woensdag 3 oktober 2018

Alex Boogers – Lang leve de lezer

Vorige week zag ik Alex Boogers optreden op het podium Frontaal. Hij sprak over zijn meest recente boek ‘Lang leve de lezer’, geen roman maar een manifest. Een paar jaar geleden verscheen ‘De lezer is niet dood’ dat als ondertitel ‘schotschrift’ kreeg. Veel thema’s hieruit keren terug in dit nieuwe boek.


De onderwerpen zijn samen te vatten in twee begrippen: ontlezing en bestaande structuren. De twee hangen nauw met elkaar samen. Het gaat om het bereiken van de lezer, met name de jonge lezer. De literaire wereld met zijn ingesleten patronen en structuren weet de weg naar de lezer vaak niet te vinden. Boogers laat zien op welke manieren de lezer wel te bereiken is.

In zijn overtuiging is er bij iedere jongere een vuur, dat soms gedoofd lijkt, maar een vonk is genoeg om het te doen ontbranden. Hiervoor is het nodig de potentiele lezer / de leerling iets aan te reiken, iets te laten ontdekken. Docenten moeten open staan voor een veelheid aan boeken over alle denkbare onderwerpen. Dit hoeft geen literatuur te zijn.

Bij Boogers ging het vuur branden bij de vondst van een boek over Muhammad Ali in de plaatselijke bibliotheek. Dit was zijn boek. Hij moest het houden. Zo heeft iedere jongeren wel iets waar hij of zij in gelooft, iets waardoor het vuur gaat branden. Maar wie zorgt voor een vonk? “Er moet toch iemand tegen het gesloten hoofd van de leerling beuken, zoals je twee stenen tegen elkaar kunt ketsen. Een vonk is genoeg.”

Boogers schrijft aanstekelijk, met veel herhalingen en in een mooie cadans. Je laat je eenvoudig meeslepen in zijn betoog. Hij is fel, maar niet onredelijk. Hij valt de literaire wereld aan, is kritisch, maar geeft ook aanmoediging. Dit doet hij sterk als hij het heeft over de verzakelijking in de sector, over het literatuuronderwijs, over de leeslijst en over Jules Deelder als miskende dichter. Maar zijn stijl is ook wat opgewonden. Na bijna honderdvijftig pagina’s overtuigt deze niet meer helemaal.

Daar komt bij dat hij zijn overtuigingen koppelt aan zijn persoonlijke verhaal. Zijn entree in de literatuur – hij is nu een gevestigd schrijver -  ziet hij net als het hele leven als een strijd. De persoonlijke verhalen zijn mooi, hoe hij als jongen uit een zgn. achterstandswijk werd bekeken in het literaire Amsterdam. Om te bereiken wat hij heeft bereikt moest hij vechten. “Een weg naar buiten. Het boek als schild. De pen als zwaard. En nu behoor ik zelf ineens tot de bevoorrechte witte schrijvers.”

Maar hoe hij nu tegen allerlei instituties aankijkt wordt nog steeds gevoed door deze strijd. De literaire elite heeft het volgens hem voor het zeggen, preken voor eigen parochie, de columns die deze elite schrijft zijn oninteressant, net als de recensies en de berichten op sociale media. Wie die elite is, vertelt Boogers er niet bij. Dat is jammer. Zo blijven het veelal algemene opmerkingen. Schrijvers zijn alleen maar uit op persoonlijk gewin, niemand maakt zich druk over de staat van de Nederlandse literatuur, de boekhandelaar haalt zijn neus op voor titels die hij niet kent, enzovoorts.

Natuurlijk kloppen deze algemene clichés niet, dat weet Boogers ook wel. Maar zijn betoog zou veel sterker zijn geweest als hij hier wat genuanceerder over had geschreven, als hij een paar namen had genoemd, geciteerd had uit het werk van deze elitaire schrijvers en hen met gerichte kritiek had bestookt. Dat zou ik liever hebben gelezen, dan alweer een metafoor over het gevecht dat hij moet leveren.

Hij heeft zelf een wat romantisch beeld van het schrijfproces en geeft dat ook gewoon toe. Hij maakt een vergelijking met de Hiphopcultuur. Amerikaanse rappers schreven hun teksten rechtstreeks naar aanleiding van wat zij meemaakten: actuele verontrustende berichten uit de frontlinie. Zij hadden geen last van de ballast van de literaire cultuur. Hun teksten zijn eerlijk. Jongeren voelen dit aan. Zo wil Boogers ook schrijven. Structuren zouden het werk corrumperen. Impliciet zegt hij in dit manifest dat andere schrijvers die het niet op deze manier doen – het niet kunnen of willen - elitair zijn en daarom niet in staat zijn om jongeren te bereiken.

Op dit romantische beeld van het schrijverschap valt wel wat af te dingen.  Een schrijver kan ook zijn fantasie gebruiken, iets verzinnen dat juist ver van hem afstaat en hiermee juist jongeren inspireren. Of hij kan dit bereiken met eindeloos schaven aan een tekst, met veel aandacht voor vorm, inclusief alle ‘ballast’ van de literatuurgeschiedenis. Er zijn vele manieren om prachtige boeken te schrijven. De manier van Alex Boogers is er één van. Ik zie ‘Lang leve de lezer’ daarom vooral als een persoonlijk verhaal.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten