zondag 12 juli 2020

Bart Chabot – Mijn vaders hand

Na het lezen van Confettiregen van Splinter Chabot werd ik nieuwsgierig naar het boek van zijn vader Bart over diens vader. Beide boeken zijn autobiografisch en gaan over opgroeien als een buitenbeentje. Mijn vaders hand gaat in tegenstelling tot wat de titel suggereert niet alleen over de vader van Bart. Zijn moeder speelt een even belangrijke rol. Beide ouders gaven hun kind voortdurend het gevoel: “Ik had nooit geboren moeten worden.” De vader zette dit kracht bij met fysiek geweld. De moeder wordt afgebeeld als een egoïstisch ijskonijn, zelden wist zij haar man te kalmeren wanneer hij Bart weer eens een pak slaag gaf. Vreemd genoeg had zij haar man wel onder de duim als er een klusje in huis moest gebeuren of iets dergelijks. Zij gaf haar man dan commando’s die hij zonder meer opvolgde.

Bart heeft een jongere zus. Zij werd door de ouders vaak als goed voorbeeld voorgehouden. Zo kon het dus ook, wilden zij dan zeggen. Het zusje ervoer de band met haar ouders daarentegen niet altijd als prettig. Zij wenste hen ook wel eens dood. Bart hoorde haar een keer aan de telefoon tegen een vriendin zeggen. “Ik hoop zo dat ze verongelukken... Dan ben ik eindelijk van ze af.” Bart hoort later van meer mensen dat zijn ouders vreselijke mensen waren. Aan het eind van het boek is Bart aanwezig is op de begrafenis van zijn moeder. Op de laatste weken voor haar dood na, heeft hij al jaren geen contact meer met haar gehad. Andere familieleden zijn zeer geschokt door zijn komst.

Dit is het speelveld van dit als autobiografisch te lezen boek, hoewel op het omslag duidelijk staat dat het een roman is. Misschien heeft hij dit gedaan om zich vrijer te voelen op te schrijven wat hij wil. Er staan veel dialogen in het boek, die hij onmogelijk letterlijk onthouden kan hebben. Het boek lijkt een afrekening met vooral zijn vader te zijn. Bart Chabot komt op een gegeven moment in het ziekenhuis te liggen. Het is ernstig. Dat is het moment dat hij terugdenkt aan zijn jeugd en hij de behoefte voelt alles op te schrijven. In het verhaal komen de ziekenhuisscènes regelmatig terug. Vervolgens lees je in flarden het verhaal van zijn jeugd. Dit is grofweg chronologisch opgezet, maar er ontbreekt een lijn in. In het ene hoofdstuk is hij negen jaar, dan weer veertien en een hoofdstuk later weer negen. Soms is dit verklaarbaar omdat een onderwerp centraal staat, zoals zijn eerste seksuele ervaringen. Maar vaker lijkt het op willekeur. In een hoofdstuk heeft hij met een groepje vrienden een brommer gestolen, maar zij krijgen hem niet aan de praat. Een hoofdstuk later moet hij nog leren fietsen op het fietsje dat hij maanden terug van zijn ouders kreeg.

In de vele hoofdstukken uit zijn jeugd leer je Bart kennen als een druk jongetje met een enorme behoefte aan vrijheid. Hij voelt zich bijvoorbeeld in de klas niet geremd zijn mening te geven en is dan verbaasd als hij eruit gestuurd wordt. Het zijn vooral zijn onbezonnenheid en zijn geestelijke afwezigheid die de leraren en zijn ouders tot woede-uitbarstingen drijven. Altijd gaat er iets kapot. Hij voetbalt in de gang. Zijn zusje waarschuwt nog, maar daar gaat alweer een beeldje aan gruzelementen. Hij moet zijn zusje roepen voor het eten. Zij speelt op straat bij een bouwput. Bart komt aangelopen en stort zich meteen in het spel van het slingeren aan kabels die uit de heipalen steken. Hij trekt een hele heipaal omlaag die de nieuwe auto van de buurman verplettert. Een scène die overigens bijzonder grappig is geschreven. Vader wordt gek van woede. En zijn moeder komt na een dergelijk ongelukje met verwensingen als: “Het is altijd wat met jou. Altijd wat. Hoe denk je dat het voor ons is, voor je vader en mij, om een kind als jou te hebben?”

Wanneer Bart naar de HBS gaat heeft hij al binnen een week bonje met de directeur. Deze wil hem het liefst meteen van school sturen en dreigt net als zijn vader met opsluiting in een internaat. Het gaat van kwaad tot erger. Hij blijft zitten en moet op een gegeven moment de school verlaten. De algemene mening is: “Hij kan het wel maar wil het niet.” Op de Mulo volgt hetzelfde gedonder, maar tot ook zijn eigen verbazing sluit hij het examen af met vier tienen. Wanneer hij dit zijn vader, die niet de moeite heeft genomen bij de feestelijkheden aanwezig te zijn, belt gelooft hij Bart niet. Hij moet onmiddellijk naar huis komen en hij dreigt hem zijn benen te breken als hij staat te liegen.

De eerste 250 á 300 pagina’s gaan vooral over zijn jeugd. Daarna schrijft hij over zijn volwassen leven. Zijn vader werkt op het consulaat. Hij verhuist op een gegeven moment samen met zijn vrouw naar Vancouver en later naar Pakistan. Slechts eenmaal bezoekt Bart hen in het buitenland. Maar na een paar dagen Vancouver wil hij alweer naar huis. Aan de relatie met zijn vader is niets veranderd. Goed zal het niet meer komen. De jaren verstrijken, hij woont samen, krijgt vier kinderen en heeft, op een paar toevallige ontmoetingen, na geen contact meer met zijn ouders. Uiteindelijk komt hij wel, na een telefoontje van zijn zus waar hij ook geen contact meer mee heeft, bij zijn moeder op bezoek die nog maar kort te leven heeft. Zij verzoenen zich, voor wat het waard is.

Mijn vaders hand is in sneltreinvaart geschreven, zo lijkt het. Het leest in ieder geval wel als een trein. Je leert Bart Chabot er zeker door kennen, maar ik bleef wel met vragen zitten. Wat ontbreekt is enige reflectie wat zijn ouders bezielden. Heel kort zegt hij iets over zijn vader wat je een oorlogstrauma kunt noemen. Jammer dat hij daar niet dieper op in gaat. Veel hoofdstukken zijn anekdotisch. Zijn capriolen en ongelukken kun je na een paar verhalen zelf uittekenen. Hier en daar laat hij meer van de binnenkant zien, over zijn behoefte om te verdwijnen of over zijn verstijven wanneer hij van huis wil weglopen of zijn vader iets wil aandoen. Vreemd is dat hij als kind vaak niet in de gaten heeft wat er om zich heen gebeurt. Dat verklaart misschien dat hij vaak schrikt wanneer zijn vader weer eens woedend op hem is.

Overigens lijkt het mij geen pretje om in zo’n gezin op te groeien, maar buitengewoon traumatisch was zijn jeugd misschien ook weer niet. Ik bedoel, veel vriendjes van hem zullen in soortgelijke omstandigheden zijn opgegroeid: ouders zonder interesse in hun kind en een vader die er weleens op los slaat. Hij had daarnaast veel vrijheid. Kon altijd op straat met vriendjes spelen. Je leest wel over vechtpartijen, maar weinig over echte straatterreur, drugsdealers, kindermisbruik, bendes en dergelijke. Dat neemt niet weg dat Bart Chabot wel degelijke een gestoorde band met zijn ouders had en het heel begrijpelijk is dat hij met hen heeft gebroken. 

Wat zijn manier van schrijven, maar ook de manier van naar de wereld kijken betreft, zie ik zeker parallellen met de stijl en de blik van zijn zoon Splinter. Het zijn beiden stuiterballen, die soms de omgeving niet helemaal in zich opnemen. Maar wanneer er focus moet zijn, is die er. Het lukt beiden om de lezer mee te slepen met een snelle manier van vertellen, met veel dialoog en met avonturen die aan die van Pietje Bell doen denken. Ik las Mijn vaders hand in twee dagen uit.

Geen opmerkingen: