donderdag 23 augustus 2018

Joubert Pignon – Mooie lieve schat


Laat ik ervan uitgaan dat de schrijver Joubert Pignon echt bestaat. In dat geval heeft zijn stijl zich vanaf het onheilsjaar 2012, waarin zijn debuut ‘Er gebeurde o.a. niets’ verscheen, positief ontwikkeld. ‘Mooie lieve schat’ is uit 2017 en kent dezelfde thematiek rond een drankzuchtige hoofdpersoon met een gammele relatie en oog voor vunzigheden, maar Pignon gooit er nu een schep bovenop: meer drank, meer relatieproblemen en meer vunzigheden.


Een constante in zijn werk is de absurditeit. Op de veel gestelde vraag wat in zijn verhalen echt gebeurd is en wat er verzonnen is, heeft Pignon iets bedacht. “Afgelopen week heb ik met drie vrienden alle verhalen uit mijn boeken nagespeeld… Zo waren alle verhalen alsnog echt gebeurd en konden we weer overgaan tot de orde van de dag.”

Wanneer een man zijn bezoek een leuke anekdote voor de tweede keer verteld, lacht het bezoek wederom. “Ik, de alwetende verteller, ben ook blij…ook een alwetende verteller laat weleens een steekje vallen. Die eerste keer was ik vergeten het verhaal op te schrijven, maar nu niet. Genoeg over mijzelf, ik laat de man aan het woord.” Pignon weet dit soort absurde inmengingen in zijn verhalen bijzonder goed te kiezen.

Even mooi zijn de bizarre wendingen. Een verhaal – getiteld ‘Seksberen’ - begint met een lange mijmering over verschillende soorten appels in de supermarkt die je niet bij elkaar in één zak mag doen. Pignon vraagt of wij dat kennen. Dan vervolgt hij. “Ken je dat ook dat iedere keer wanneer je met je Ku-Klux-Klankostuum bij vrienden op de bank zit je vrienden aan je vragen wat er nu eigenlijk vermeend is aan dat racisme van je?” Ik moet daar erg om lachen.

In het verhaal ‘star wars’ overdenkt Pignon het als kind inleven in zijn helden. Spelend met vriendjes was hij altijd Chewbacca, maar hij droomde ervan dat op een goede dag een grijsaard voor de deur zou staan die hem een zwaard zou overhandigen en hem zou vragen  het universum te redden van het kwaad. “Inmiddels weet ik dat ik het beste tot mijn recht kom wanneer ik nietsdoe, en wanneer dit niet lukt, dan toch zo weinig mogelijk.” Een belangrijk levensinzicht.

Veel aandacht krijgt zijn drankgebruik en de pogingen ervan af te komen. Hij meldt zich bij een kliniek. Hij krijgt refusal en er volgt een reeks gesprekken met een psychologe. De toon van deze stukken is serieuzer dan de andere verhalen. Ik raak er zelfs van overtuigt dan de schrijver echt bestaat. Maar tijdens de sessies brengt hij de lezer en zichzelf toch weer in verwarring. De psychologe zegt dat zij stopt met werken. De volgende keer is zij er weer. Pignon vraagt ernaar. De vrouw weet van niks. Wie is hier in de war? De therapie heeft geen blijvend effect.

De relatie met zijn vriendin lijdt sterk onder zijn wijndrinkerij. Wanneer zij samen zijn zwijgen zij steeds meer. “Mijn vriendin stelt voor een wandeling te maken. Ik zeg dat ik nog wil lezen. Eigenlijk wil ik nadenken over vroeger, toen we in elkaars bijzijn nog de leukste versie van onszelf waren en we nooit zwijgend aan tafel zaten.”

In bed liggend zegt hij een andere keer zomaar tegen haar “zullen we elkaars poep een keer opeten?” Hij vraagt zichzelf af waarom hij dit zei en weet zelf het antwoord niet. Een bladzijde verder is het te laat. “Doordat ik zo diep nadenk merk ik niet dat ze zonder broek aan boven mijn hoofd hurkt.”

‘Mooi lieve schat’ las ik met erg veel plezier. Het is het derde boek in Pignons korte-verhalen-trilogie Deel twee is ‘Huil maar, ik wens je uitstel toe’. In de bibliotheek was het niet beschikbaar, zodat ik er elders aan moet geraken.

In het nawoord geeft de uitgever toe dat hij samen met Anton Dautzenberg de schrijver Joubert Pignon in 2011 heeft verzonnen. Ik geloof hem direct en negeer de foto op de achterflap.

1 opmerking:

  1. Prachtig uw boeken- en literatuurkennis. Zelf kom ik ook uit het bibliotheekwezen in Vlaanderen. Maar... wat er vandaag zoal aan nieuwe boeken verschijnt, het is niet te verhapstukken. Vooral in Nederland ligt de produktie hoog, naar mijn mening. Ik heb echter al mijn handen vol met het bijhouden van de Vlaamse literatuur. Van huis uit ben ik opgegroeid met de 'klassiekers', Reve, Hermans, Wolkers, Mulisch, Jeroen Brouwers...
    "Zij die lezen / mogen eenzaam wezen" dixit Ida Gerhardt.

    BeantwoordenVerwijderen