woensdag 22 februari 2017

Jiri Weil – Mendelssohn op het dak

Elke maand wordt er wel een meesterwerk herontdekt. Uitgeverij Cossee maakte in 2014 de vergeten roman ‘Een dwaze maagd’ van Ida Simons tot een bestseller. Twee jaar ervoor gaven zij ‘Mendelssohn op het dak’ uit, een Tsjechische roman uit 1960. Het boek verscheen na de dood van de schrijver. 

Jiri Weil werd geboren in 1900 in een dorpje buiten Praag. Hij kwam uit een joods-orthodox gezin, studeerde in Praag en werd later journalist. Hij had grote belangstelling voor Rusland en de Russische literatuur en was aanhanger van de Sovjet-Unie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij voor het joods museum in Praag. Hij ontkwam aan deportatie naar Terezín. Hij deed alsof hij zelfmoord pleegde door in de Moldau te springen. Weil dook onder en overleefde de Nazi-bezetting. Hij werkte daarna weer in het joods museum en ook in zijn boeken komen veel joodse thema’s voor. Ondanks zijn communistische sympathieën werden zijn romans na de oorlog, in een door de Sovjets geleide staat, niet altijd gewaardeerd. Weil stierf in 1959.

‘Mendelssohn op het dak’ speelt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Heydrich is in Praag gestationeerd om orde op zaken te brengen, met name om de deporaties te stroomlijnen. Het verhaal begint met een absurde situatie. Heydrich ziet na een avondje opera op het dak van het concertgebouw het beeld van Mendelssohn staan. Hij ontsteekt in woede en eist dat het beeld van de joodse componist zo snel mogelijk wordt verwijderd.

Vervolgens gaat deze opdracht langs diverse instanties. Wanneer twee werkmannen op het dak staan en Schlesinger het bevel wil geven het beeld te verwijderen doet zich een probleem voor. Hoe ziet Mendelssohn eruit? Na het meten van de neuzen denkt de SS-officier het juiste beeld gevonden te hebben. Het blijkt echter het beeld van Richard Wagner. Wat volgt is een tocht langs instanties om iemand te vinden die Mendelssohn kan identificeren.

Het boek heeft hier nog een lichte toon. Door dit verhaal heen weeft Weil een aantal andere verhalen. Rudolf Vorlitzer was arts, maar ligt nu zelf in het ziekenhuis. Hij is bijna geheel versteend. De enige reden waarom hij nog leeft is dat hij een mooi studieobject is. Hij weet dat hij het niet lang zal maken, maar heeft nog de hoop rustig te kunnen sterven. Zijn vriend Jan draagt zorgt voor zijn twee nichtjes. Zij zitten vooralsnog veilig ondergedoken. Een ander personage is dr. Rabinovič, die in het joods museum in beslag genomen joodse voorwerpen registreert.

Interessant is dat Weil de lezer in eerste instantie in spanning houdt over het lot van alle personages in het boek. Soms verwacht je dat iemand onmiddellijk wordt doodgeschoten of gedeporteerd, maar dan volgt slechts een woede-uitbarsting. Een andere keer is het plotseling gedaan met iemand. De willekeur is verrassend.

De personages zelf beseffen vaak ook niet wat er met hen gebeurt. Zij denken de dans te ontspringen. Hun werk voor het museum is toch belangrijk? En zelfs met elkaar samengepakt in een treinwagon hebben zij nog steeds de hoop dat er zo een auto komt voorrijden. Er zal iemand uitspringen, hen bevrijden en zeggen dat er een misverstand in het spel was.

Een groep mensen uit het getto wordt opgehangen. De nazi’s geven de blokoudste de opdracht de beulen te zoeken. Uiteindelijk valt de keuze op een aantal slagers. De commandant wordt uitgescholden als hij de boodschap komt brengen, maar zegt: “Als jullie het niet doen, zal de hele Ouderenraad gefusilleerd worden en ik ook.” Zij honen hem, maar hij geeft aan dat zij dan ook gefusilleerd worden. ”Hoezo wij? Wij hebben er niks mee te maken.” Waarop de commandant kalm zegt: “Ik zal jullie aangeven.”

Eerst verwacht je dat de verschillende verhalen in elkaar zullen grijpen, maar Weil pakt het subtieler aan. Tussen een paar verhaallijnen zit een sterk verband, tussen andere zit nauwelijks verband. Bij elkaar schetst hij een totaalbeeld van Praag tijdens de Nazi-bezetting. Het beeld van Mendelssohn keert verderop in het boek niet terug, tenminste niet in letterlijke zin. Er zit geen ontknoping of bevrijding in het verhaal. Zelfs personages waarvan je dacht dat ze het zouden redden vanwege hun totale onschuld, komen slecht aan hun einde. Mendelssohn op het dak is geen leuk boek, wel een goed boek.


Deze klassieker is vertaald door Kees Mercks, die ook een verhelderend nawoord heeft toegevoegd. Er is de afgelopen jaren meer van Jiri Weil vertaald.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten