maandag 8 oktober 2018

Bohumil Hrabal – Danslessen voor gevorderden


De publicatiegeschiedenis van het werk van Hrabal (1914-1997) is even dubbelzinnig en onnavolgbaar als zijn teksten zelf. Voordat hij rond zijn vijftigste voltijds schrijver werd, werkte hij onder andere in een ijzergieterij, als handelsreiziger en bij het spoor. Eind jaren veertig publiceerde hij wat gedichten en later een boekje in eigen beheer. Vanaf de jaren zestig verscheen er meer werk van zijn hand. Hij was inmiddels afgekeurd en kreeg een invalidenpensioen. Een paar jaar later werd zijn werk verboden. 


Veel van zijn teksten kennen verschillende versies: een officiële en meerdere ondergrondse. ‘Taneční hodiny pro starší a pokročilé’ schreef Hrabal eind jaren veertig. Er bestonden verschillende versies van de tekst voordat deze in 1964 in druk verscheen. Deze vertaling is van Marie Roelofson, die hierbij geholpen werd door een aantal Hrabal-kenners en gebruik maakte van een aantal andere vertalingen. Deze tweede druk uit 2012 is een mooi klein boekje.

Het verhaal van de danslessen bestaat uit een monoloog van de oom van Hrabal. Deze Pepijn kwam omstreeks 1918 voor een paar weken bij zijn ouders logeren, maar bleef meer dan vijfentwintig jaar. Dezelfde oom met hetzelfde verhaal duikt op in de novelle ‘Gekortwiekt’. Pepijn houdt de monoloog, die bestaat uit één zin, voor een publiek van een jong meisje. Zij luistert misschien niet eens naar de oude man. “Iedereen weet dat men aan een mooi meisje heel andere verhalen vertelt, men veroorlooft zich dichterlijke vrijheden (om te imponeren)."

Het verhaal is nauwelijks samen te vatten en bestaat uit een eindeloze serie gekke anekdotes. De oom is militair. Hij houdt van grappen en grollen. Er wordt veel gevochten en gedronken in de verhalen. Hij is geen rokkenjager, maar de vrouwen komen vanzelf op hem af. Hij weigert zich te laten strikken en is hier voortdurend trots op. De omgangsvormen in de wereld van de oom - Oostenrijk ten tijde van de Eerste Wereldoorlog – zijn nogal ruw. Kinderen worden soms afgetuigd en als hij een vreemde op zijn pad tegenkomt schiet hij onmiddellijk.

De ene anekdote gaat zonder onderbreking over in de volgende. Vaak is er geen clou. Het is een manier van schrijven waar je even aan moet wennen, maar wanneer je in de juiste cadans zit lees je deze ‘Danslessen voor gevorderden’ achter elkaar uit. Ter illustratie tot slot een wat langer citaat.

“…in die tijd was er een golf van moorden en inbraken, wie buitenaf woonde ging slapen met een bijl bij de hand of een vuurwapen, in het holst van de nacht hoorde een molenaar een zaag die een gat in zijn deur maakte, een gat juist groot genoeg om een hand door te laten om de grendel van de deur te schuiven, hij sloop naderbij met een bijl en toen de hand door het gat kwam, tsjak! hand eraf, de politie zoeken en zoeken, maar nergens een man met zijn hand eraf, de pastoor vloeken, die moest die hand begraven en daar een aparte zeer kleine kist voor bestellen, heilige Maria nog aan toe! een soldaat die op de wacht stond in Olomouc zag op het kerkhof rook en vuur, hij erheen, in het lijkenhuis trof hij de doodgraver naast een kokende ketel waarin handen en voeten in het vet borrelden, en algauw werd de doodgraver afgevoerd door de gendarmes omdat hij lijken had opgegraven en gekookt om aan zijn varkens te voeren…”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten