Vestdijk schreef Ierse nachten in 1942, maar het boek kwam pas in 1946 uit. Wel verscheen er in 1944 een Duitse vertaling van de roman; eerder waren Het vijfde zegel, Rumeiland en Aktaion onder de sterren in het Duits uitgebracht. Wim Hazeu schrijft in zijn Vestdijkbiografie dat Vestdijk niet meer mocht publiceren omdat hij zich niet had ingeschreven bij de Kultuurkamer, maar dat nam niet weg dat deze Duitse vertalingen wel konden verschijnen. Vestdijk werd in mei 1942 gevangengezet; hij verbleef in kamp Sint-Michielsgestel en in het Oranjehotel in Scheveningen. Hij kwam vrij door zich alsnog aan te melden bij de Kultuurkamer, wat toch niet leidde tot publicatie van Ierse nachten.
Dat het boek in Duitse vertaling verscheen is ook opmerkelijk omdat - hoewel het een historisch roman is - het thema de opstand tegen een bezettingsmacht is. De Duitse censuur zag kennelijk geen parallellen, misschien omdat het onderdrukte volk in de roman de Ieren betreft en de bezetter het Britse Rijk, de grote vijand van de nazi’s. Het verhaal van Ierse nachten speelt in een arm Iers dorp. Hoofdpersoon is het Robert Farfrae, de zoon van een rentmeester op een landgoed. Zijn vader is Schots, zijn moeder is Iers en de landheer die zelden aanwezig is, is Engels. De roman heeft vijf delen en speelt tussen 1852 en 1860, de tijd waarin Robert opgroeit tot een jongeman. Zowel de vijf delen als een opgroeiende jongeman zie je vaker terug in de romans van Vestdijk.
Het verhaal gaat over armoede en onderdrukking. De rentmeester heeft een tussenpositie. Hij is in dienst van de landheer en moet de pacht innen, maar hij steunt ook de bevolking door soms - zonder dat de boeren het weten - voor hen de pacht te voldoen. Er zijn meer geheimen binnen het huishouden van Robert, zoals een gevluchte Ier die betrokken was bij een moord op iemand die voor de landheer werkte en die is geholpen door de intelligente en praktische moeder van Robert. Zijn vader is oprecht en heel consequent, wat heerlijk botst met de opvattingen van zijn vrouw en met standpunten van de boze en bijgelovige boeren. De hoofdpersoon is sceptisch en nieuwsgierig. Hij laat zich meevoeren door de kinderen uit het dorp, ziet het verzet van de boeren tijdens een ontruiming, maar probeert ook zijn vader zo veel mogelijk te helpen.
In het dorp vormen godsdienst en allerlei vormen van heidens bijgeloof een dagelijkse mix. Daar tegenover staat de zogenaamde redelijkheid van de Engelsen. In een discussie met een geestelijke in het dorp legt deze aan Robert uit dat een heleboel Ieren ‘zich als redelijker, slimmer, zelfs beschaafder dan de Engelsen beschouwen en op grond daarvan alles menen te bereiken. Betreurenswaardige vergissing! Redelijkheid is alleen een macht op de wereld, wanneer ook de tegenpartij redelijk is. Dat is bijvoorbeeld de grote kracht van de jezuïeten, van wie ik overigens geen vriend ben: dat zij hun tegenstanders een redelijkheid suggereren, die altijd toch weer iets geringer is dan de hunne…’
De eerste delen van het boek zijn heel verhalend en bevatten talloze personages. In de opzet is het een sociale roman, waarin de schrijver kiest voor de onderdrukten en tegen de Engelse arrogantie, iets wat Vestdijk zelf nadrukkelijk ontkent op de achterflap van het boek. Maar dat is net zoiets als schrijven dat elke gelijkenis met bestaande personen of gebeurtenissen berust op louter toeval. Dan weet je als lezer al dat dit niet zo is. Ierse nachten is ook een roman waarin een opmerkelijk veel sympathieke personages voorkomen. Zowel de jongen, de vader als de moeder zijn aardig, hun handelen is invoelbaar en zij zijn zeker niet slecht. Ze proberen er gewoon het beste van te maken. De boosheid van de opstandige boeren begrijp je ook volledig. Alleen de rijke Engelsen zijn verschrikkelijk.
Ik vind deze eerste delen amusant om te lezen, maar niet erg Vestdijkiaans. Het verhaal heeft iets van een streekroman en ook het taalgebruik is niet bijzonder. Pas in het vierde deel en het fantastische slot lees ik weer de echte Vestdijk. De landheer bezoekt op een dag met zijn moeder en tante het landhuis. Hij wil wat gaan jagen en het gezelschap maakt zich vooral druk of er wel geroosterd brood is bij de thee. De bedienden en gezinsleden van de rentmeester lopen zich het vuur uit de sloffen om het huis op tijd schoon en opgeruimd te krijgen, en doen hun uiterste best een luxe maaltijd te verzorgen. De Engelsen gedragen zich hooghartig; ze zien de Ieren als luilakken en profiteurs die er stevig onder moeten worden gehouden en begrijpen niets van hun problemen. Dan komen de boeren verhaal halen; ze staan aan de deur te rammelen en willen een gesprek met de landheer. Ze schreeuwen en er sneuvelen ramen. Je begrijpt dat dit heel verkeerd kan aflopen, en in een kolkende eindscène weet Vestdijk met een aantal mooie wendingen de lezer weer te verrassen. Ierse nachten is vooral daarom een prachtige, historische roman, maar ik vind het niet zijn beste.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten