vrijdag 24 juni 2016

Jonathan Griffioen – Wijk

Wijk’ is het poëziedebuut van Jonathan Griffioen. De bundel was genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs, maar won hem niet. De korte bespreking van de bundel door Arjan Peters op Poetry International wekte mijn interesse en na het horen van de zin “ik kijk laagopgeleid door het raam” besloot ik ‘Wijk’ te kopen.


Wijk staat voor Wijk bij Duurstede, maar de wijk kan zich overal bevinden waar jongens rondhangen, zich vervelen en desondanks opgroeien. Griffioen schetst een afgesloten wereld met ouderwetse gewoonten, waarin de verteller veel dezelfde mensen tegenkomt.

Je kunt zijn gedichten afzonderlijk lezen, maar het beeld is pas compleet wanneer je ze in samenhang leest. De wijk is misschien troosteloos, Griffioen schrijft er nostalgisch over: ”ik kom uit een huis waar je de kurk door de hals duwt”. In een ander gedicht schrijft hij “In Wijk droomde ik van een huis zonder NCRV-gids.”

Zijn vriend heet Mike: “Mike kan niet eten ’s ochtends, / Mike kan niet opstaan”.  Samen hangen zij rond, werken in een fabriek, worden gearresteerd: “we zijn de liefdesliedjes zat. We willen schreeuwen”

Herman, een wijkbewoner gaat dood. Een man vat hem na de begrafenis samen: “een ooit ergens gehoorde, verkeerd onthouden mop.”

Zo staat ‘Wijk’ vol met prachtige zinnen. Ik las dat Jonathan Griffioen werkt aan een verhalenbundel. Ik kijk ernaar uit.

Tot slot een wat langer fragment uit ‘Wijk’.

In Wijk lagen we als leeggelopen ballen tegen muren,
vlakgedrukt tegen de stenen, loodrechte huizen
en buitenwijken, tussen de aanstekers en weiland en

bussen deodorant. in Wijk hingen moeders over balkons
als bloembakken, schreeuwden dat het etenstijd was

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen