woensdag 26 september 2018

Bianca Bellova – Het meer


De laatste tijd lees ik veel Tsjechische literatuur. Na het ontdekken van hedendaagse schrijvers als Jaroslav Rudiš en Marek Šindelka en het lezen van klassiekers van Hrabal, Weil en Čapek ging ik op zoek naar vrouwelijke Tsjechische auteurs. Tevergeefs, in Nederlandse vertaling is hun werk bijna niet beschikbaar. Gelukkig is onlangs de roman ‘Het Meer’ van Bianca Bellová vertaald, door Kees Mercks. Zij won met het boek in 2016 de EU-Literatuurprijs. Het is inmiddels in twaalf talen vertaald en werd in eigen land een bestseller.


Het verhaal in ‘Het meer’ draait om de jongen Nami. Hij is geboren in het dorpje Boros in een niet bij naam genoemd land. De bevolking is afhankelijk van het meer. Er wordt in gevist en het water is nodig voor de katoenplant. De Geest van ‘t Meer kan beledigd raken en mensen de dood in jagen. Langzaam verdwijnt het meer, waarmee de bevolking tot nog meer armoede vervalt. Nami groeit op bij zijn opa en oma. Hij weet niet wie zijn ouders zijn. Wanneer zijn beiden grootouders zijn gestorven, hij is nog een kind, gaat hij op zoek naar zijn moeder.

Bellová vertelt het verhaal heel subtiel en kaal. Het land heeft geen naam. De hoofdstad wordt simpelweg de hoofdstad genoemd. Er zijn Russische militairen aanwezig, wat duidt op een voormalige Sovjetrepubliek. De bevolking leeft primitief en geïsoleerd. De vertelling draait om Nami, maar voortdurend geeft Bellová op allerlei manieren informatie over het land en de manier van leven, zonder dat er veel woorden aan een uitleg worden besteed. Er is een leider. Hij heeft een groot standbeeld in Boros. Er is verzet, dat steeds sterker wordt.

De vier hoofdstukken hebben kernachtige titels: ‘Kiem’, ‘Larve’, ‘Nimf’ en ‘Imago’. Aan het eind van elk hoofdstuk verhuist Nami naar een andere plek. In zijn jeugd kent hij nog enig geluk, maar op school is hij een buitenbeentje en met het meisje waar hij verliefd op is loopt het niet goed af. Later worden zijn leefomstandigheden steeds erbarmelijker: kleine ruimtes, weinig eten en allerhande wreedheden. De leefomgeving werkt niet bepaald mee: kou, droogte, gif in de grond en in het meer. Iedereen in Boros heeft eczeem. Hoe meer je in het water zwemt hoe meer eczeem je krijgt. Nami komt later terecht in een dorp met katoenplukkers. Hun leven draait louter om keihard werken en overleven onder primitieve omstandigheden.

Naast het verhaal van de zoektocht van Nami naar zijn ouders tegen de achtergrond van een land in verval is het boek ook prachtig geschreven. Bellová gebruikt opmerkelijke details. In het stadspark in de hoofdstad woont een aap die Maymun heet. Maymun is het Turkse woord voor aap. Nami bezoekt vaak het schichtige dier. Hij vraagt aan een man waarom de aap hier is. “Tja, waarom. Dit is ’n stadspark. Er komen hier kinderen, eerst gaan ze naar de stenen beer, dan naar de fontein, dan naar Maymun en ten slotte krijgen ze ’n ijsje. Iedere zondag.” De aap komt later terug in het verhaal.

Het boek bevat een aantal ranzige passages, die vaak iets tragisch hebben. Nami gaat naar een bordeel met een aantal mannen. Hij gaat uiteindelijk met de mollige Natasja een piepkleine kamer binnen. Hij kan haar bijna niet aankijken. “Zij lijkt op een visverkoopster aan het eind van een zware dag. Er is niets sexy’s aan haar.”

‘Het Meer’ telt net iets meer dan tweehonderd pagina’s maar het boek heeft bijzonder veel ingrediënten. De persoon Nami is heel mooi uitgewerkt. De achtergronden zetten aan tot allerlei speculaties en het verhaal is spannend en goed geschreven. Het is een uitstekend boek om te bespreken in een boekenclub. Bianca Bellová heeft voordat ‘Het Meer’ uitkwam nog drie romans geschreven. Ik hoop dat deze snel worden vertaald.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten