dinsdag 17 maart 2026

Rob van Essen – De grote schoonmaak


Een nieuwe roman van een van de grootste schrijvers van Nederland is een evenement. Toen ik vorige week een exemplaar kocht in de plaatselijke boekhandel lag het boek prominent uitgestald. Online zag ik dat de auteur een tour langs boekwinkels houdt om De grote schoonmaak te promoten. Helaas komt Rob van Essen niet in de buurt van Tilburg; ik zou hem graag willen interview over zijn nieuwste boek. De grote schoonmaaksluit qua verteltechniek aan bij zijn twee vorige romans, maar heeft ook een eigen stijl en thematiek. Een absurde gebeurtenis verandert het leven van de hoofdpersoon Thomas ingrijpend. Hij gaat op zoek naar een verklaring die steeds verder weg lijkt. In de roman speelt Van Essen met de relatie tussen lezer, hoofdpersoon en schrijver.


Bennekom 1980 (Spoiler alert): Thomas zit op het streeklyceum en ontdekt dat hij vanaf zijn achttiende jaar niet meer leerplichtig is. Hij verlaat de school en gaat werken in een buurtsuper in Wageningen. Zijn ouders zijn het niet eens met zijn beslissing, maar hebben niet zoveel meer over hem te zeggen. Met de filiaalchef van Vendriks Végé Voordeelmarkt kan hij het goed vinden, toch zal er maar twee maanden werken. Dat heeft alles te maken met een voorval dat zijn leven op zijn kop zet. Ter promotie van het nieuwe schoonmaakmiddel Brixo verschijnt er een man in een reclamepak die de hele dag het middel demonstreert. Aan het einde van dag, het is na sluitingstijd, is de fles Brixo op pootjes vermoeid: hij valt om en het pak scheurt open. Anders dan Thomas en Vendriks verwachten komt er geen persoon uit, maar loopt de fles leeg. Buiten het schoonmaakmiddel en het pak is er niets. 

 

Thomas vertelt dit verhaal tien jaar later in een Engels dorp aan een oude man op een bankje aan het water. De schok is enorm zegt hij: ‘Ons leven was voorbij. Dat wisten we nog niet, Vendriks en ik, toen we daar stapjes terug stonden te nemen, maar het was wel zo. Opeens bevonden we ons in een ander stadium, niet meer in het leven zelf, maar in een epiloog, waarin we wanhopig op zoek gingen naar een verklaring voor het absurde en onbegrijpelijke wat we hadden meegemaakt, en toen die uitbleef naar een manier om met die leegte om te gaan; eerst ieder voor zich, later met zijn tweeën.’

 

Met het vertellen van dit verhaal schakelt Van Essen heen en weer in de tijd, tussen Wageningen 1980 en Engeland 1990 en verder. Thomas wordt ontslagen en Vendriks weigert met hem te praten over het bizarre voorval. Hij verhuist naar Amsterdam en komt in de krakerswereld terecht. Daar wordt hij kunstenaar en schildert hij grote flessen schoonmaakmiddel. Dat is een manier om dit absurde voorval te verwerken. Wanneer hij er met zijn vriendin over praat verklaart deze hem voor gek en bloedt de relatie dood. Zo gaat het vaker in zijn leven. De gebeurtenis neemt een steeds groter deel van zijn leven in beslag. Hij staat er alleen voor totdat hij jaren later Vendriks terugvindt die al evenzeer door het gebeuren is behekst. Samen zoeken zij verder naar een verklaring en komen zij zo terecht in het Engelse dorp waar dergelijke promotiepakken gemaakt worden.

 

De roman draait om het gegeven hoe het absurde te temmen is. Het heeft afstand gecreëerd tussen Thomas en de rest van de mensheid. Door wat hij gezien heeft maakt hij geen deel meer uit van de gereguleerde wereld. Je kunt het ook lezen als een beschrijving van krankzinnigheid, als een verhaal over traumaverwerking of als een inkijkje in het hoofd van een complotdenker, met dit verschil dat de schrijver en zijn personage ervan overtuigd zijn dat het echt is gebeurd. Voortdurend wordt de lezer hierin meegenomen. 

 

Het verhaal dat telkens weer verrast leest heerlijk weg. Ik heb mij moeten inhouden om het boek niet achter elkaar uit te lezen. Het is mooi hoe Van Essen verschillende stijlen hanteert rond dit ene vreemde gegeven. Het heeft soms iets van een stripverhaal, dan waan je je in een heldenepos, maar het boek heeft ook elementen van sciencefiction of van een filosofisch essay. 

 

Meestal vind ik het leuk als er iets absurds in een verhaal plaatsvindt waarbij de personages reageren alsof het heel normaal is. Als lezer vraag je je dan allerlei dingen af, maar een goeie schrijver weet je mee te nemen in het verhaal. Hij maakt het absurde geloofwaardig en maakt het onderdeel van de wereld waarin het verhaal speelt. In De grote schoonmaak is het tegenovergestelde aan de hand. De hoofdpersoon maakt iets absurds mee en benoemt telkens hoe onbegrijpelijk het is wat hem is overkomen. Zijn hele leven staat op zijn kop en het komt volledig in het teken te staan van die gebeurtenis. De lezer kan zich er ook over verwonderen, maar de schrijver neemt het hier eigenlijk over van de lezer en spreekt die verwondering voortdurend uit. Later in het boek gaan de personages op de stoel van de schrijver zitten en dreig je als lezer de greep op het verhaal kwijt te raken. Dit spel tussen schrijver, personage en lezer geeft De grote schoonmaak een extra dimensie. Het zou mij niet verbazen als Rob van Essen wederom in de prijzen valt met dit boek.

Geen opmerkingen: