woensdag 18 maart 2026

Benny Lindelauf - Het licht tussen onze vingers


Benny Lindelauf is vooral bekend als kinderboekenschrijver; Het licht tussen onze vingers is zijn debuutroman voor volwassenen. Het verhaal begint met een man die omgekeerd in een eikenboom hangt met een ooievaarskuiken in zijn hand; onder hem is een gietijzeren hek met punten. Hij begrijpt evenmin als de lezer hoe hij hier terecht is gekomen, maar aan het eind van het boek lijkt het volkomen logisch dat hij daar hangt. De man heet Walter en hij is al dertig jaar rijinstructeur, totdat hij voor langere tijd door de bedrijfsarts naar huis wordt gestuurd: zijn been vertoonde spasmen, de oorzaak lijkt neurologisch, maar het kan ook stress zijn. Walter laat zijn vrouw hier niets van weten. 


Lindelauf introduceert op de eerste paar pagina’s de hoofdpersoon, waarbij je terloops veel over hem te weten komt. Zonder veel woorden te gebruiken lukt het hem de hele leefwereld van Walter bij je op te roepen. Je weet wat voor soort rijinstructeur hij is - een gewoontedier - en je begrijpt dat er iets ergs aan de hand is met zijn twee kinderen. De korte roman bevat een overvloed aan gegevens en verhaallijnen; hij weet deze uitstekend te reguleren. Het stel woont in een oude wijk, hun huis staat op het punt gesloopt te worden, Walter komt terecht op een plek waar ooievaars worden verzorgd en waar hij vrijwilliger wordt. Hij heeft de telefoon bewaard van zijn zoon Tobias (Toop) en ontdekt hier verrassende dingen op. De buren in het wijkje komen voorbij, net als de vrijwilligers bij de ooievaars; er duikt een dierenarts op en een advocaat belt hem geregeld over een rechtszaak. Nergens is het teveel, alles past wonderwel in elkaar.

 

In de opvang leert Walter dat ooievaars zich soms voor dood houden. Dit heet akinesie: ‘de toestand waarin een dier zich levenloos houdt, zodat roofdieren denken dat het dood is en het met rust zullen laten. Overlevingsstrategie.’ In eenzelfde toestand verkeert Walter. Hij en zijn vrouw laten de aangeboden huurwoningen aan zich voorbij gaan, terwijl om hen heen de panden leegstaan en gesloopt worden. Walter doet ook niets om weer aan het werk te gaan als rijinstructeur en als hij later wordt gechanteerd reageert hij ook tamelijk apathisch. 

 

De passiviteit geldt ook hoe zij reageren op wat hun kinderen is overkomen, dit is het centrale gegeven in de roman. Je kunt een parallel zien met een auto die een bocht maakt en bloot staat aan de middelpuntvliedende kracht: ‘Deze kracht, ook wel centrifugale kracht genoemd, duwt het voertuig vanuit het middelpunt naar buiten.’ Zo wordt Walter als het ware ook naar buiten geduwd, hij kan zijn passieve staat niet volhouden. Hij ontspoort op verschillende manieren en is hier ondanks dat hij zich soms ellendig voelt evenzeer verheugd over.

 

Het licht tussen onze vingers is een uiterst rijke roman, waarin geen woord te veel staat en die tot het einde toe blijft boeien. Het verhaal is ook heel filmisch geschreven, ik zag het verhaal in beelden voor mij en ik hoop dat een regisseur het boek leest en er een film in ziet. En ik hoop ook dat Benny Lindelauf meer romans gaat schrijven, ik kijk er zeer naar uit. Ik ken de titels van zijn kinderboeken omdat ik ze geregeld verkocht in de boekwinkel, maar die zal ik nu ook gaan lezen.

Geen opmerkingen: