaam zijn, maar was verbonden met de rede en kwam voort uit eigen kennis.’ Daarbij is het wel nodig anderen hiervoor ook de ruimte geven. Met deze twee ideeën over tolerantie is makkelijk een bruggetje te maken naar het heden en Van Raak houdt aan het einde van zijn betoog een pleidooi voor tolerantie. Helaas koppelt hij dit niet aan hedendaagse politieke of maatschappelijke vraagstukken, wat mij verbaasde want hij is zelf politicus geweest. Hierdoor blijft het essay een beetje hangen en snap ik niet wat hij ermee wilde, los van een korte introductie bieden tot het werk van deze twee grote denkers.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten