Sinds een paar maanden woon ik in Tilburg en voor de verhuizing heb ik mijn boekenkasten grondig opgeruimd: zo’n 700 boeken zijn naar vrienden, boekenkastjes en andere goede doelen gegaan. Dat neemt niet weg dat ik bij ieder boekenkastje toch even stilsta om te zien of er iets te vinden is wat ik wil lezen. Deze week trof ik Het geheime leven van kleuren aan en kon het boek niet laten staan. Dit is de negende druk uit 2018 van dit bijzonder populaire boek. In de tijd dat ik in de boekwinkel stond heb ik er veel van verkocht, voornamelijk als cadeauboek. Er is inmiddels een herziene en aangevulde versie van verschenen met nog meer verhalen over kleuren. Wellicht dat daarom deze verouderde versie in het kastje is terechtgekomen.
Van cultuurhistorica Kassia St Clair las ik eerder het fantastische boek over de autorace in 1907 van Peking naar Parijs. Het boek over kleuren is voortgekomen uit een maandelijkse rubriek in de Elle Decoration, waarin zij in iedere aflevering een kleur onder de loep nam. In het voorwoord schrijft zij dat het boek geen complete geschiedenis van kleuren pretendeert te zijn; de stukjes zijn dan ook prima door elkaar en los van elkaar te lezen, maar ik las het boek in twee dagen van kaft tot kaft uit. Het bevat vijfenzeventig kleuren opgedeeld in hoofdgroepen als wit, geel, rood en zwart. Deze indeling ziet er logisch uit, maar St Clair laat zien dat het niet eenvoudig is om kleuren objectief te catalogiseren. Wat logisch of mooi is, complementair of juist elkaar uitsluitend, wordt vooral cultureel bepaald en de betekenissen van bepaalde kleuren kunnen ook sterk wisselen in de tijd. Een bekend voorbeeld is het onderscheid tussen roze en blauw. Een eeuw geleden was roze juist de mannelijke kleur en blauw de vrouwelijk.
Culturele betekenissen van kleuren werden ook bepaald door de beschikbaarheid van pigmenten. Pas eind negentiende eeuw bestonden er van de gangbare kleuren bruikbare pigmenten om kleding en andere zaken te verven. In het hele boek laat St Clair zien hoe schilders, wetenschappers, apothekers en andere kleurmengers op zoek gingen naar pigmenten of deze per ongeluk ontdekten. Soms was een kleur toch niet bruikbaar om te schilderen vanwege verkleuring of omdat het mengsel een dodelijk gif opleverde. Vaak was het een enorm werk om een kleur te verkrijgen. Zo wordt cochenille, een donkerode kleur, gemaakt van een kevertje dat op de vijgcactus zit. Voor één pond ruwe cochenille heb je 70.000 kevertjes nodig. In Zuid- en Midden Amerika werd het eeuwenlang gebruikt. Voor de Spaanse veroveraars werd het, naast goud en zilver, een belangrijke bron van inkomsten. In het jaar 1587 werd er 144.000 pond van verscheept.
An de hand van dergelijke voorbeelden schetst St Clair het economische belang van kleuren en pigmenten. Maar haar boek gaat in op alle mogelijke aspecten van de samenleving, zoals beeldende kunst, mode, religie en politiek. Vaak gaan praktische omstandigheden hand in hand met de status van een kleur: een moeilijk te maken, dure kleur werd bijvoorbeeld alleen door de elite gedragen. Met groen gebeurde het omgekeerde. Schilders hadden lange tijd niet de beschikking over een groentint die even bruikbaar en helder was als de blauw en geeltinten die zij gebruikten. Groen kreeg een negatief imago en Kandinsky sprak zelfs van een verdovende kleur als ‘een dikke koe, blakend van gezondheid, die bewegingloos op het gras ligt te herkauwen en met haar domme, uitdrukkingsloze ogen de wereld in kijkt.’ Een van de problemen met groen was dat het, net als bruin, een mengkleur is maar dat er lange tijd een taboe rustte op het mengen van kleuren. Het verstoorde de door God gegeven orde en er stonden in bepaalde tijden zelfs straffen op. Er moest dus gezocht worden naar een oorspronkelijk pigment van zo’n mengkleur.
Het geheime leven van kleuren is een heerlijk boek dat bol staat van de historische weetjes. St Claire staat vaak stil bij hoe een pigment ooit ontdekt is. Wanneer je de verhalen achter elkaar leest wordt dit wat eentonig. Ik had dan liever meer gelezen over de vele culturele betekenissen van kleuren. Zij geeft in het voorwoord al aan dat dit boek geen complete geschiedenis van kleuren is, maar in haar opzet word je nu steeds heen en weer geslingerd tussen verschillende tijden en culturen, terwijl er grote lijnen in het hele verhaal zijn aan te geven. Het is jammer dat zij hier niet de ruimte voor heeft genomen in dit boek, met bijvoorbeeld een wat langere inleiding. Verder is het een fantastisch (cadeau)boek.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten