Marius Huender en Dik Vuik kennen het Kralingse Bos door en door. Zij geven er al jaren rondleidingen en publiceerden eerder over het bos. In dit boek is de hele geschiedenis van het grootste stadspark van Rotterdam vastgelegd, een ‘boschpark’ is een beter woord. In het rijk geïllustreerde boek beschrijven zij de ontstaansgeschiedenis van het bos en is er bijzondere aandacht voor de oorlogsjaren. Zij staan stil bij de waarde van de natuur en de biodiversiteit in het gebied, want zoals de auteurs aangeven: ‘Steden worden woestijnsteden zonder dit soort plekken.’
Mooi is dat de auteurs ver terug gaan in de tijd en het hele gebied, groot Rotterdam, beschrijven vanaf de prehistorisch en het ontstaan van de eerste nederzettingen. Door turfafstekingen ontstonden er grote meren, waarvan er vele werden drooggelegd ten behoeve van landbouw en bewoning. De Kralingse plas bleef bestaan. De eerste plannen voor een groot stadspark kwamen van burgemeester Zimmerman die in 1906 aantrad. Wat ik niet wist is dat er eerst nog gedacht werd dit park aan te leggen in wat nu de wijk Blijdorp is, maar al snel werd het gebied rond de Kralingse plas geschikter geacht.
De aanleg van het park is echt een gigantisch operatie geweest. De grond moest vele meters opgehoogd worden; dit gebeurde met grond uit de Waalhaven die toen aangelegd werd. Er vonden onteigeningen plaats, er werd gedacht aan sportaccommodaties zoals een zwembad en er moesten heel veel bomen worden aangeplant. Tijdens de vooroorlogse crisisjaren is dit deels gedaan door de inzet van werkelozen arbeiders. Bij het uitbreken van de oorlog was alleen aan de oostkant sprake van enig bos met wat grotere bomen. De Duitsers stelden tijdens de oorlog hier hun afweergeschut op. Er hebben wat schermutselingen plaatsgevonden, zoals een Brits vliegtuig dat uit koers was geraakt en boven de plas werd neergehaald, maar verder gebeurde er weinig spannends. Na de oorlog bleek het gebied wel vol met granaten e.d. te liggen.
Het duurde tot 1953 eer het park weer helemaal toegankelijk was en ook de vele bomen geplant en opnieuw geplant waren; tijdens de hongerwinter werden er namelijk heel wat jonge boompjes opgestookt. Anders dan voor de oorlog was het bos nu gratis toegankelijk. Hier zat wel een risico aan: ‘een experiment waaraan een gevaarlijke kant zit, omdat een deel van het publiek nog niet de beschaving toont, die we graag zouden willen.’ Vanaf de jaren vijftig groeide het gebruik van het park gestaag; het werd een plek voor sport, natuurbeleving, recreatie en festivals zoals het beroemde Holland Pop Festival in 1970. In de loop der tijd is het een onmisbaar onderdeel geworden van de stad Rotterdam.
Er is veel aandacht voor natuur in het boek. In een apart hoofdstuk, met mooie kleurenfoto’s, komen vele soorten vogels, planten, paddenstoelen, amfibieën en zoogdieren voorbij, zoals de eekhoorns die enige tijd een attractie in het park waren en nu helaas zijn verdwenen. Het boek eindigt met een toekomstvisie voor het Kralingse Bos aan de hand van enkele interviews. Dit hoofdstuk is wat anders van toon, de interviews zijn nogal uitgesponnen en weinig concreet. De vrees is dat het Kralingse bos te veel geïsoleerd raakt en wordt ingesloten door bebouwing. De wens is om het bos te verbinden met andere groene oases in de stad en erbuiten. Ik hoop dat deze wens uitkomt.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten