Ester Naomi Perquin is vooral dichter. In de periode 2017-2019 was zij de Dichter des Vaderlands, eerder was zij stadsdichter van Rotterdam. Tot alles in beweging komt is haar romandebuut. De hoofdpersoon Ela werkt als bewaakster in een gevangenis. Zij is ook moeder en heeft een ingewikkelde relatie met haar twee broers en met haar moeder. Delen van de roman lezen als een dagboek, andere stukken hebben de vorm van gevangenisrapporten. Het is een rijk boek met meerdere verhalen die zij kundig mengt in een directe stijl.
Perquin kan meesterlijk vertellen en schakelt goed tussen de verhaallijnen. Een nadeel van de rijkdom in het boek is toch de veelheid. De hoofdpersoon vertelt over haar jeugd: haar liefdevolle vader overleed op jonge leeftijd, haar moeder gaf haar drie kinderen te weinig aandacht. Ela ging jong het huis uit en kreeg een relatie met een oudere, dominante man. De relatie met haar moeder raakte verder verstoord, soms zagen de twee elkaar jaren niet. Een groot deel van het verhaal speelt in de gevangenis, waar zij eerst in opleiding is en zich door een strenge begeleider laat koeioneren. Uiteindelijk lukt het haar zich te bevrijden van het juk van haar jeugd, maar telkens slaan traumatische gebeurtenissen van vroeger als een boemerang terug op haar en haar broers. De rode draad in de hele roman is de mogelijkheid en onmogelijkheid om los komen, uit te breken. Het letterlijk uit de gevangenis breken koppelt zij aan het persoonlijk loskomen van trauma’s.
Deze lijn in het verhaal is sterk en wordt versterkt door veelzeggende anekdotes en korte typeringen. Zo houdt haar moeder niet van orde, in huis of daarbuiten. ‘Mijn moeder gelooft niet in schoonmaken, zoals zij ook niet in het weer gelooft, in roem, in uitgebreid koken of de overheid. En ze houdt niet van mensen die zich expert noemen.’ Ela probeert haar man Gideon uit te leggen hoe de relatie met haar moeder was en wat er was gebeurt: ‘maar dat bleek lastig omdat er eigenlijk niets gebeurd was. We waren gewoon gestopt met praten.’
Over het werk in de gevangenis schrijft Perquin uitvoerig. Zij geeft in een staccatostijl een zeer lange opsomming van incidenten, met alle wrede details. Het komt over als een soort freakshow, die eigenlijk weinig toevoegt aan het verhaal. Dit opsommen lijkt een drang naar volledigheid, die soms het leesplezier in de weg zit. Bij een familiefeestjes ziet de hoofdpersoon een groot aantal familieleden terug. Perquin kiest er dan voor om paginaslang er minstens tien te benoemen en te beschrijven. Dat vond ik echt te veel
Deze veelheid komt het verhaal niet altijd ten goede. Tot alles in beweging komt is een roman over het gevangeniswezen; het gaat ook over volwassen worden, ergens van los willen komen (uitbreken), maar ook over het verlies van een ouder, de verstoorde gezinssituatie, over kindermisbruik, depressie, geweld binnen een relatie, de angsten tijdens een bevalling en nog meer. Wat daar bij komt is een extra laag. De hoofdpersoon is van plan is een boek te schrijven over haar jeugd, waarover haar twee broers zo hun bedenkingen hebben. Ela geeft aan dat het een roman is, haar broer David antwoordt: ‘Als je er fictie op zet weet iedereen tenminste hoe het zit. Met iedereen bedoelt hij in dit geval: niemand.’ In dit geheel van verhalen zitten een paar romans die Perquin in één boek heeft willen samenpersen. Ik had de komende jaren deze romans liever afzonderlijk willen lezen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten