Sprekken is Achterhoeks voor het vertellen van sterke verhalen. En dat is wat Bennie Jolink doet in deze biografie, die is opgetekend door Gerard Menting. De verhalen mogen sterk zijn, na ieder verhaal dient wel vermeld te worden dat het allemaal ‘woargebeurd’ is. Het is geen zogenaamde kritische biografie geworden, maar Jolink heeft voldoende relativeringsvermogen en zelfkennis om ook te vertellen over zaken die hij minder goed heeft aangepakt en achteraf spijt van heeft gehad. De stijl van het boek is vlot, je hoort hem bijna praten als je boek leest.
De opbouw van het boek is chronologisch met wat aparte hoofdstukken over specifieke onderwerpen, zoals de boeren, zijn liefde voor motorcrossen en de jacht. Bennie groeide op in Hummelo, zijn vader was huisschilder en ondanks zijn astma, had hij een mooie jeugd. Hij was een buitenbeentje en de kunstacademie was voor een boerenjongen niet een voor de hand liggende keuze. Hij woonde enige tijd in Amsterdam, kon er niet echt aarden en keerde terug naar de Achterhoek. Min of meer bij toeval begon hij met het maken van muziek en toen zij als Normaal in het Achterhoeks gingen zingen was dat een schot in de roos.
De landelijke doorbraak van Normaal kwam met hun hit Oerend Hard en na een legendarisch optreden bij Toppop kenden iedereen hen. De bandleden hadden zich wat misdragen: ze hadden hun eigen bier meegenomen en volgens de media voor tonnen schade aangericht. De rekening bedroeg uiteindelijk 114 gulden; het bedrag werd netjes voldoen. Hiermee was hun naam als losgeslagen boeren, een soort halve wilden, gevestigd. De ‘anhangers’ vonden het prachtig, maar in de landelijke muziek(pers) werd de band steeds minder genoemd. Af en toe trad Normaal op bij programma’s als Op volle toeren, waar ze met de nek werden aangekeken. Alleen Pierre Kartner en Nico Haak feliciteerden hen met het succes.
Het ging er soms wild aan toe bij optredens, met toeschouwers die op de vuist wilden of Hell’s Angels die verhaal kwamen halen. Een paar keer heeft Bennie iemand van het podium moeten aftrappen of met een gitaar moeten slaan. Vooral in West-Friesland ging het er wild aan toe. De organisator zei dan dat er wat opstootjes waren. ‘Opstootjes? Man, ze probeerden elkaar te vermoorden! Wat soms nog bijna lukte. Er werd weleens een vinger gevonden, die niet als vermist was opgegeven. Dat was een rumoerige tijd, eind zeventiger jaren.’
Naast de ontwikkelingen in de band, de vele optredens, de foute managers en meer zijn het vooral de anekdotes die het boek aantrekkelijk maken. Zoals in veel biografieën probeert Gerard Menting het hele leven van Bennie Jolink te vangen. Zelf vind ik dat het wel wat korter had gemogen. Er staan wat herhalingen in het boek, de samenvattingen aan het begin van ieder hoofdstuk hadden eruit gekund en zijn jeugd krijgt te veel aandacht. Zijn mening over de boeren en zijn veranderende standpunten hierover zijn interessant, maar Jolink is bekend als frontman van Normaal en daar wil ik dan vooral over lezen. Dat neemt niet weg dat ik het boek in twee dagen uit had. Vanaf eind jaren zeventig was ik fan van Normaal. Op de lagere school playbackte ik ooit tijdens de werkweek Oerend Hard en de eerste zeven platen staan nog altijd in de kast. Deze week heb ik ze allemaal weer eens gedraaid.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten