vrijdag 26 oktober 2018

Bregje Hofstede – Drift


‘Drift’ is een geweldig boek. Ik las de laatste tijd een aantal recente boeken van Nederlandse vrouwelijke auteurs, zoals Lotte Kok, Sytske van Koeveringe en Marente de Moor. De kwaliteit is hoog, maar halverwege nam de spanning in hun boeken wat af. ‘Drift’ daarentegen blijft tot het einde toe boeiend. Dit heeft zowel met de constructie van het boek als met het taalgevoel van Bregje Hofstede te maken.


‘Drift’ gaat over een jonge vrouw die haar man verlaat. Zij neemt weinig mee. “Ik had van alles kunnen meepakken, maar het eerste dat ik in de grijze rugzak stopte was mijn dagboek.” Dan volgt het verslag per genummerde dag dat zij weg is bij haar man. Zij loopt door Brussel en logeert op verschillende adressen. Ondertussen denkt zij terug aan haar relatie. Deze teksten worden afgewisseld met fragmenten uit haar dagboeken. Dat is nog niet alles. Een paar jaar eerder heeft zij een roman geschreven, ‘De Welp’. Haar man heeft het boek nooit gelezen. De vierde invalshoek  - naast het lopende verhaal, het terugdenken en de dagboeknotities - vormen de fragmenten uit dit boek, dat handelt over een opstandig kind dat opgroeit in een door haar als vijandig ervaren omgeving.

Deze vier vertelniveaus geven het boek een bijzondere structuur, maar deze voelt nergens als een beknelling. De niveaus sluiten juist wonderlijk goed op elkaar aan. Leuk is dat Hofstede de fragmenten uit ‘De Welp’ een eigen paginanummering geeft. Das Mag, de uitgever, kreeg verontrustende telefoontjes van boekhandelaren die meenden dat zij een misdruk in handen hadden.

‘Drift’ gaat over liefde en het opbreken van een liefde. De hoofdpersoon in ‘Drift’ heet ook Bregje. Zij is voortdurend met taal bezig en probeert in haar dagboeken exact vast te leggen wat er gebeurt tussen haar en haar man Luc. Gebeurtenissen die hij allang vergeten is, heeft zij vastgelegd. In het terugdenken analyseert zij wat er precies gebeurt is, wat was de betekenis van hun relatie? Waar ontstond het onbegrip? Zij spaart zichzelf hierin niet en legt veel van haar onzekerheden op tafel. “Jarenlang heb ik gedacht dat jij bij mij weg zou gaan, omdat ik, als dat kon, allang bij mezelf was weggelopen.”

Bregje is een moeilijk te peilen persoonlijkheid. Zij kiest enerzijds voor haar eigen leven. Haar schrijfcarrière en haar dagboeken zijn zeer belangrijk. Zij betrekt haar man hier niet in. Anderzijds bekent zij ineens dat zij zichzelf soms compleet wegcijfert vanwege een enkele opmerking die Luc maakt. Luc heeft dit volstrekt niet in de gaten. Hij is een gevoelige man, die ontzettend lief kan zijn, maar ook wat simpel is en snel jaloers kan zijn. Anderen vinden Bregje vaak arrogant. Familieleden begrijpen niet wat haar bezielt om haar man te verlaten.

Bregje en haar man volgden therapie. “Over het begin van onze liefde kunnen we in perfecte harmonie vertellen, maar hoe dichter we het heden naderen, hoe minder goed de twee helften van het verhaal op elkaar passen. Over sommige dingen waar de therapeute ons naar vraagt hebben we nog nooit gepraat.” Luc komt als  overwinnaar uit de sessie. Wat Bregje werkelijk voelt zegt zij niet. Langzaamaan zie je dat Bregje nare trekjes heeft, zoals haar ontwijkende gedrag en het zich in stilte opofferen. Luc gedraagt zich vaak klootzakkerig. Hij is razend of wentelt zich dan weer in excuses. Deze eigenschappen maken het verhaal realistisch.

Het verhaal is geheel vanuit het gezichtspunt van Bregje geschreven. Maar soms gunt de auteur een blik van de ander op haar. Haar moeder hield een dagboek bij van haar kinderen. Bregje krijgt het als zij achttien is. Hierin hoor je de moeder over haar ontwikkeling. “Het gezelligheidsdier verdwijnt stilletjes van de pagina’s. De etiketten die wel blijven plakken zijn: dwars, koppig, weerbarstig. Weinig sociaal. Een dromer en een huilebalk. Een kind dat elke rol met overtuiging speelt, behalve de rol die van haar gevraagd wordt.”

In de stukken uit haar boek ‘De Welp’ komt een zelfde beeld op. Het meisje sluit zich op in een autobusje om daar dagen te bivakkeren. Haar ouders willen dat zij gewoon naar buiten komt. “Gewoon meedoen. Je zult het gewoon moeten accepteren. Als mensen dat woord gebruiken, moet je uitkijken. Dan duwen ze je iets door de strot wat helemaal niet zo gewoon is.”

In de analyses over hun gebroken liefde gebruikt Hofstede mooie metaforen die zij lang uitdiept. Bregje doet aan klimsport, waarin het puzzelen, het zoeken naar de juiste route haar vooral fascineert. In deze passages gaat het ook over lichamelijkheid en beweging. In de beschrijving van Lucs gedrag is dit een terugkerend element. Een andere metafoor voor hun liefde is de stad Pompeji, waar zij na de breuk alleen heen gaat. Zij volgt geen route maar kijkt op elke hoek welke kant er het meest aantrekkelijk uit ziet.

De relatie put Bregje uit. Zij kan nauwelijks meer slapen en valt af. Zelden heb ik zo’n indringende beschrijving gelezen van wat er omgaat in het hoofd van iemand die aan slapeloosheid leidt als bij Hofstede.

Uiteraard heeft het lopende verhaal – de genummerde dagen die zij weg is bij Luc - een ontwikkeling. Deze heb ik hier niet geschetst. Dit proces grijpt goed ineen met de andere niveaus in het verhaal. ‘Drift’ is misschien een erg literaire roman, maar het boek leest als een thriller. Dat gepeuter in iemands eigen brein, daar moet je wel van houden. Ik zag op een gegeven moment overkomsten met de meesteres van dit genre, Frida Vogels. Tot slot een mooi citaat, waarin de noodzaak van deze zelfanalyse nog eens wordt verwoord.

“Dit is wat ik van mijn dagboek wil: de naakte waarheid over mezelf. Me blootgeven, inclusief de wonden. Kunnen ze mooi drogen aan de lucht. Toch lijkt elke betekenis een andere te maskeren, die gênanter en duisterder is. Ik ben bang dat als ik werkelijk diep zou graven, en alle lagen van zogenaamde zelfreflectie afpel, ik niet stop bij het meisje in het panterpak maar bij het beest eronder. En dat de woorden die ik het liefst zou willen afschudden het beste bij mij passen.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten