zaterdag 18 augustus 2018

Willem Elsschot - Tsjip. De Leeuwentemmer


Willem Elsschot heeft meerdere malen verklaard dat hij te weinig fantasie had om een verhaal te verzinnen. Alles wat hij schreef vond zijn oorsprong is zijn leven. Wat hij meemaakte kon hij omzetten in een verhaal. Iets verzinnen uit het niets, kon hij niet. Tsjip is het verhaal van zijn dochter Adele. Zij krijgt een relatie met de Pool Bennek, trouwt met hem en krijgt een kind. De verteller heet Laarmans, het alter ego van Elsschot.


Het boek kreeg na verschijnen van diverse kanten kritiek. Er was commentaar op de frivole manier waarop het Katholieke geloof werd uitgebeeld. Menno ter Braak rekende de passages over het geloof juist tot de hoogtepunten van het boek, maar had literaire kritiek. Hij vond het boek niet meer dan een familie historie. Elsschot vond dat Ter Braak de plank mis sloeg door te sterk de nadruk op de inhoud te leggen. ‘Tsjip’ was een schrijfexperiment. “Mijn bedoeling is geweest een zeer alledaagsche, zo terre à terre mogelijke gebeurtenis door intensiteit lezenswaard te maken. Met andere woorden, van niets iets te maken. Zonder inhoud een boek te schrijven."

De stijl van Elsschot is geweldig. Waar dat precies in zit is altijd moeilijk te benoemen. Ik lees de pagina’s in een rustig tempo en heel vaak moet ik lachen. Dat heeft alles te maken met zijn bijzondere taalgebruik, maar ook met persoonlijkheid van Laarmans. Het huishouden marcheert dankzij de moeder. Hij moet belangrijke beslissingen nemen inzake de Pool, maar twijfelt en stelt uit. “Voor de zoveelste maal ondervind ik dat alles misloopt wanneer ik eigenmachtig handel. En toch blijft mijn vrouw halsstarrig willen dat ik bij allerlei gelegenheden zelfstandig optreed.”

In een latere uitgave is een nawoord toegevoegd aan het boek: ‘Achter de schermen’. Hierin beschrijft Elsschot wat hij allemaal heeft overwogen bij het schrijven van de eerste pagina van ‘Tsjip’. Fascinerend om te lezen hoe hij ieder woord afweegt en er meteen en nieuw verhaal omheen bouwt. Over een zin waar onder andere een stoel en een paar pantoffels in voorkomen schrijft hij het volgende. “Een stoel is zeker geschikt. Verder een tafel en een bed, klaar om mij te ontvangen, de tafel voor de kauwpartij en ’t bed om een eind te maken aan die grap. Eindelijk mijn pantoffels en nog wel bij ’t vuur om mij goed in te prenten dat dit de plaats is voor een man op jaren met een gezin op zijn geweten. Wat heeft zo’n asthmalijder van doen in gindsche land waar misschien wel bordelen zijn maar zeker geen behoorlijk vuur noch dito pantoffels.”

Naast de bijzondere stijl van Elsschot weet het verhaal ook te ontroeren. Vooral de passage waarin Laarmans zijn kleinzoon voor het eerst ziet is prachtig. Hiermee eindigt het verhaal ook. Een paar jaar jaren schreef Elsschot een vervolg. ‘De Leeuwentemmer’ is de naam van de kleinzoon. Hij woont beurtelings in Polen en in Vlaanderen. Opa sluit een geheim verbond met hem. Dan scheiden de ouders en de Leeuwentemmer blijft in Danzig. Op slimme wijze weet de moeder het kind terug te krijgen. Het boek is in briefvorm opgesteld, maar sluit uitstekend aan op Tsjip; geen wonder dat de boeken zijn samengevoegd.

Tot besluit een mooi citaat uit ‘De Leeuwentemmer’. De kleine jongen kan een Pools gebed niet meer tot het einde opzeggen. Er was beloofd aan de Poolse oma dat er geoefend zou worden. Later verklaart de jongen: ‘Ik zal het niet willen opzeggen’. Laarmans schrijft hierover “Hij vindt dus beter koppigheid voor te wenden dan in deze godsdienstige proef te kort te schieten. Beter een standje dan een verwijt dat, over zijn nietig persoontje heen, de heele bemanning van ons karveel treffen zou. Als die jongen geen minister wordt dan begrijp ik er niets van.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten