Het verhaal in de roman Dertig dagen beslaat een periode van dertig dagen, Verbeke beschrijft het in dertig hoofdstukken. De hoofdpersoon is Alphonse. Hij komt uit Senegal en was muzikant. Met zijn vriendin Kat is hij verhuisd van Brussel naar de Vlaamse Westhoek, waar hij geld verdient als huisschilder en klusjesman. Iedere dag komt hij bij Vlamingen over de vloer die al snel hun hart voor hem openen. Hij hoort hele persoonlijke en vaak bizarre verhalen. Alphonse heeft iets van een heilige; hij komt mensen in nood tegen en helpt ze met een vanzelfsprekendheid die bijzonder is. Hij stelt zichzelf op zo’n moment geen vragen en oordeelt ook niet.
Zijn vriendin Kat is meer iemand die twijfelt en tobt. Zij heeft kanker gehad en wacht de uitslag van een onderzoek af. Zij vraagt zich vaak af waarom zij in deze uithoek zijn komen wonen. Zij is enigszins jaloers en vindt het niet leuk dat Alphonse zo vaak aan het werk is of bezig is met andere mensen. De Westhoekbewoners zouden een stug en zwijgzaam karakter hebben, maar ze praten net zo makkelijk met Alphonse als andere mensen. ‘Volgens Kat beklemtoont zijn kleur dat hij buiten hun leven staat, en laten ze hem daarom in. Zijn kleur is de soutane van de geestelijke, het beroepsgeheim van de psychiater’.
Op de eerste dag komt hij bij een ogenschijnlijk normaal gezin, maar al snel krijgt hij te horen dat de buren een obsessie hebben met deze mensen en hun levens imiteren. Hij moet inderdaad ook bij de buren langs om een kamer te verven en krijgt van leden uit beide gezinnen ontboezemingen te horen, zoals een geheime relatie en een zwangerschap. Hij lijkt de toehoorder, maar hij grijpt ook in om een gemene roddel recht te zetten en als later zijn hulp nodig is komt hij meteen langs. Zo gaat het vaker. Hij komt in een shoarmazaak en de jongeman die hem helpt snijdt zijn vinger eraf. Hij handelt direct en neemt de jongen mee naar het ziekenhuis; als beloning krijgt hij een wel heel bijzonder cadeau.
De opzet van de roman geeft Verbeke de ruimte om een berg verhalen over de lezer uit te storten. Sommige zijn vooral grappig, maar vaak zit er een tragische kant aan. Hij is aan het werk in een schrijfhuis; een tijdelijke bewoonster schrijft een pornoverhaal voor hem. Zij wordt ook geïnterviewd door een man die haar beledigt en bedreigt. Alphonse vraagt of dat altijd zo gaat: ‘Nee, nee, soms zijn ze aardig. Soms is het zelfs een gesprek.’ In een ander hoofdstuk komt Alphonse een kamer opknappen bij een oude vrouw; lang geleden is hier haar broer overleden, maar in haar beleving bezoekt hij haar nog geregeld. Alphonse treedt op als schilder en als hulpverlener. Veel van de personages keren terug in latere hoofdstukken. Ze passeren hem op weg naar een volgende klant of bellen voor hulp.
Om dit raamwerk van verhalen heen speelt de relatie tussen Kat en Alphonse. Deze wordt meerdere keren op de proef gesteld: er komen oude vrienden van hem logeren, zij blijft een weekendje weg en zij vertellen elkaar niet altijd alles. In de tweede helft van het boek komt Alphonse in aanraking met een groep vluchtelingen. Hij helpt ze zo goed hij kan en brengt zelfs een arts mee. Door mensen uit de buurt wordt dit niet gewaardeerd. In hun ogen kunnen de vluchtelingen barsten; ze moeten weg. Hier ziet Alphonse een andere kant van de mensen waarvoor hij werkt, maar al eerder werd hij geconfronteerd met racisme. Mooi is dat Verbeke niet vanaf de eerste bladzijde dit als thema presenteert, maar in de loop van het verhaal zie je dat racisme constant een rol speelt in het leven van Alphonse. Dit is een van de kwaliteiten van de roman, die ik met veel plezier las. De verhalen die soms wat los van elkaar lijken te staan vormen bij elkaar toch een eenheid. Alphonse als redder is een hele bijzondere hoofdpersoon en Verbeke schrijft het verhaal met de nodige humor en het juiste gevoel voor drama.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten