vrijdag 19 april 2019

Michel Houellebecq – Serotonine

De boeken van Michel Houellebecq laten geen prettig mensbeeld zien. Zijn hoofdpersonen zijn uitermate cynisch. Zo ook de zesenveertigjarige Florent-Claude Labrouste. Op de eerste pagina’s van ‘Serotonine’ gaat hij tekeer tegen zijn ouders die hem deze vreselijke voornaam gaven. Hij haat zijn voornaam. Hij heeft zijn ouders verder niets te verwijten. Het waren voortreffelijke mensen. Het lag niet aan hen dat hij uiteindelijk gefaald heeft, dat zijn leven eindigt in pijn en verdriet. 


In ‘Serotonine’ doet hij verslag van hoe het zover met hem is gekomen. Het boek is meer. Houellebecq geeft ook een beeld van de huidige Westerse samenleving, die volgens hem op haar laatste benen loopt. Specifiek gaat hij in op de rampzalige gevolgen van het Europese landbouwbeleid. De hoofdpersoon is opgeleid tot landbouwkundig ingenieur. Hij werkte op ministeries en zat in adviesraden. Nu heeft hij er genoeg van. Hij geeft zijn baan op en trekt zich terug uit het maatschappelijk leven.

Tegen zijn depressies slikt hij antidepressiva. Zijn libido neemt hierdoor af. De titel verwijst hiernaar. Serotonine is een neurotransmitter. Het zorgt ervoor dat de toevoer van dopamine op peil blijft. Een dokter schrijft hem een middel voor dat in het boek Captorix wordt genoemd en dat Serotonine zou bevatten. De bijwerking van Captorix is dat iedere behoefte aan seksualiteit wordt uitgeschakeld. Hij slikt het spul en overdenkt zijn leven en de liefdes die hij heeft gekend.

Houellebecq weet in dit verhaal meesterlijk de ervaringen van de hoofdpersoon, zijn terugtrekking uit het leven te vermengen met de ondergang van de maatschappij waarin hij leeft. Moeiteloos springt hij van het afgeven op zijn voornaam over op het monster van de bureaucratie: “de bureaucratie heeft als doel onze levensmogelijkheden maximaal te beperken als ze die al niet simpelweg weet te vernietigen, vanuit het oogpunt van de bureaucratie is een goede ingezetene een dode ingezetene.” 

Zo schakelt Houellebecq het hele boek tussen persoonlijke herinneringen (van de hoofdpersoon) en algemene typeringen van zijn omgeving. De man heeft geen enkele illusie meer. Hij typeert zichzelf als ”een Westerse man van middelbare leeftijd met genoeg financiële reserves om het en paar jaar uit te houden, zonder familie of vrienden, gespeend van eigen plannen of echte interesses, diep ontgoocheld door zijn vroegere carrière, met wisselende, zij het allemaal doodgelopen ervaringen op het liefdesvlak, dus met in wezen even weinig redenen om te leven als redenen om te sterven.” Je kunt denken dat een dergelijke personage nauwelijks meer iets meemaakt. Toch was ik nieuwsgierig naar iedere volgende pagina. 

Na enige tijd anoniem in een hotel geleefd te hebben - op een kamer waar bij uitzondering nog gerookt mag worden - verplaats hij zich naar het platteland. Bij Aymeric, een oud-medestudent vindt hij onderdak in een van de vakantiehuisjes die deze man verhuurt. De enige andere huisjeshuurder is een Duitse pedofiel, die hij min of meer betrapt. De Duitser is snel verdwenen. In deze scene toont de hoofdpersoon geen enkele moraal. Hij maakt zich vrolijk over de man, maar veroordeelt zijn daden niet. 

Aymeric is een boer en behoort tot de verarmde adel. Zijn vrouw is weg en hij staat met zijn rug tegen de muur. De regering heeft geen oog voor hem en andere boeren. Alles is gericht op internationale handel en grootschaligheid. Europese regelgeving biedt geen ruimte aan kleinschalige landbouw. Het lot van de laatsten van deze verschoppelingen op het platteland van Frankrijk is hard. Er is geen uitweg. Hij kan Aymeric geen hulp bieden. Hij raadt hem eerst nog aan een vrouw uit het buitenland te halen, uit een land waar de vrouwen nog gewend zijn de hele dag te werken op het land. Later concludeert hij dat zijn rol als boer is uitgespeeld.

Veel herinneringen gaan over zijn exen. Hij onderzoekt waarom zijn liefdes uiteindelijk mislukten en of hij periodes heeft gekend waarin hij echt gelukkig was. Hij probeert contact met hen op te nemen. Zou een vroeger leven weer opgepakt kunnen worden? Hij raakt door confrontaties met het verleden nog meer gedesillusioneerd. Er is geen weg terug. Wat ging er mis? Elkaar proberen te begrijpen leidt in ieder geval tot niets.

“Het is slecht als geliefden dezelfde taal spreken. Het is slecht als ze elkaar echt kunnen begrijpen, als ze via woorden contact kunnen hebben, want woorden dienen niet tot het scheppen van liefde, maar van verdeeldheid en haat, woorden werpen terwijl ze klinken barrières op, terwijl een vormeloos, halftalig verliefd gebrabbel, praten tegen je vrouw of je man zoals je tegen je hond zou praten, de voorwaarden voor een onvoorwaardelijke, duurzame liefde schept.”

‘Serotonine’ staat vol mooie citeerbare stukken. Over Nederland schrijft hij: “Nederland is geen land, hooguit een onderneming.” Zijn eigen seksuele onvermogen spiegelt hij aan een maatschappelijke ontwikkeling, waarbij Frankrijk en misschien wel het hele Westen terugkeert naar de orale fase. Seks wordt een minderheidshobby, voorbehouden aan een elite: “nou ja te midden van de ondergang van de westerse libido bleven de meisjes naar ik aanneem gehoorzamen aan een onbedwingbare hormonale impuls, de man herinneringen aan de noodzaak om de soort voort te planten, je kon het ze objectief niet kwalijk nemen.” Wat rest zijn misschien vriendschappelijke relaties. Met de arts die hem Captorix voorschrijft heeft hij een goede band, Maar hij kan hem niet zomaar thuis uitnodigen om naar platen te luisteren, “er zou geen vriendschap tussen ons ontstaan, de tijd van menselijke relaties was voorbij, in elk geval voor mij.”

Michel Houellebecq is ongekend populair. Ik ben geen hardcore fan. Bij een aantal van zijn boeken zakt het verhaal ergens halverwege in. Misschien is het is ook moeilijk om een personage met zo’n negatief wereldbeeld een boek lang scherp te houden. In ‘Serotonine’ is dit zonder meer gelukt. Het is een van zijn beste boeken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten