dinsdag 7 april 2026

Hilde Sennema – Met opgestroopte mouwen


Op de achterflap van deze geschiedenis van Rotterdam staat te lezen dat Sennema op zoek gaat naar de wortels van de mythische Rotterdamse mentaliteit, bedoeld wordt natuurlijk de mentaliteit van opgestroopte mouwen en het ‘niet lullen maar poetsen’. Dat is niet helemaal waar, het boek is vooral een goed geschreven, korte geschiedenis van Rotterdam. Wil je iets over de achtergronden van Rotterdam weten, over de explosieve groei van de arbeidersstad aan de Maas, over het verhaal hoe Rotterdam een wereldhaven werd of over de stedenbouwkundige ideeën en uitgevoerde projecten dan is dit een prima inleiding. 


Deze beknoptheid heeft een keerzijde. Hoewel Sennema de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van Rotterdam de revue laat passeren kan zij in nog geen driehonderd pagina onmogelijk volledig zijn. Het bombardement en de bezetting behandelt zij vooral om het over de wederopbouw te hebben en ook in de hoofdstukken over de naoorlogse tijd valt op dat de opbouw van stad en haven het focuspunt is. Kunst en cultuur komen heel kort voorbij, de economische ontwikkeling wordt wel geschetst, maar bijna nergens met cijfers onderbouwd en onderwerpen als sport, muziek, migratie komen er wat bekaaid vanaf. Het punt is dat het meeste wat ik las mij al bekend was; ik hoopte op een diepere analyse van de mentaliteit van opgestroopte mouwen.

 

Deze mentaliteit krijgt denk ik pas betekenis als je deze afzet tegenover mogelijke andere mentaliteiten die je misschien in Den Haag, Utrecht of Amsterdam zult vinden. De hoofdstad komt voorbij, maar niet in dit kader. Interessant is wel dat zij de discussies aanhaalt die in de negentiende eeuw in het parlement werden gevoerd over investeringen die in beide steden nodig waren om een verbinding met de zee te verkrijgen. Rotterdam kreeg de Nieuwe Waterweg, Amsterdam het Noordzeekanaal. Het verschil was dat de hoofdstad zelf het onderhoud van het kanaal moest betalen; kennelijke werd de Nieuwe Waterweg gezien als van groter economisch belang. Interessant is dat eerder in de negentiende eeuw - toen Amsterdam nog de eerste handelsstad was - ook Harlingen en Vlissingen meedongen naar de positie van tweede handelsstad. Dit soort vergelijkingen vind ik interessant, het laat zien hoe snel Rotterdam groeide.

 

De Rotterdamse mentaliteit werd door bezoekers van de stad niet altijd opgemerkt. In 1840 vond een Franse bezoeker de Rotterdammer het hoogtepunt van Hollandse luiheid, maar bezoekers zagen vaak verschillende dingen: de ene prijst de properheid, de ander benadrukt juist dat Rotterdam zo’n vieze stad was. Het is leuk om deze meningen te lezen, maar Sennema verbindt er verder geen conclusies aan. 

 

Doordat zij zich niet in details verliest worden in haar boek wel heel mooi de grote lijnen zichtbaar. Bij de wederopbouw kreeg de uitbreiding van de haven en de groei van de economie voorrang boven de levendigheid en leefbaarheid in de stad. Een natuurgebied als De Beer werd zonder meer vernietigd om plaats te maken voor industrie. Deze nadruk op economie zorgde ervoor dat de oudere wijken steeds meer verpauperden, maar de reflex die daarop volgde is ook kenmerkend. Dezelfde daadkracht die vlak na het bombardement werd getoond, werd ook decennia later getoond en leidde ertoe dat veel oude wijken en bijvoorbeeld kerken zonder omhaal gesloopt werden. Dit moest op een gegeven moment wel op kritiek stuitte, zoals nog wat later bij de afbraak van de Tweebosbuurt. 

 

Bij een dergelijke daadkracht was er te vaak te weinig oog voor de menselijke kant. Hierop toonde het gemeentebestuur weer te vaak de reflex om het goed te maken met grote projecten voor de stad. Soms slaagden deze zoals bij Ahoy’ in 1950, de Floriade in 1960 of het Kralingse popfestival in 1970. Soms ging het ook mis, zoals bij festival Carthago en de viering van 650 jaar Rotterdam. Ook de aard van de literaire scene - realistisch, 'van de straat' - is misschien te verklaren uit deze daadkracht en nadruk op haven en economie. Sennema stipt dit ook even aan. In het laatste hoofdstuk duidt zij Rotterdam, in navolging van Ivo Opstelten, als een stad met vele gezichten. Misschien kun je stellen dat die daadkrachtige houding en het tijdperk van de opgestroopte mouwen wel voorbij zijn. Rotterdam is meer dan dat en dat is wat Hilde Sennema vooral laat zien met dit boek. 

Geen opmerkingen: